EERSTE LEZING Jes., 56, 1-7
Uit de Profeet Jesaja
Zo spreekt JAHWEH: onderhoudt het recht, beoefent de gerechtigheid,
want de komst van mijn redding is nabij.
En mijn gerechtigheid wordt weldra geopenbaard.
Gelukkig wie zo handelt,
De mens die daaraan vasthoudt,
Die de sabbat onderhoudt, hem niet ontheiligt,
En zijn hand ervoor behoedt enig kwaad te doen.
De vreemdeling die zich aansluit hoeft niet te zeggen:
JAHWEH houdt mij zeker afgezonderd van mijn volk.
Ook de castraat mag niet zeggen:
Ik ben maar een dorre boom.
Want dit zegt JAHWEH:
Aan de castraten die mijn sabbat onderhouden, en verkiezen wat Mij welgevallig is en vasthouden aan mijn verbond
aan hen geef ik in mijn huis en binnen mijn muren een gedenksteen en een naam,
die zonen en dochters te boven gaan;
een eeuwige naam geef ik hun ,een die nooit wordt uitgewist.
De vreemdelingen die zich bij JAHWEH hebben aangesloten,
om Hem te dienen en de naam van Jahweh te beminnen,
om zijn dienstknechten te zijn;
al degenen die de sabbat onderhouden,
hem niet ontheiligen en vasthouden aan mijn verbond;
hen allen laat ik komen naar mijn heilige berg,
en schenk hun vreugde in het huis van gebed.
Hun brand- en slachtoffers zijn welgevallig op mijn altaar.
Want Mijnhuis zal heten:
Het huis van gebed voor álle volken.
Zo luidt de godsspraak van Jahweh, de Heer,
die het verstrooide Israel verzamelt:
Nog anderen zal ik verzamelen en voeg ze toe aan hen die reeds verzameld zijn.
EVANGELIE Mt., 15, 21-28
In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon. Op een gegeven ogenblik trad een Kananeese vrouw uit dat gebied naar voren, luid roepend: “Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.” Maar Jezus gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: “Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.” Hij antwoordde: “Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden.” Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: “Heer, help mij !” Hij gaf haar ten antwoord: “Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.” “Toch wel, Heer, – sprak zij- want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.” Daarop zei Jezus haar: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! “Uw verlangen wordt ingewilligd.” En van dat ogenblik was haar dochter genezen.
Voorbeden
Behoed mij ,o God,
Ik vertrouw op U;
U wijst mij de weg ten leven
Bij U is vreugde
Blijvende vreugde
Wij bidden u,
Voor onze wereld, voor al die mensen
Laat het ons gegeven zijn om elkaar te behoeden en te bewaren
Laat het ons gegeven zijn om open te staan voor de komst nieuwe mensen
Laat het ons gegeven zijn al uw mensen te zien als onze gelijken
Voor ieder een plaats en voor ieder dezelfde kansen en mogelijkheden
Overal op deze aarde
(stilte)
Wij bidden U om een open oor en een open blik
Dat wij met Uw ogen kunnen kijken naar het leven op aarde
En met U zorg dragen voor dat leven
Wij bidden U om mensen die de weg kunnen wijzen naar een wereldwijde oplossing bij dit veranderde klimaat
Om mensen die uithoudingsvermogen hebben en creativiteit ontwikkelen bij vredesonderhandelingen
(stilte)
Wij bidden U,
Om levensvreugde
Om toekomst voor alle kinderen van deze wereld
Behoed mij ,o God,
Ik vertrouw op U;
U wijst mij de weg ten leven
Bij U is vreugde
Blijvende vreugde
Wij leggen onze eigen zorgen bij U neer,
(stilte)
Wij bidden U voor hen die wij in ons hart meedragen
(stilte)
Voor de intenties in het intentieboek
Mogen wij elkaar behoeden en bewaren
Behoed mij ,o God,
Ik vertrouw op U;
U wijst mij de weg ten leven
Bij U is vreugde
Blijvende vreugde
Zending
Laat ons gaan in vrede
Na wat wij in Jezus’ naam deden.
Waar haat is, breng daar liefde
Waar wrok is, breng daar vergeving
Waar tweedracht is, breng daar eenheid,
Waar dwaling is , breng daar waarheid,
Waar duister is, breng daar licht.
Waar verdriet is, breng daar vreugde
En moge de blijheid van God bij ons zijn en Zijn liefde.
