Delen om te leven

 

San Salvator geloofsgemeenschap
17 & 18 juli 2021

DELEN OM TE LEVEN

Voorganger Maria van den Dungen
Lectoren Maria Hoitink & Toon van Mierlo

U kunt deze viering volgen via het YouTubekanaal van de San Salvator. Dat kunt u vinden via de volgende link: https://www.youtube.com/channel/UCgKq1QU2z2Iy48gT9lQ5UyQ . De viering wordt daar in de loop van zaterdag op gepubliceerd. U kunt dan de viering van dit weekend aanklikken. De link en de YouTube viering zijn natuurlijk ook te vinden op www.sansalvatorgemeenschap.nl bij de tekst van de viering.

Wij wensen u een mooie viering toe.

Muziek

Hartelijk welkom, iedereen die deze viering volgt op het scherm. Vrede en alle goeds voor ons allen. Het is fijn om weer met elkaar verbonden te zijn. We worden vandaag uitgenodigd om er te zijn voor elkaar. We gaan stil staan bij het thema: Delen om te leven. Het overbekende evangelie leert ons dat we soms ook het weinige dat we hebben moeten delen. Maar we openen dit virtueel samenzijn met het ontsteken van licht, om de God van licht en leven in ons midden te weten. Laten we eerst even stil zijn om ontvankelijk te worden voor wat de lezingen en liederen ons te zeggen hebben in deze tijd.

Gebed

Jij die ons behoedt en draagt, wees bij ons.     
Laat ons jouw adem voelen
in woorden die verlichten
en gedachten die bevrijden.
Laat ons niet door bezit gegijzeld worden,
maar verbind ons met onze naasten.
En maak onze ziel vrij om te zingen
voor Jou en voor elkaar.

Acclamatie
Bij u is de bron van het leven en in uw licht zien wij het licht

We gaan luisteren naar teksten uit de bijbel. Vanuit een oude traditie met inspiratie voor vandaag. Zij worden voor ons gelezen door de lectoren vanuit hun eigen huis.

Eerste lezing Psalm 23 Een psalm van David.

De HEER is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.
U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de HEER
tot in lengte van dagen.

Wij hebben niet zo’n vertrouwdheid met de psalmen, als de joden, voor wie deze psalm sterk met hun identiteit en godsvertrouwen is verbonden. Elke sabbath wordt deze psalm gezongen
Maar ook voor ons is het denk ik de meest bekende psalm. Hij is voor iedereen wel herkenbaar omdat er moed en troost geboden wordt voor tijden van zorgen of verdriet. En wie van ons kent die niet? We krijgen allemaal te maken met ziekte, sterven, teleurstellingen en zorgen. De dichter begint met grazige weiden en aan rustig water. Dan volgt er een diep en donker dal, maar gelukkig loopt het goed af: de psalm eindigt met een maaltijd in het huis van de Heer. In welke omstandigheden je je ook bevindt; God is als een herder, die zich om zijn kudde – om jou – ontfermt, zingt David, de koning die zijn carrière als herder was begonnen. De Eeuwige is bij je op je levensweg, of die nu langs vredige weiden of door donkere dalen voert. Soms leef je als een reiziger, met een vast omlijnd plan en duidelijke bestemming. Misschien ben je soms pelgrim, wel met een doel, maar je laat je onderweg verrassen, de route en de mensen zijn dan net zo belangrijk. Ook kun je in je leven als een zwerver zijn, op een zelfde weg, maar zonder bestemming of dwalend. We hoeven ons niet mooier of sterker voor te doen. Maar God – zegt de psalmist ‐ wil je langs veilige paden leiden en voor ieder wacht de gedekte tafel. Daar kom je tot rust en geniet je van het leven in al zijn volheid. Je weet je welkom, tot in lengte van dagen. En zijn veiligheid, geborgenheid en geliefd worden niet juist de belangrijkste emotionele behoeften van ons mensen?

Lied

Een schoot van ontferming is onze God
Hij heeft ons gezocht en gezien
zoals de opgaande zon aan de hemel.
Hij is ons verschenen
toen wij in duisternis waren,
in schaduw van dood.
Hij zal ons voeten richten
op de weg van de vrede.

Evangelie: Marcus 6,30‐‐‐44
Het teken van de broden
De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden. Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten. Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen. Toen hij uit de boot stapte, zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en hij onderwees hen langdurig. Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten te kopen. Maar hij zei: ‘Geven jullie hun maar te eten!’ Ze vroegen hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te
geven? Toen zei hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.’ En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: ‘Vijf, en twee vissen. Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten. Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren. Iedereen at en werd verzadigd. Ze haalden de overgebleven stukken brood op, waar wel twaalf manden mee konden worden gevuld, en ook wat er over was van de vissen. Vijfduizend mensen hadden van de broden gegeten.

Lied
Het woord dat Ik jou geef is niet te zwaar, is niet te hoog, jij kunt het volbrengen.

Overweging:
Kent u de bekende uitspraak van Pipi Langkous: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan. Over deze lezing zou je kunnen zeggen: het is niet precies zo gebeurd, maar het is wel waar! Bijbelverhalen vertellen geloofswaarheden, geen feiten. Dit verhaal wordt 6 keer verteld in de bijbel, het moet ons dus wel iets belangrijks te vertellen hebben! Als de apostelen moe en hongerig terug komen van de prediking, waartoe Jezus ze had uitgezonden neemt hij hen mee naar een rustiger plaats. Maar de mensen hoorden ervan en ze volgden hem. Jezus ziet de menigte en voelt diepe bewogenheid met de mensen. Hij weet van wat hen bezig houdt: het ontbreken van een goede leider of herder, ze missen hoop en uitzicht. En opnieuw begint hij hen te onderrichten. De honger begint bij de leerlingen te knagen en ze wijzen Jezus erop dat de mensen naar de dorpen moeten om eten te kopen. En dan komt de zin waar het hier om draait: Geven jullie hen maar te eten. Hoeveel hebben jullie? In psalm 23 zorgt de herder als gastheer voor de gedekte tafel. Hier laat Jezus de mensen in het gras gaan zitten en voor hen wordt gezorgd. Het eind van de psalm lijkt werkelijkheid te worden: Niet alleen hun magen worden gevuld, ook hun harten. Zij ervaren rust en verbondenheid. Symposium staat er in het Grieks: Hef het glas maar en drink. Geniet, want als je deelt is er overdaad: 12 manden blijven over. De apostelen moesten leren hun broeders hoeder te worden. “Geef hen maar te eten” is niet alleen tegen de leerlingen van destijds gezegd, ook tegen ons. Het is een oproep tot gezamenlijke verantwoordelijkheid: we moeten elkaars herder zijn. 1 op de 8 mensen op onze wereld lijdt honger. In ons rijke land zijn we de voedselbank normaal gaan
vinden; maar de rijken worden rijker, zo werkt onze economie. Zijn we ons daarvan bewust? Bijbelse economie is de economie van het delen van wat je samen hebt, zodat ieder genoeg krijgt. Het is prima – maar niet voldoende ‐ om een keer iets over te maken bij een inzamelingsactie na een ramp; er moet ook echte betrokkenheid zijn. Mensen hebben elkaar broodnodig: om gedragen te worden, om gekoesterd te worden en zo nodig terecht gewezen te worden. Bijbelverhalen worden verteld om ons in beweging te krijgen,. Je kunt niet in het groene gras blijven zitten. Als we delen wordt, wordt ons leven veel meer waard. Dabar betekent: zeggen en doen.

Geloofslied Boek jij bent geleefd

Boek, jij bent geleefd,
zeg ons hoe te leven.
In mijn letters staat geschreven
dat alleen de geest doet leven.
Licht en adem is de geest.
Daarom ben ik neergeschreven:
dat je zonder angst zult leven
wat je leest.

Boek, jij bent geleefd,
zeg ons hoe te leven.
Wou je leven met zo velen
hier op arde moet je delen:
licht en adem, geld en goed.
Wie maar leeft om meer te krijgen
die zal sterven aan zijn eigen
overvloed.

Boek, jij bent geleefd,
zeg ons hoe te leven.
Mozes heeft der weg gewezen,
hoor de woorden der profeten:
licht en adem zal er zijn
als je mens wordt zoals Jezus,
liefde als een mens aanwezig,
wijn van liefde, brood des levens,
zoals hij.

Boek, jij bent geleefd,
zeg ons hoe te leven.
Niemand weet hoe hij moet leven,
nergens staat het opgeschreven.
Liefde tegen liefdespijn,
vriendschap tegen duizend vrezen,
zoet dat bitter kan genezen,
mens voor mensen, recht en vrede,
licht en adem, heel veel leven
mag je zijn.
Vrouw, waar is je broer?
Mens, waar is je zusje?
’t Meeste van een mensenleven
wordt het minste opgeschreven:
hoe zij trouw zijn aan elkaar,
lijden, sterven, liefde leren –
zouden wij dat ook proberen,
werd het waar.

Voorbede
Bidden wij tot de Eeuwige, die zich om mensen bekommert.
‐ Bevrijd ons als we ons hart verliezen aan geld en macht in plaats van aan elkaar.
Want jouw naam is: ‘Ik zal er zijn, liefde geworden in mensen’
Dat wij je naam eren in ons leven.
‐ Voor alle mensen en alle plaatsen waar Jouw droom al werkelijkheid wordt, willen we bidden om moed en
bemoediging, om kracht en doorzettingsvermogen soms tegen beter weten in,
Dat wij je naam eren in ons leven.
‐ Er zijn mensen die in staat zijn in anderen de hoop levend te houden. Zij hebben oog voor het goede dat in stilte
tussen mensen opbloeit. Moge wij zulke mensen van geloof en vertrouwen worden.
Dat wij je naam eren in ons leven.
‐Dat we ruimte geven aan de gebeden in ons hart.
Wij gedenken in deze dienst allen die wij hebben gekend en die gestorven zijn in deze dienst noemen we enkelen bij naam. Zij leven in onze gedachten, maar, meer nog, zijn zij levend bij Jou.

Acclamatie
Gedenk ons hier bijeen onder de hoede van uw woord. Gedenk die bij ons horen
in lief en leed. Zegen ons dat wij elkaar behoeden.

Vredeswens
In ieder mens schuilt de kracht tot vrede
Laten we die kracht maar delen: Vrede en alle goeds.

Acclamatie
Keer u om naar ons toe, keer ons toe naar elkaar

Laten we samen het gebed van alle christenen bidden: ONZE VADER..

Slotgedachte Ruimte
Jij hebt een ruimte aangeraakt,
een stilte diep in mij van binnen,
ik kan een mens om niet beminnen,
Jij hebt een ruimte aangeraakt.
Jij hebt een ruimte aangeraakt,
de dood heeft hier zijn macht verloren,
de afgoden zijn afgezworen.
Jij hebt ons ruim en licht gemaakt.
wij hebben lief en leren delen,
jouw naam gaat rond, wij zingen, spelen
Jij hebt ons ruim en licht gemaakt.

Zegen
De Eeuwige zal u zegenen en behoeden,
Hij zal u niet uit het oog verliezen,
maar u aankijken – met genade.
Als een arm om uw schouder zal Hij zijn,
als liefde die u niet los laat
en die u voorgoed vergezelt – met vrede.
Mogen we zo de nieuwe week in gaan:
In de naam van de Vader, die onze oorsprong is,
Van de Zoon, die met ons meegaat
***
Denkt u aan de Vakantieactie?
U kunt uw bijdrage overmaken op rekening: NL23 INGB 0005 9626 81
ten name van Noodfonds SSiB, onder vermelding van vakantie‐actie

Nog geen reacties

Reactie plaatsen