zondag 30-08-2026, San Salvator
Openingslied Zomaar een dak boven wat hoofden
Welkom en Opening
Goede morgen allemaal en welkom.
Het is fijn dat jullie met zovelen zijn gekomen. Weet dat je welkom bent: dat het op prijs wordt gesteld dat je hier bent gekomen: trouwe Salvatoriaan, of als iemand die zomaar af en toe komt of als iemand die hier voor het eerst is: weet dat je welkom bent, omdat wij een open en hartelijke geloofsgemeenschap willen zijn.
Wij komen hier samen als San Salvator Geloofsgemeenschap, om het leven met elkaar te delen, om de vieren dat we inclusief willen zijn en proberen dat in de praktijk te brengen, doordat we hier het leven met elkaar delen en straks ook brood en wijn met elkaar gaan delen, omdat wij ons willen spiegelen aan het voorbeeld van Jezus van Nazareth.
Ook gaan we veel met elkaar zingen en met elkaar bidden en luisteren naar verhalen uit het Eerste en Tweede Testament en met elkaar bidden, om tot een synthese van al die verschillende elementen te komen.
Vandaag mag ik in deze viering voorgaan samen net de lectoren Liesbeth van Leijen en Frans Langemeijer.
Het thema van de viering van vandaag Is: ‘Geloof groots: God gelooft met je mee!’ Het overkomt ons immers zo vaak dat we onze dromen, visioenen en idealen verliezen, omdat we ons laten afschikken alsof die onrealistisch zouden zijn. Mar de Heilige Schrift vermaant ons telkens dat we stijfkoppen zijn die ons durven te laten voegen naar de weg van God en dat we dus kleigelovig zijn.
Daarom is het aan ons om ons te laten uitdagen om groots te geloven ne het bijna onmogelijke voor waar te durven houden We mogen het vragen.
Laten wij het daarom stil maken en ons naar binnen keren en bidden:
Gebed
Wij bidden dat wij geloven dat een zaadje niets minder is dan een boom in wording: dat ieder mens groeit wanneer een ander vertrouwen uitspreekt in zijn mogelijkheden; dat wanneer één begint, anderen zullen meedoen en het vertrouwen zullen aanvullen.
Dat Jij, God niet onbereikbaar bent, maar ook hier in ons midden, bewogen, betrokken: erbarmend en genadig.
God, wij bidden om vertrouwen en geloof in ons leven, in onszelf.
Dat wij niet vastzitten in wat onmogelijk lijkt, maar durven geloven in verandering.
En dat wij niet aan anderen voorbijgaan, die een beroep op ons doen.
Daarom: geef ons geloof waarmee we bergen kunnen bewegen: bergen van traagheid en apathie, van vrees en angst, van zelfzucht en wanhoop.
En geef dat wij het vertrouwen koesteren, dat Jij in ieder van ons plant. Amen.
Acclamatie bij openingsgebed Leer ons binnengaan
Inleiding op de lezingen
We Lezen zoals gebruikelijk volgens het leesrooster en lezen eenmaal uit het eerste testament, uit de Profeten en wel uit het boek van Jeremia.
Met zijn profetieën richt Jeremia zich tot de bovenlaag van de gedecimeerde bevolking van Juda. Jeruzalem wordt belegerd en de toekomst van Gods volk staat op het spel. Hij waarschuwt het volk dat ze beter moeten letten op hun trouw aan de Eeuwige. Dit zal door Liesbeth van Leijen worden gelezen.
Uit het Tweede Testament lezen we uit het evangelie volgens Mattheüs. In die evangelielezing kunnen de leerlingen een maanzieke jongen niet genezen. Hebben zij dan te weinig geloof? Jezus laat zijn ergernis blijken. Dit zal worden gelezen door Frans Langemeijer.
Eerste lezing Jeremia 7,23-28
23Wat Ik hun geboden heb, is dit: “Wees Mij gehoorzaam, dan zal Ik jullie God zijn en zullen jullie mijn volk zijn. Volg steeds de weg die Ik jullie wijs, en het zal jullie goed gaan.” 24Maar ze luisterden niet naar Mij, ze hebben Mij niet gehoorzaamd. Ze volgden hun eigen plannen en lieten zich leiden door hun koppig en boosaardig hart. In plaats van Mij te volgen, keerden ze zich van Mij af. 25Vanaf de dag dat jullie voorouders uit Egypte wegtrokken tot op de dag van vandaag heb Ik telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar jullie gezonden. 26Maar niemand die naar Mij luisterde, niemand die Mij gehoorzaamde. Jullie zijn nog halsstarriger dan jullie voorouders.
27Als je dit alles tegen hen zegt, zullen ze niet naar je luisteren; als je hen roept, zullen ze niet antwoorden. 28Zeg dan tegen hen: Hier heb je nu dat volk dat niet naar de HEER, zijn God, luistert en dat zich niet laat terechtwijzen! Oprechte woorden komen niet meer over hun lippen.
Antwoordzang Tijd van vloek en tijd van zegen
Evangelielezing Matteüs 17,14-20
Gebrek aan geloof
14Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel 15en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. 16Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ 17Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ 18Daarop sprak Jezus de demon streng toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. 19Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ 20Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: “Verplaats je van hiernaar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’
Evangelieacclamatie Onze duisternis is voor jou geen duisternis
Overweging
Wat is het voorbereiden en samenstellen van een viering, zoals ook deze, soms een lastig proces. Weken van tevoren begin je met het verzamelen van materiaal: welke lezingen, mogelijke liederen, beginnetjes van een thema, eerste flarden van uitleg . . .
We hebben als geloofsgemeenschap een liturgie-tijdschrift dat achtergrond en verdieping aanbrengt rond de vaste lezingen. Dat soort zaken neem ik meestal wel mee in mijn voorbereiding. Ik bedenk een thema of soms meerdere, voorlopig, ik ga er liederen bij zoeken. De cantor en de begeleider krijgen wat voorstellen, een voorlopige liedkeuze. Na een paar mails, Whats-Apps of telefoontjes is dat rond.
Maar de echt fine-tuning, totdat het een viering is, gebeurt bij mij toch altijd in die laatste paar dagen. Voor mijn overweging heb ik dan al wel allerlei flarden opgeschreven van wat erin moet komen, maar het moet nog wel een lopende uitwerking van het thema worden. Ook moeten er nog gebeden bij en andere verbindende teksten en voorbeden en een tafelgebed en een slotgedachte.
Bijna elke keer ervaar ik zo’n heel voorbereidingsproces als een lange aanloop, met toch vaak weer aan het einde een stressige snelkookpan. Ook nu weer. Ik heb al weken geleden dat thema bepaald van ‘Geloof groots; God gelooft met je mee’, maar dan moet ik wel nu die verbinding leggen met die beide lezingen en hoe ik er dan zo’n bemoedigende boodschap, dat God je wel helpt, in verwoord zie. Ook appelleert zo’n thema wel aan een levensgevoel waarin ik me kan vinden: zo’n positieve boodschap, dat ik het wel zinvol vind om idealen te koesteren en na te leven: ga ervoor, dan bereik je grootse dingen.
Zo’n eerste lezing van zo’n profeet Jeremia is toch om zeer van ontmoedigd te raken: dat hij van zijn volksgenoten zegt dat ze alleen maar afdwalen van de weg van God en dus ook van zijn steun. Hoe het dan wel zou moeten zegt die Jeremia er hier dan niet eens bij. Nee, dat moeten we dan blijkbaar maar zelf uitzoeken. Oh nee, gelukkig is daar onze evangelielezing, om ons een beetje op weg te helpen. Maar hier blijken de leerlingen van Jezus de zielenpieten te zijn die, ondanks hun goede bedoelingen een te klein geloof blijken te hebben. Wat is dat toch, hoe laat je je geloof groeien? Doe je dat door strengheid of juist door losheid? Of gaat het om een gezonde mix van die twee?
Ons liturgietijdschrift betrok in de exegese over deze evangelielezing ook de voor vandaag voorgeschreven ‘tweede lezing’ uit de brief aan de Romeinen. Daar legt de exegeet van dienst uit dat Jezus hier bezig is een uitleg te geven over zingeving en dat Paulus in die Romeinenbrief Jezus presenteer als de belichaming van dat je je niet door het kwade moet laten overwinnen, maar dat je omgekeerd het kwade door het goede moet overwinnen (Rm 12,21). Door kritische vragen te stellen aan instituties: is de mens er voor de wet, of is de wet er voor de mens? Door op de radicale toon van de Bergrede mensen uit te nodigen andere waarden aan te hangen dan ze van huis uit gewend zijn. Door de vijand ontwapenend tegemoet te treden en er te zijn voor de ander als die je nodig heeft.
Ik maak hieruit op dat we ons veel sterker alleen maar moeten focussen op het goede en dat we daardoor het kwade kunnen overwinnen!
Iets verder in zijn uiteenzetting gebruikt diezelfde bijbeluitlegger de volgende beeldspraak: ‘Boven op een berg weet je wel hoe de wegen lopen, waar de mooie plekjes zijn. Maar weet je het ook, beneden in het dal, tussen de dreigende bergen? Hier in Mattheüs 17 horen we een verhaal over onmacht en uitzichtloosheid in het dal van de berg der verheerlijking. Op de berg der verheerlijking klinkt een hemelse stem ‘deze is mijn Zoon de geliefde in wie Ik een welbehagen heb’; in het dal klinkt de stem van een vader ‘heb medelijden met mijn zoon, hij is er slecht aan toe’.’ Deze beide stemmen zijn elkaars weerspiegeling.
Nog iets verder legt de exegeet uit: Jezus treedt hier nergens op als strenge leermeester, maar Hij neemt zijn leerlingen bij de hand om te vertrouwen en verder te zien dan het direct waarneembare. Kleingelovigheid lijkt daarmee niet zozeer een kwantiteit, maar eerder op de kwaliteit van dat geloof, hoe het staat met de gerichtheid van het geloof, het vertrouwen in wat er mogelijk is.
Hij vervolgt iets verderop: het verhaal over de kleingelovigheid van de leerlingen en hun onmacht om de maanzieke jongen te genezen wordt voorafgegaan en gevolgd door uitspraken van Jezus over de Mensenzoon. In Mt 17,9-13, dus voorafgaand onze lezing vandaag, zegt Jezus dat de Mensenzoon zal moeten lijden en dat de profeet Elia, wiens komst volgens Maleachi 3,23 aan die van de Mensenzoon vooraf zou gaan, al gekomen is. Zoals de profeet niet werd erkend, maar gedood, zo zal dat ook met de Mensenzoon gebeuren. De leerlingen begrijpen uit Jezus’ woorden dat hij op Johannes de Doper doelde (17,13), waarschijnlijk als de wedergekomen profeet Elia. Maar begrijpen ze ook dat Jezus de Mensenzoon is die tot hen spreekt?
In het evangelie zijn het de dood en verrijzenis van de Mensenzoon die het begin vormen van een nieuwe schepping. Kleingelovigheid is een aspect van de condition humaine waardoor men niet verder kijkt, wij niet verder kijken, dan wat direct zichtbaar is. Het is dankzij het geduld van De Eeuwige dat zelfs dat kleine beetje geloof kan uitgroeien tot een struik waarin een mus of zwaluw een huis vindt waar ze haar jongen neerlegt. Hoe verwonderenswaardig is dat?
In het latere licht van Jezus’ dood en opstanding verandert het hel perspectief en ontstaat er een nieuw interpretatieschema. Cruijff zou zeggen: Je gaat het pas zien als je het door hebt. Tegenwoordig zeggen we ook vaak: ‘Achteraf is het makkelijk praten.’
Volgens mij blijft toch de gedachte over dat je binnen je geloof het vertrouwen moet zien te vinden dat er veel meer mogelijk is dan wat wij met ons beperkte mensenverstand als realistisch haalbaar beschouwen. Gods zegen hebben we immers al lang: die hebben we als het waren al vanaf ‘den beginne’ meegekregen. Om kleingelovige redenen laten we ons echter telkens van onze mooie visioenen afbrengen. Als we groots durven te geloven zullen we bergen verzetten. Mocht dat nou niet helemaal lukken dan kunnen we altijd nog zeggen: als de berg niet naar Mozes komt, dan komt Mozes wel naar de berg! Als we maar vertrouwen houden dat God met ons meegaat.
Dat het zou mag zijn. Amen.
Geloofslied Als God ons thuisbrengt
KLAARZETTEN BROOD EN WIJN, COLLECTE: INSTRUMENTALE MUZIEK
VOORBEDE
Laten wij bidden voor onze grote wereld, dat leiders, bestuurders en organisatie durver om keuzes te maken voor menselijkheid en gerechtigheid en voor behoud van natuur en diversiteit; dat het geloof en de visioenen leidend zullen blijven voor de richting die wij zelf samen kiezen. Laat ons zingend bidden . . .
Voorbede-acclamatie Het licht is kalm
Laten wij bidden voor de samenleving, waarvan wij deel uitmaken, dat we ons blijvend geroepen voelen ons verantwoordelijkheid te nemen, om zorg te dragen voor het welzijn van anderen, voor het schoonhouden van onze omgeving en voor het ruimte geven aan een ander, hoe verschillend we ook zijn. Laat ons zingend bidden . . .
Laten wij bidden voor nabije mensen, om wie wij veel geven, die voor ons voorbeeldig zijn, kracht uitstralen, liefde geven, recht doen, dat zij staande blijven in ons midden en ons geloof doen groeien. Laat ons zingend bidden . . .
En wij sluiten in onze gebeden in wat is opgeschreven in ons intentieboek . . . en wat er leeft in de stille verborgenheid van ons hart . . . en voor vandaag is speciaal ons gebed gevraagd voor José van der Velden, voor wie wij ook ene gedachtenis kaarsje aansteken . . .
Gedachtenis-acclamatie Mij nabij ben jij
TAFELGEBED
God, Jij die voor ons
zo onbegrijpelijk en ver weg bent,
maar die ons nabij wil zijn,
wees aanwezig in ons midden
en vervul ons hart met jouw goede Geest
waar wij de tekenen
van jouw aanwezigheid verstaan.
Jij hebt tot mensen gesproken
in dromen en visioenen,
in een roep en een ideaal
die hun de kracht gaven jouw weg te gaan.
Jij hebt hen gemaakt
van stotteraars tot enthousiaste redenaars,
van laffe kleine mensen tot mensen vol geloof,
die bergen konden verzetten.
Zo heb Jij ook tot ons het woord gericht,
uitgesproken door Jezus:
beeld van jouw goedheid,
beeld van jouw droom over de mens.
Hij leefde onder de mensen
en droomde van een volk,
van nieuwe mensen die,
één van geest en één van hart,
zich geroepen wisten tot elkaars geluk.
Op de avond, toen zijn tegenstanders hem naar het leven stonden,
heeft Hij brood in Zijn handen genomen,
zijn ogen opgeslagen naar Jou,
de zegen uitgesproken,
het brood gebroken
en met zijn leerlingen gedeeld
in de verwachting
dat zij dit gebaar begrepen
en het voortdurend zouden herhalen.
Zo nam Hij ook,
toen zij gegeten hadden,
de beker in zijn handen.
Hij sprak de zegen en het dankgebed,
reikte hem over aan zijn leerlingen en zei:
‘Neem deze beker, en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.’
Nadat Hij gestorven en begraven was,
Heb Jij hem als een droom in ons
laten verder leven.
Wij vragen Jou:
Laat jouw Geest ons aanzetten
om in zijn voetstappen verder te gaan,
doe ons onze roeping in het leven verstaan,
en laat die droom werkelijkheid worden.
Dat de eenzamen liefde moge vinden,
dat de rijkdom en de zorgen van het leven
ons niet mogen verstikken,
dat wij,
ieder op zijn of haar eigen plaats,
de ander weten te versterken
en te bevestigen
totdat Jij zelf onze dromen, idealen, visioenen
in vervulling doet gaan.
Zo brengen wij hulde en dank
door en met Jezus,
jouw Godsgeschenk,
en in de kracht van zijn Geest,
vandaag en tot in eeuwigheid.
Zoals wij bidden met de woorden die Hij ons meegaf, om tot Jou te bidden:
ONZE VADER
Laten wij bekeerd tot elkaar en verzoend met de ander, ook elkaar vrede wensen, omdat wij geloven dat vrede de enige weg is voor onze voeten. Wens elkaar de vrede: Vrede voor jou en voor jou en jou . . .
VREDESWENS
Vredeslied Mag jouw naam onze hulp zijn
UITNODIGING AAN DE TAFEL VAN BROOD EN WIJN
Wij delen geloof, hoop en liefde met elkaar; wij delen het leven met elkaar. Daarom is iedereen uitgenodigd om ook brood en wijn met elkaar te delen, opdat de symbolen en de rituelen van breken en delen ons doen groeien en sterker maken. Iedereen is welkom aan deze tafel, om te delen met Jezus.
Communielied Ik zoek bij jou naar toevlucht
Wij bidden ons dankgebed, om te kansen die wij krijgen:
Help mij te leren,
dat leren komt na vallen.
Dat veranderen pijn kan doen,
dat groeien niet vanzelf gaat.
Help mij te leren
dat leren in mijn hart begint;
dat kennis slechts het begin is,
dat ik helemaal mag opgaan in worden,
in ontwikkelen en in groeien: in zijn. Amen.
MEDEDELINGEN
SLOTGEDACHTE
De apostel Paulus doet een oproep tot geestelijke weerbaarheid in de woeligheden van de tijden: aan het einde van zijn brief aan de Efeziërs heet het in datzelfde laatste hoofdstuk: ‘Houd stand met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van . . . kwaad(willenden) . . . kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.’ (Ef 6,14-17)
ZEGENWENS
Moge de Eeuwige met ons gaan en mogen wij gaan met de Eeuwige: dat wij ons gesteund en gedragen weten door de Vader-Moeder en door de Zoon en door de Goede Geest. Amen.
Slotlied Dank u voor deze nieuwe morgen
