Voorganger Marcel van der Maeden
Thema: WEES VRIJ EN LAAT JE VINDEN
Openingslied Vrede voor joullWelkoml Goede morgen en welkom. Weet dat je hier mag zijn om bevrijding en het leven te vieren. Het is fijn dat u en jij bent gekomen, om je te laten meevoeren in een uur van genade en waarheid. Velen komen hier vaak, anderen soms, misschien ben je hier voor het eerst: welkom om je te laten vinden door onze San Salvator Geloofsgemeenschap en door de Eeuwige, die elke mens telkens weer in genade wil aannemen. Vandaag mag ik voorgaan samen met Dorine Broekmeulen en Maria Claessens.
Een van de essentieelste elementen van ons geloof is dat we door die blijde boodschap van Jezus van Nazareth vrij zijn gemaakt, verlost, om oprecht en open en ontvankelijk tegenover elkaar en God te mogen staan. Het thema van deze viering is dan ook: mens, wees vrij en laat je vinden.
Ik wens ons samen een inspirerende viering toe.
ONTSTEKEN PAASKAARS EN VREDESKAARSll
GEBEDl
Goede God, Moeder-Vader van ons allen,
wees hier aanwezig, dat wij weten dat wij mogen zijn zoals wij zijn,
zoals u ons hebt gezegd: Ik zal zijn: Ik zal er zijn voor jou.
Neem ons aan zoals wij zijn, breng ons samen
in het vertrouwen dat wij bij elkaar en bij U horen.
Wil ons vrij en open maken,
om ook zelf een en al vergeving en genade te worden.l
Acclamatie Wees genadig – Kyrie-gebedll
INLEIDING OP LEZINGENl:
Wij openen de Schriften, die ons vandaag op het spoor zetten van loslaten. De 1e lezing is uit het eerste testament uit het boek van de Uittocht. Daarin lees ik dat vrijheid alleen bestaat als je de ander ook vrijlaat, als je oog hebt voor die aAnder, want mijn vrijheid eindigt waar jouw vrijheid begint. Je zult dus altijd met fatsoen de ruimte die de ander nodig heeft moeten respecteren. Die eerste lezing zal worden gelezen door Dorine Broekmeulen.
De 2e lezing uit het evangelie volgens Lukas leert ons om vreugdevol en dankbaar te zijn om wat terugkeert bij zijn oorspronkelijke bedoeling, namelijk bij de gemeenschap met mensen, die elkaar dragen en bij God. Deze 2e lezing zal worden gelezen door Maria Claessens.
1E LEZING Exodus 32,7-14l7
De Eeuwige zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. 8Nu al zijn ze afgeweken van de weg die Ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ 9De Eeuwige zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10Houd Mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal Ik een groot volk laten voortkomen.’ 11Mozes probeerde de Eeuwige, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt U dan uw toorn laten ontbranden tegen uw eigen volk, Eeuwige, dat U met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12Wilt U dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie U onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan Ik gesproken heb zal Ik hun voor altijd in bezit geven.”’ 14Toen zag de Eeuwige ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee Hij gedreigd had.
Lied De hemel mag horen – Lied van Mozesl
2E LEZING Lucas 15,1-10l(De zorg om wat verloren is)
Alle tollenaars en zondaars kwamen Hem opzoeken om naar Hem te luisteren. 2Maar zowel de farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ 3Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: 4‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” 7Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.l8En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? 9En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.” 10Zo, zeg Ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’
Acclamatie Veel te laat heb ik jou lief gekregen, alleen refrein
OVERWEGING:
De lezingen van vandaag gaan over ommekeer, bekering, inkeer, Metanoia, in het Grieks. Het morrende volk van God, was toch een andere richting op gegaan, wilde liever vertrouwen op de directheid van aardse kostbaarheden, in plaats van op de voortdurende aandacht en zorg van hun leiders Mozes en Aäron en hun trouwste vriend de Eeuwige, de Genadige.
Eigenlijk wilde ik in mijn eerste “preekbeurt” na de zomervakantie het eens hebben over ‘vrij zijn’, vrij zijn voor God, ‘vacare Deo’, in het Latijn, waar ons woord vakantie van is afgeleid. Elke jaar in zo’n langere zomervakantie, op reis, ver van huis, in de natuur, veel buiten zijn, voel ik me vrij en herboren. Vanzelf komt dan de vraag op mij af, wat ertoe doet in mijn dagelijks leven door het jaar heen, wat nou werkelijk belangrijk is voor mij. De antwoorden die ik overweeg op die vraag zijn misschien niet eens zo belangrijk, maar prominenter ervaar ik wel in zo’n zomervakantie de weldaad van het vrij zijn en het open staan voor . . ., ja, voor wat eigenlijk? Voor God? Voor de mensen met wie ik dan ben, voor de natuur, vogels, dieren om mij heen, voor de cultuur, de gewoontes, het landschap. Ik betrap mijzelf in zo’n vakantie wel op Franciscus-achtige gedachten en gevoelens, dat alles met alles is verbonden, dat mensen elkaar nodig hebben, maar ook hun verbondenheid met hun omgeving, hun besef onderdeel uit te maken van een groter geheel. Het overkomt mij dan dat ik wil praten met koeien in een wei, wil zwaaien naar schapen, ga mee mekkeren met geiten en natuurlijk regelmatig ga meefluiten met de vogels in het bos.
Dat afstand nemen van wat er allemaal moet, vind ik weldadig: dan ervaar ik ruimte en vrijheid, om God te ontdekken, te ontmoeten: vacare Deo, vrij zijn voor God: echte vakantie. Het is dus voor mij een periode van afkoppelen, pas op de plaats, bezinnen en zo nieuwe energie en inspiratie opdoen voor het nieuwe werkseizoen: opnieuw prioriteit leggen bij wat er echt toe doet.
Dezelfde gedachte vind ik ook in de lezingen van vandaag. Toen ik een paar weken terug de lezing
en alvast eens las, kwam ik op goede raad als: vergeef een ander, zevenmaal opnieuw geboren worden. Ik kom uit bij een levensadvies als: laat los, leef in het hier en nu, laat het gebeuren, laat je vinden, wees niet krampachtig maar vrij.l
Hoe haal ik dat dan uit die lezingen? Deze lezingen vertellen hoe en dat het Gods intentie is om te vergeven: Mozes bevecht die vergeving, tegen Gods terechte boosheid in. Mozes kan en mag dat, is Gods intieme vriend, heeft dus het ‘lef’ = letterlijk het ‘hart’; maar keer je hart naar mij om uit de dood, ik zal mij bekeren tot jou, zoals we net hebben gezongen in het vorige lied. God en Mozes verlangen van het bevrijde, maar nog steeds verslaafde volk dat het zich opnieuw en voortdurend telkens weer bekeert: het volk moet (terug)keren, het Hebreeuwse werkwoord ‘sjuv’, dat omkeer, bekering, inkeer betekent: ‘maar keer je je hart naar mij om uit de ‘dood’: ik zal mij bekeren tot jou’. Natuurlijk staat ‘dood’ hier symbool voor alles wat ‘ten dode opgeschreven’ is: leven vanuit alleen maar kortzichtig eigenbelang, en dergelijken: de eerste dood, zodat na dit leven ook nog de tweede dood over je gaat komen, omdat je al ten dode was opgeschreven! Nee dat in Gods naam niet, dus keer je af van die dood.
Als tussenzang-psalm stond voor vandaag Psalm 51 op het rooster: ‘Miserere’, naar het eerste woord van de Latijnse vertaling van deze Psalm: ‘Heb erbarmen, genade, medelijden . . . ’ Hoe toepasselijk wordt ook dit gegeven ons dan weer aangereikt. Aansluitend gaat de Lukas-evangelie-lezing over verloren raken en gevonden worden. Het is immers geen toeval dat Lukas deze gelijkenissen en parabels zo heeft geordend, dat in het vervolg van zijn vertelling hierna de parabel van de verloren zoon volgt.
Vandaag lazen we dat de aanleiding voor deze verhalen van Jezus is, dat er ‘gedoe’ ontstaat rond zijn eten met zondaars. Sommige “getrouwen” hebben wel een punt, want er staat immers geschreven, in Psalm 1: ‘Gelukkig wie niet met ploert en schender heult’. Er is gedoe, want Jezus legt contact met mensen die zijn afgedwaald, met de bedoeling om ze te laten terugkeren. Hiertoe zoekt hij uitgestotenen op, onreine mensen, outcasts, verschoppelingen. Voor velen is dan blijkbaar de scheidslijn met zondaars en onreine mensen moeilijk en wordt Jezus gedrag ervaren als godlasterlijk.
Wat Jezus werkelijk doet is dat hij vreemden tot vrienden maakt. Hij wil uitnodigend zijn, zoals zijn hemelse vader: laat je vinden door de gulheid en genade van God, laat je niet in een hokje of een frame plaatsen, maar wees vrij en ontdek, hoe rijk je leven wordt, als je leeft vanuit Gods genade en vergeving.
Dan klopt die beeldtaal over die schapen en die herder, die bijna gelijk staan aan die koning op andere plaatsen: dan is dat die bijbels grondlijn, waarin ook die beeldspraak past over die zoekgeraakte drachme. Die vrouw heeft geen rust totdat ze die heeft teruggevonden, die is teruggekeerd, tot het oorspronkelijke complete tiental. En let op het gaat over een drachme, een zilverstuk, zilverling, wat gelijk staat aan een dagloon.
Dan is de vreugde om het terugvinden groot, de terugkeer is reden tot enorme blijdschap: de herder, vrouw, koning, God is blij en zijn engelen zijn blij met wat goed gaat in deze, onze wereld. Want de vrouw en al die andere rollen waarvoor zij staat willen het weer kompleet hebben: het tiental, inclusie, allen, niemand uitgesloten: vreugde: 100 schapen, 10 drachmen. Dan roepen ze als het ware in koor samen: Deel in mijn vreugde, want ik heb gevonden!
Voor mij is er dan na deze lezingen maar één slotsom en die luidt: zoek elkaar, zoek de compleetheid, om samen een geestelijke thuis voor ieder terug te vinden. Dan mogen wij terugkeren en thuis komen, bij elkaar en bij God: feest.Dat het zo mag zijn!
Geloofslied: Voor kleine mensen is hij bereikbaar.
KLAARZETTEN VAN BROOD EN WIJNl
COLLECTIE en INSTRUMENTALE MUZIEK
VOORBEDE
Voorbede-accl. : Samen hem achterna
– Laten wij bidden voor mensen, die leiding geven en besturen, in landen en gebieden waar conflicten, criminaliteit en natuurrampen zijn, dat zij met mildheid leren zoeken naar wegen van verbinding, verzoening en hulpverlening.
-Laten wij bidden voor tochtgenoten in het leven die nooit vrij kunnen zijn, vanwege gevangenschap, dwang, slavernij, die altijd ervaren dat er druk op hen wordt uitgeoefend, dat zij mogen worden verlost en bevrijding zullen beleven.
-Laten wij bidden om verlossing, vindingrijkheid en ontvankelijkheid voor onszelf, dat wij samen wegen vinden om de nieuwe wereld al in het hier en nu gestalte te geven en te leven alsof we al aan de dood voorbij zijn.
-Laten wij in onze gebeden opnemen alles wat is opgeschreven in het intentieboek, voor alles wat leeft in onze harten en voor allen die van ons heengingen; in het bijzonder noemen we onze intenties: voor Frits Bakker, Ria Heijzelaar, Jos Wijsmuller.ll
TAFELGEBED
Gezegend Jij, die er bent voor ons,
die ons enkel het goede gunt, l
die ons meeneemt naar plaatsen van rust, vrede en weldaad,
die ons op het spoor brengt van hoop en liefde
en zich zo laat kennen, l
als de Ene, genoemd: ik zal er zijn.
Gezegend Jij, die ons vertrouwen geeft,
in tijden van duisternis en dood,
wanneer wij gaan door diepe dalen,
over wegen van verdriet en onzekerheid,
want jij bent bij ons, als steun en houvast,
jij geeft ons nieuwe moed,
om bergen te beklimmen, nieuwe uitzichten te ontdekken.
Gezegend Jij, die je laat zien
in de mens tussen mensen,
zoals eens, in Jezus van Nazareth,
die zich liet zien, door er te zijn
voor vreemden en vervreemden,
voor verguisden en ontspoorden,
voor onderdrukten en ongezienen;
die mens, één met Jou,
die zich liet kennen door er te zijn,
puur, begaan, om niet;
zo heeft Hij zich aan ons gegeven,
trouw aan zichzelf, l
vol vertrouwen in Jou, het Leven zelf;
zo ging hij ons voor, door brood te nemen,
dankend tot Jou, door brood te delen,
door de beker rond te geven
met de woorden: l
deel van dit brood, drinkt uit deze beker,
als teken van verbondenheid met mij en met elkaar,
om zo verbonden te zijn met de Ene, die er is en blijven zal,
voor ieder van ons.
In zijn Geest willen wij leven, brekend en delend,
vertrouwend op jouw goedheid en liefde,
alle dagen van ons leven,
opdat ons huis, jouw huis is, ons lichaam, jouw lichaam,
onze naam, jouw naam,
ik zal er zijn, over de grenzen van de dood,
tot in lengte van dagen.
ONZE VADERl
VREDESWENS
VREDESLIED Da pacem Dominel
UITNODIGING AAN DE TAFEL VAN BROOD EN WIJNl
LIED Een schaal met brood, een beker wijn
GEBED
Eeuwige, Levende, Goede God, jij bent onze bevrijder, jij zoekt en vindt ieder van ons. Jij hebt ons doen terugkeren bij onze medemens en bij jou. Wij danken jou dat jij als koning, vriend, knecht en herder over ons waakt, en met ons en met jouw engelen jouw blijvende blijdschap deelt. Zo moge het zijn.
MEDEDELINGEN:
Bloemetje voor Willie van Vliet
SLOTGEDACHTE: (Het afgedwaalde schaap)
Ik snap er niets van! Is de kudde weggegaan zonder mij??
Ik liep maar een klein stukje de andere kant op, want ik zag daar een plukje gras met mijn naam erop. Heerlijk was het. Even wat minder geblaat aan mijn oren vond ik fijn.
Ik hoorde de anderen nog toen ik verder kauwde . . . totdat ik ze niet meer kon horen. Het voelde eerst niet verkeerd, maar langzaam veranderde dat. Ik dwaalde nog even verder om dat goede gevoel terug te vinden. Maar het kwam niet. Het gras zag er ineens niet meer zo groen uit.
Het werd donker en koud. Ik voelde me alleen. Ik zette het op een blaten! Niemand hoorde me. Ineens voelde ik me verloren. Ik had me tot dat moment altijd prima gered. Ik liep wel vaker even weg, dat wist de herder wel. Nu was het anders. Ik miste iets. Niemand die me riep! Was ik niet goed genoeg meer voor de kudde? Had ik iets verkeerds gedaan? Na een tijdje – dat voelde als een eeuwigheid – hoorde ik iets. De herder! Hij vond me en bracht me weer terug naar de kudde.
Nu weet ik: zelfs al voel ik me verloren, er is altijd wel iemand die me thuis wil hebben. Maar ik denk dat ik in het vervolg toch maar een beetje in de buurt blijf.
ZEGENWENS:
Jij, Eeuwige, zegen en behoed ons; verhef jouw aanschijn over ons en wees ons genadig; doe jouw aangezicht over ons lichten en geef ons vrede, vandaag en alle dagen die jij ons geeft.
In de naam van de Moeder-Vader en de Zoon-Dochter en van de Goede Geest. Amen.
SLOTLIED Als God ons thuisbrengt.
