San Salvator geloofsgemeenschap
STRAMIEN WEEKENDVIERING
Datum 13-06-2025
Voorganger Marcel van der Maeden,
cantor Jacolien,
piano Karen Vogel
Openingslied
Dit huis vol mensen MG122
Welkom
Goedemorgen, welkom aan u allen, welkom jullie allen, nu wij hier zijn samengekomen, om het
leven te delen en ons te laven aan de oerbron van alle leven.
Welkom, of je hier nu hier voor het eerst bent of al heel vaak eerder, of je van ver bent gekomen of
van bijna om de hoek: weet dat iedereen hier mag worden gezien en zich gedragen mag weten door
de A/ander. Open dan je hart, opdat je mag ontvangen uit de born van levenskracht.
We vieren vandaag vanuit de inspiratie van het oecumenisch leesrooster, onder het thema ‘Zeggen
èn doen’, omdat die twee activiteiten bij elkaar horen en elkaar nodig hebben. Tegelijk wordt
vandaag in veel kerken gevierd ter ere van de Drieëenheid: Eén = Drie + Drie = Eén. Dat is nog eens
creatief boekhouden, maar het klopt wel en het kan ook en het heeft nog betekenis en
zeggingskracht ook. Het is immers belangrijk om zeggen en doen dicht bij elkaar te houden.
ONTSTEKEN PAASKAARS EN VREDESKAARS
Laten wij nog meer licht en warmte en verbinding oproepen, door vanuit het vuur van het
gemeenschapslampje de Paaskaars te ontsteken, als symbool van de opgestane Christus, en onze
vredekaars als teken van ons verlangen naar vrede, verzoening en eenheid, dichtbij en ver weg, in
ons binnenste en in de grote wereld.
GEBED
Laten wij het stil maken en bidden:
Te midden van alles wat gaande is,
richt deze zondag ons op de Enige,
over wie we alleen gebrekkig kunnen spreken.
Wij eren de Enige als Vader-Moeder, en Zoon en goede Geest:
God boven ons,
God naast ons,
God in ons.
Acclamatie
Een schoot van ontferming MG 13
INLEIDING OP LEZINGEN
Wij gaan dadelijk de Schrift openen. De lezingen van vandaag zijn twee heel bekende lezingen. Eerst
leest Toon van Mierlo voor ons uit het Eerste Testament die vertrouwde tekst uit het boek
Deuteronomium, die erop neerkomt dat God zijn volk zijn woord geeft en dat zij het moeten en ook
kunnen volbrengen. De lezing uit het evangelie door Maria Claessens gaat over het doen van dat
woord van God, door goed te zijn voor je naaste. Woord en daad zijn één en hetzelfde: zeggen is
doen en doen is zeggen.
1E LEZING
Dt 30,9-14
9De Eeuwige, uw God, zal u voorspoed geven in alles wat u onderneemt, u kinderrijk maken en uw
vee en uw land vruchtbaar maken. Hij zal er weer vreugde in vinden om u te zegenen, zoals
voorheen bij uw voorouders. 10Want u toont de Eeuwige, uw God, dan uw gehoorzaamheid door de
geboden en bepalingen in dit wetboek in acht te nemen, en u wilt Hem weer met hart en ziel
toebehoren.
11De geboden die ik u vandaag heb gegeven, zijn niet te zwaar voor u en liggen niet buiten uw
bereik. 12Ze zijn niet in de hemel, dus u hoeft niet te zeggen: “Wie stijgt voor ons op naar de hemel
om ze daar te halen en ze ons bekend te maken, zodat wij ernaar kunnen handelen?” 13Ook zijn ze
niet aan de overkant van de zee, dus u hoeft niet te zeggen: “Wie steekt de zee voor ons over om ze
daar te halen en ze ons bekend te maken, zodat wij ernaar kunnen handelen?” 14Nee, die geboden
zijn heel dicht bij u, in uw mond en in uw hart; u kunt ze volbrengen.
Lied (naar Psalm 25)
Deze woorden aan jou opgedragen MG 21
Evangelie LEZING
Lk 10,(21.)25-37
21Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer
van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze
aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. 22Alles is Mij toevertrouwd
door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de
Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
23Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie
zien! 24Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze
kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’
25Er kwam een wetgeleerde die Hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen
om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven?
Wat leest u daar?’ 27De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en
met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28‘U hebt
juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ 29Maar de wetgeleerde wilde zijn
gelijk halen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er
was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers,
die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. 31Toevallig
kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem
heen. 32Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog
om hem heen. 33Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag. 34Hij
ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op
zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. 35De volgende morgen
gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal
ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het
slachtoffer van de rovers?’ 37De wetgeleerde zei: ‘De man die hem barmhartigheid heeft betoond.’
Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’
Acclamatie
Oren en ogen gaan open
OVERWEGING
We vieren vandaag onder het thema: Zeggen èn doen: zeggen is doen; doen is zeggen.
Nu wij uit de Schrift deze woorden hebben gelezen weten we het weer. Nu is het eenvoudig en zijn we weer even op scherp gezet, dat volgens onze Joods-Christelijke geloofstraditie zeggen en doen in elkaars verlengde liggen.
We herinneren ons het oude Hebreeuwse begrip ‘Dabar’, dat zowel woord als daad betekent, oftewel het woord dat je te horen krijgt moet worden gedaan en alleen door daden die voortkomen uit die woorden komen ze echt tot leven. We kennen van dit begrip ‘dabar’: daad en woord tegelijk en in één, eindeloos veel varianten. Ik kom uit in mijn gedachten en in mijn oren, waarin deze levensnoodzakelijke verbondenheid van doen en zeggen wordt verwoord in vele liederen; tot zelfs het voetballied ‘Geen woorden maar daden’ aan toe; of ook: ‘spreek recht, trouw, waarheid: woorden die werken’.
Ditzelfde gegeven herken ik bij volksleiders en politici die zeggen: je moet doen wat je zegt en je moet zeggen wat je doet, ofwel: maak je eigen woorden waar en leg in woorden uit wat je doet èn hoe die twee samenhangen.
In dit in elkaar gevlochten zijn van woord en daad, gekoppeld aan het liefhebben en dienen van God, herken ik ook iets wat al door filosofen in de oudheid werd gezegd, namelijk dat het gaat om het zoeken van het goede, het ware en het schone, oftewel dat goedheid en waarheid en schoonheid dan met elkaar samenvallen. En als je die begrippen dan ook nog eens met hoofdletters schrijft, dan lijkt het des te meer te gaan over het goddelijke!
Toch moeten we constateren dat dit tweeledige, verbale en activerende begrip dabar ons ook niet altijd gemakkelijk afgaat. Telkens weer moeten we eraan worden herinnerd, moeten we weer op scherp worden gezet. Een eenvoudig hulpmiddel lijkt mij te worden aangereikt als er staat dat je dit liefhebben van God doet ’met geheel je hart en met heel uw ziel en met heel je kracht en met heel je verstand, en je naaste als uzelf’.
Diep van binnen weet je dus al dat dit in je zit, dat iedereen dit weet en kan; en dat blijkt ook in dat gesprek tussen die schriftgeleerde en Jezus. Hij antwoordt namelijk keurig ‘volgens het boekje’. Toch stelt hij nog nadere vragen, omdat het toch vaak niet altijd duidelijk is. Het lastigste punt is dus blijkbaar hoe je dat in de praktijk doet: je naaste liefhebben als jezelf . . .
Volgens mij komt het erop neer om de lotsverbondenheid en hartsverbondenheid te voelen met de ander: niet focussen op de verschillen, maar op de overeenkomsten: we zijn beide mensen van vlees en bloed, dus kan ik jou als het jou slecht gaat niet in de steek laten: ik moet mijn handen wel uit de mauwen steken, ik moet wel vuile handen maken; ik mag het niet laten bij mooie woorden alleen: nu moet ik ook handelen.
Maar ik zal jullie vertellen dat ik het ook niet kan. Toen ik docent levensbeschouwing was kwam dit verhaal, dat wij kennen als de gelijkenis van de ‘barmhartige Samaritaan’ regelmatig in mijn lesstof naar voren. Ik vertelde er tegen mijn leerlingen vaak een gebeurtenis bij, die mij eens was overkomen, in het verband met dit verhaal: ik fietste eens na een koorreptitie ’s-avonds laat naar huis; aan de rand van het centrum van onze
stad zag ik iemand op de straat liggen; mijn eerste gedachte was: iemand die teveel heeft gedronken en niet meer op zijn benen kan staan en ik fiets gewoon voorbij en door; maar vervolgens beginnen mijn gedachten, zo van: maar ligt hier iemand op straat dood te gaan en had ik niet toch moeten stoppen om te vragen wat er is . . . Ondertussen fiets ik verder en denk, ja, maar ik ben nu al zo’n eind verder en bijna thuis, ik ga nu niet meer terug, er zal wel iemand anders zijn die zich over hem ontfermt . . .
Ontferming: wat is dat, hoe doe je dat? Deze gebeurtenis, nu al wel 20 jaar geleden, is mij altijd bijgebleven, aan
mij blijven knagen. Wat had ik moeten doen, waarom was ik bang om mijn handen vuil te maken of met een te moeilijk verhaal te worden opgezadeld? De meest essentiële vraag die overblijft is: wie is mijn naaste, hoe word ik de naaste van iemand, hoe wordt iemand mijn naaste; wat nu als ik zelf eens iemand nodig heb als ik hulp nodig heb? Wij moeten leren te leven vanuit ons hart en vanuit directe bewogenheid. Zo kunnen wij leven in en vanuit ontferming, als echte naasten: naast elkaar, in hartsverbondenheid.
Zo moge het zijn. Amen.
Geloofslied
Houd mij in leven, 4-st: Lb 368d + GvL 25III = p 46-47
KLAARZETTEN VAN BROOD EN WIJN
UITNODIGING VOOR PERSOONLIJKE BIJDRAGE VIA DE COLLECTE
De gaven van brood en wijn worden op tafel gezet Intentieboek wordt naar voren gebracht.
INSTRUMENTALE MUZIEK
VOORBEDE met acclamatie:
Heer, ontferm u MG101
Laten wij bidden voor mensen die zoeken naar daadkracht, die streven naar woorden die werken;
voor verbinders, mensen die werken aan de sociale samenhang, die oog hebben voor ieder die steun en hulp nodig heeft,
dat zij met medemenselijkheid zich blijven inzetten voor hun naasten. Laat ons bidden . . .
Eeuwige, wij vragen uw inspiratie voor leiders en bestuurders, dat zij mogen leren dat zeggen én doen elkaar nodig hebben,
dat zij zich steeds krachtiger zullen inzetten voor het goede, het ware en het schone, zodat zij voortrekkers mogen zijn van uw komende, nieuwe wereld.
Laat ons bidden . . .
Laten wij bidden voor allen die worstelen, met zwaarte of ziekte in hun leven, met armoede, geweld en onderdrukking, dat wij opnieuw mogen opbloeien en gaan en leven rechtop.
En wij bidden alle beden die zijn opgeschreven in ons intentieboek.
En wij bidden vandaag in het bijzonder voor Greet van Steenderen,
die Marian Veenker en ik afgelopen dinsdag, in samenwerking met vele van haar familieleden en vele Salvatorianen, hebben laten uitvaren . . . HET INTENTIEKAARSJE OP TAFEL ONTSTOKEN .
En wij overdenken een kort moment in stilte wat ons diep van binnen bezighoudt.
. . .
Laat ons bidden
TAFELGEBED
Jij die God bent,
een zachte kracht alom aanwezig, wij danken Jou voor de wereld waarop wij wonen,
deze aarde met alles wat er leeft en groeit. Jij die God bent,
vader en moeder tegelijk
die ons wil ontvangen om wie wij zijn, die ons roept, groot en klein,
om goed te zijn, om brood te delen, die ons oproept
te blijven werken aan de vrede, die ons vraagt om trouw te zijn aan de goddelijke liefde in ons.
Wij danken Jou voor Jezus, die mooie mens uit Nazareth,
die lang geleden heeft gezegd: Maak je geen zorgen,
elke dag heeft genoeg aan zichzelf.
En wat Hij altijd deed,
deed Hij ook de laatste avond.
Hij ging met zijn vrienden aan tafel. Hij nam het brood,
brak het, deelde het uit en zei: Weet jij hoe je gelukkig kunt leven?
Als je het brood van iedere dag niet allèèn eet
maar breekt
en deelt met elkaar.
Zo heb ik het ook gedaan toen ik bij jullie was.
Daarna nam hij de beker en zei:
Drink uit deze beker als ik er niet meer ben,
Vertel elkaar wat echt belangrijk is: deel vreugde en verdriet
en als het aan jullie ligt wees bevriend met iedereen.
Daags daarna is Jezus gestorven, maar niet voorgoed
Hij leeft nog temidden van ons en gaat met ons mee
naar een betere wereld. Hij zegt:
vier samen
dat je bij elkaar hoort
dat je niet alleen op de wereld bent. Weet dat je elkaar kunt inspireren om te worden wie je echt wilt zijn. Kijk maar goed:
overal in de wereld waar mensen elkaar ontvangen en ontmoeten, samen het leven delen,
daar gebeurt het.
In zijn Geest zijn wij onderweg, met zijn woorden willen wij bidden, woorden van vrede,
woorden van toekomst.
Laten wij dus om Jezus, on ze naaste bij uitstek, bidden met de woorden zoals hij ze ons heeft geleerd:
ONZE VADER VREDESWENS
En om de broodnodige vrede bidden wij, dat er steeds meer mensen van goede wil mogen zijn, om zich in te zetten, voor nabijheid, verbinding en vrede. Wens elkaar dat toe met een klein teken!
VREDESLIED
Dona nobis pacem (Pax) MG 59, 2
De vierde man of vrouw komt achter de tafel staan
UITNODIGING AAN DE TAFEL VAN BROOD EN WIJN
Weet dat je welkom bent om met ons samen te vieren. Zo delen wij het leven en ook onze ademtocht, brood en wijn van naastenliefde. Weet dat iedereen is genodigd aan de maaltijd van de opgestane ten leven.
LIED
Eet en drinkt van brood en wijn MG 72
GEBED
Levende, Eeuwige, wij danken voor het samenzijn en samendelen, dat wij mochten beleven in dit uur.
Wij zijn dankbaar voor de bezinning en nieuwe kracht
die wij hebben gekregen, om van mens tot mens te worden tot naaste, nieuwe mens, in een nieuwe wereld. Amen
MEDEDELINGEN
Als een oproep om het gevierde uit te dragen en invulling te geven
SLOTGEDACHTE
Abraham en de wet
De leerlingen vroegen aan hun rabbi:
‘In de Talmoed staat
dat onze vader Abraham
de hele wet heeft nageleefd. Maar hoe kan dat?
De wet werd pas veel later aan Mozes gegeven. En niet aan Abraham!
‘Om de wet na te leven
hoef je niets anders te doen,
dan God lief te hebben,’
zei de rabbi,
‘Als je van plan bent iets te doen,
en je voelt:
als ik dat doe, leef ik minder waarachtig, dan weet je dat wat je gaat doen zonde is.
