De wijsheid heeft haar huis gebouwd

SAN SALVATORGEMEENSCHAP
21 & 22 augustus 2021
Voorganger: Wilton Desmense
Lectoren: Marga van de Koevering en Ria van Luijk

U kunt deze viering volgen via het YouTubekanaal van de San Salvator.
Dat kunt u vinden via de volgende link:
https://www.youtube.com/channel/UCgKq1QU2z2Iy48gT9lQ5UyQ
De viering wordt daar in de loop van zaterdag op gepubliceerd. U kunt dan de viering van dit
weekend aanklikken.
De link en de YouTubeviering zijn natuurlijk ook te vinden op www.sansalvatorgemeenschap.nl bij
de tekst van de viering.
Wij wensen u een mooie viering toe.

Lied: Uit vuur en ijzer (couplet 1)
Uit vuur en ijzer, zuur en zout, zo wijd als licht, zo eeuwenoud,
uit alles wordt een mens gebouwd en steeds opnieuw geboren.
Om ijzer en vuur te zijn, om zout en zoet en zuur te zijn,
om mens voor een mens te zijn, wordt alleman geboren.

Welkom
Van harte welkom allemaal bij dit samenzijn. Fijn dat jullie hier zijn. Ik las en lees nog steeds graag
de verhalen van Ollie B. Bommel. Zinnen in de trant van “Het was herfst geworden en zware
wolkenvelden joegen langs het zwerk boven de torenspitsen van Bommelstein” en namen als die
van Pee Pastinakel, juffrouw Doddel en professor Prlwytzkofsky, daar genoot ik van. En vaak
sprak heer Ollie tot Tom Poes: “Als je begrijpt wat ik bedoel, jonge vriend.” Daar moest ik aan
denken bij het lezen van een van de teksten, die zo dadelijk voorgelezen gaan worden door
Marga van de Koevering en Ria van Luijk. Jonge vrienden, ik hoop dat deze viering bij ons een
snaar zal raken.

Acclamatie: Wees hier aanwezig, woord ons gegeven

Lezing 1: Marcus 8, 11-13
De Farizeeërs kwamen naar Jezus toe en begonnen ruzie met hem te maken. Ze vroegen hem om
een teken van God te laten zien. Ze wilden dat hij bewees wie hij was. Dat vroegen ze om hem uit
te dagen. Hij zuchtte diep en zei: “Waarom willen jullie zo graag een teken zien? Luister goed:
jullie krijgen geen teken!” En hij liet hen daar staan, stapte weer in de boot en vertrok naar de
overkant.

Lied: Uit vuur en ijzer (couplet 2)
Om water voor de zee te zijn, om anderman een woord te zijn,
om niemand weet hoe groot en klein, gezocht, gekend, verloren.
Om avond en morgenland, om hier te zijn en overkant,
om hand in een and’re hand, om niet te zijn verloren.

Overweging 1
En hij liet hen daar staan, stapte weer in de boot en vertrok naar de overkant. Wat een mooie en
doeltreffende reactie. Want de overkant biedt uitzicht op uitdaging en nieuw land. De ruziezoekers
laat je achter je. Laat je niet uitdagen om een teken te geven. Ga zelf ernaar op zoek. Hier en aan
de overkant.

Lied: Wij hebben voor u gebeden
Wij hebben voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt.
En gij op uw beurt, tot inkeer gekomen, versterk uw broeders, versterk uw zusters.
Wij hebben voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt.
En zegt: “Wie in Hem geloven, zijn gered voor het koninkrijk”.
De wonderen, blijde tekens, zijn dan binnen uw handbereik.

Lezing 1: vervolg Marcus 14-21
De leerlingen waren vergeten om brood mee te nemen. Ze hadden maar één brood bij zich in de
boot en verder niets. Jezus waarschuwde hen: “Pas goed op voor de gist van de Farizeeërs en
van Herodes.” De leerlingen zeiden tegen elkaar: “Dat zegt Jezus vast, omdat we geen brood
hebben.” Toen Jezus dat merkte, zei hij: “Waarom hebben jullie het er over dat jullie geen brood
hebben? Zien jullie het dan nóg niet? Begrijpen jullie het nóg niet? Hebben jullie zo’n hard
hart? Hebben jullie ogen die niets zien en oren die niets horen? Weten jullie niet meer, wat er
gebeurde, toen ik de vijf broden brak voor de 5000 mensen? Hoeveel manden vol brood hadden
jullie toen over?” Ze antwoordden: “Twaalf.” “En bij de zeven broden voor de 4000 mensen?
Hoeveel manden vol brood hadden jullie toen over?” En ze zeiden: “Zeven.” En hij zei tegen hen:
“Waarom begrijpen jullie het nog steeds niet?”

Lied: Uit vuur en ijzer (couplet 3)
Om oud en wijd als licht te zijn, om lippen, water, dorst te zijn,
om alles en om niets te zijn, gaat iemand tot een ander.
Naar verte de niemand weet, door vuur dat mensen samensmeedt,
om leven in lief en leed, gaan mensen tot elkander.

Overweging 2
Pas goed op voor de gist van Farizeeërs en van Herodes. Jezus had goede redenen voor die
waarschuwing. Enerzijds noemt hij de Farizeeers, de gelovige scherprechters, die pretenderen de
goddelijke waarheid in pacht te hebben en er geen oog voor hebben, dat de liefde voor God
voortkomt uit het hart van alle mensen. Anderzijds typeert hij de meedogenloze machthebber, die
zichzelf op de troon van een liefdeloze god plaatst. Maar zijn leerlingen begrijpen hem niet. Wij
wel? Dat valt niet mee! Het is een zinloze oefening om zijn broodverhaal letterlijk te nemen. Sluit er
je ogen bij, word even stil en misschien wordt je gewaar dat zeven manden zich gaan vullen met
manna! Misschien gaan we dan een beetje begrijpen, hoe dat kan!

Muziek: Bread and roses
Wie wil er niet op weg gaan door de schoonheid van de dag,
gelovend in het wonder dat dit eens komen mag:
een wereld zonder honger en de vrede uitverkozen,
voor ieder vrij beschikbaar: brood en rozen, brood en rozen!

Lezing 2: Spreuken 9, 1-11
De Wijsheid heeft haar huis gebouwd, een huis met zeven pilaren.
De dieren voor de maaltijd zijn geslacht, de wijn staat klaar. Ze heeft de maaltijd klaargezet. Ze
heeft haar slavinnen erop uit gestuurd om in de stad te roepen: “Ik nodig iedereen uit die nog
wijsheid nodig heeft! Als je nog niet veel wijsheid hebt, kom dan bij mij eten. Drink van de wijn die
ik heb klaargezet. Blijf niet langer onverstandig. Zoek de wijsheid op! Slechte mensen lachen je uit
als je hen waarschuwt. Ze zetten je voor schut.
Bestraf hen maar niet, het heeft geen zin en ze gaan je alleen maar haten. Stap in de boot en ga
naar de overkant! Zoek daar liever wijze mensen. Als je raad geeft aan hen, worden ze nog wijzer.
Goede mensen luisteren naar wat je zegt. Als je wijs wil worden, begin dan met ontzag te hebben
voor de rechten van de mensen en voor het leven van de mensen om je heen. Door mij, de
Wijsheid, zal je leven jaren, ja eeuwen langer zijn. Bouw dat huis met zeven pilaren.”
Muziek: kort instrumentaal

Overweging 3
Wat is wijsheid? Waar doen we goed aan? Afghanistan aan zichzelf overlaten, de anderhalve
meter vaarwel zeggen, je als toerist de ruimte in laten schieten. Wat is goed rentmeesterschap? Ik
ga ‘s zomers vaak zwemmen in de IJzeren Man. Regelmatig tref ik daar een gelijkgezinde. Hij
vertelde mij eens over een man, die helemaal op zichzelf leefde. Hij sliep in een volkswagenbusje
op het terrein van de Nijmeegse universiteit, waar mijn kennis toen werkte. Overdag zat de man
altijd dichtbij de portiersloge met een boek in de hand. Het was niet duidelijk of hij echt las. Mijn
kennis heeft contact met hem gekregen en hem ertoe weten te bewegen zijn gedachten op schrift
te stellen. Dat heeft hij gedaan, in het Engels, in de vorm van een groot aantal Tao stoics. Hier
volgt er een in vertaling. Zo maar, en omdat het je te denken geeft. Want wie heeft de wijsheid in
pacht?
“Meester, ik ben verbijsterd.”
“Dat is het begin van wijsheid. Waarom ben je zo verbaasd?”
“Ik zag een man op een paard rijden.”
“Deed hij dat, omdat hij in levensgevaar verkeerde?”
“Nee, het was voor zijn plezier.”
“Dan kan het geen man zijn geweest, maar alleen een verachtelijke karikatuur van de mens.
Die man was pseudo-gelukkig, het paard was zijn slaaf. Is het niet de plicht van elke
verstandige man om te zorgen voor het geluk van alle levende wezens? Hun geluk is
onvermijdelijk verbonden met ons bestaan. Een dier tot slaaf maken zonder een grote behoefte
is niet de ‘weg’, geen geluk, niet harmonie met de natuur, en daarom in strijd
met de waardigheid van de mens.” (Tao Stoic 1: tao = de weg)
Lied: Uit staat en stand
Uit staat en stand en wijsheid losgewoeld,
omgewaaid, ontwortelde plataan.
Toen heeft hij licht onder zijn schors gevoeld,
een vlaag van knoppen die op springen staan.
Uit jij en jou en woorden weggevlucht,
ergens heen gejaagd, boomgrens voorbij.
Op adem komen in de dunne lucht,
je eigen hartslag horen, vogelvrij.
Uit eigen aard en huid naar iemand toe,
onontkoombaar en niet wonen meer,
tot ik Hem, Hij mij vinden zal … en hoe!
Een zee van dromen gaat in mij tekeer.
Voorbeden
Om de gave van wijsheid bidden wij,
dat wij de waanzin onderkennen van het recht van de sterkste.
Dat wij groeien in het opkomen voor het recht van de zwakste.
Dat wij oog en oor mogen hebben voor ongezienen en ongehoorden.
Moge het zo zijn, mogen wij dat waar maken! Amen
Bede van ons samenzijn
Jij maakt in ons los de hunkering naar inzicht,
het luisteren naar het woord van de ander
dat goed doet en kracht geeft.
Nieuwe woorden horen spreken; nieuwe begeestering voelbaar,
wanneer wij, met twee of meer bijeen, verbonden zijn
in hunkering naar het beleven van goddelijke menselijkheid.
Wijsheid zoals aan het licht gekomen in Jezus van Nazareth, Buddha, Sokrates,
in Ghandi en Mandela, in Etty Hillesum en de jongen die Auschwitz tekende,
in jou en jou en mij.
Als schatten in akkers, parels in oesters, zaden in zonnebloemen.
Daar om op te delven en je er mooi mee te maken.
Delen als brood uit een schaal, als water uit een bron
onze aardse schatten om zuinig op te zijn,
om te bidden uit de grond van het hart:

Onze Vader

Vredeswens
Laat er vrede zijn op aarde, laat wildernis een boomgaard zijn.
Vreugde, blijdschap, geen dictators, mensen vrij van zorg en pijn.
Laten wij elkaar een leven gunnen op vleugels, waarin we elkaar
zonder angst tegen kunnen komen en leven naar het licht. Vrede!

Vredeslied: En God zag dat het goed was (fragment J. de Corte)
Vader God schiep alle mensen naar zijn beeld
en hij zag dat het goed was:
de mensen in het zwart en de mensen in het rood,
de mensen bruin en blank en de mensen klein en groot.
Geen volk dat werd vergeten, geen ras dat werd misdeeld.
En God zag dat het goed was.

Slottekst (uit: Ida Gerhardt, Het veerhuis)
De wijsheid veler boeken
waarmee ik heb verkeerd
in driftig borend zoeken,
het heeft mij nièts geleerd –
maar éénmaal was ik licht en vrij
bij lente op de lentewei;
dàt heeft mij zien geleerd.

Zegenbede
Fijn dat we hier bijeen waren. Moge de komende week ons vreugde schenken en mogen wij dat
evenzeer doen aan anderen. In de naam van het leven, waarin wij moeders en
vaders, zonen en dochters, en het wonder van de goede geest mogen vinden bij elkaar. Als
afsluiting een gedeclameerd lied naar een origineel van Shel Silverstein, een Amerikaanse dichter
en singer-songwriter, van wie A boy named Sue het meest bekend is in de versie van Johnny
Cash. De Engelse tekst van The Unicorn kan het best beluisterd worden in de liedversie van The
Irish Rovers.

Gedeclameerd lied: De eenhoorn en de mens (vertaling Wilton Desmense)
Lang geleden was heel de aarde nog groen,
Nooit waren er meer diersoorten te zien dan toen!
Ze liepen vrij rond, terwijl de aarde ontstond,
en als mooiste van allemaal liep daar de eenhoorn rond.
Er waren groene alligators en langgenekte ganzen,
en grappige apen liepen door het oerwoud te dansen,
er waren katten en ratten, maar wis en waarachtig,
met de eenhoorn vergeleken was er geen een zo prachtig!
Toen verscheen de mens en de wereld verruwde
en God zond de regen die het water opstuwde.
Maar tot Noë zei hij: “Luister goed naar mijn woord:
bouw een schip en neem een hele dierentuin aan boord.
Neem twee alligators en twee langgenekte ganzen,
en twee grappige apen die op de boot hun dansjes kunnen dansen,
neem katten en ratten en eenhoorns, ja eenhoorns, wis en waarachtig:
de kroon van mijn schepping zo mooi, Godallemachtig!
De ark van Noë was nog eigenlijk niet klaar,
of de eerste regenbuien waren daar.
Aan boord gingen de dieren, van iedere soort twee,
en Noë riep: “O God, alle soorten gaan met me mee!
Ik heb groene alligators en langgenekte ganzen,
grappige apen die in het oerwoud kunnen dansen,
ik heb katten en ratten, maar waarachtig en wis,
de eenhoorn is het helaas die ik nog steeds mis!
De oude Noë speurde naar eenhoorns in de stromende regen,
maar die speelden verstoppertje, hij kwam er geen een tegen.
Ze hadden geen ogen voor het barre klimaat,
want ze prefereerden hun plezier boven goede, wijze raad.
Er waren groene alligators en langgenekte ganzen,
grappige apen en machtige olifanten.
Noë riep: “Deuren dicht, want de regen stort nu neer,
‘t is te laat voor de eenhoorns, voor hen is de redding er niet meer”.
De ark kwam los en was de vaste grond kwijt,
maar de eenhoorns ook en toen hadden ze spijt,
de zondvloed overspoelde hen een voor een en sindsdien
is er op de hele aarde niet één eenhoorn meer te zien.
Er zijn alligators, kamelen, tarantula’s en ganzen,
apen en schapen, zelfs leeuwen die schranzen
katten en ratten, maar als zij zich aan wijze woorden niet storen
zal geen mens ze hier op aarde straks nog ooit zien of horen.

Nog geen reacties

Reactie plaatsen