14 juni 2026Voorganger Franneke Hoeks | Lectoren Frans Langemeijer & Rinus van der Heijden
Melodiek o.l.v. Marcel van der Maeden | Piano Coby Wagemans
OPENINGSLIED De boom is de aarde dankbaar
WELKOM
Wat een mooi begin van deze viering. Dankbaarheid die overvloedig stroomt. Verwondering over alles wat ons gegeven is als startpunt van deze viering.
Als eerste lezing horen we woorden van de profeet Jesaja. Veel van Jesaja’s woorden zijn kritisch. Hij spreekt vaak over onrecht, machtsmisbruik en een gebrek aan vertrouwen in de Eeuwige. Profeten, en zeker ook Jesaja, zijn waarschuwers: Pas op! Houd het goede voor ogen! Vandaag horen we een andere klank van Jesaja. Een tekst vol hoop en belofte, gericht op die goede toekomst die komen gaat. De sfeer van het openingslied klinkt in deze Jesajatekst door. In ons tweede verhaal horen we hoe Jezus zó graag het goede wil voor de mensen dat hij anderen aanzet om op weg te gaan en, net als hij, voor groei, genezing en heling te zorgen.
Wij gaan vertrekken en kijken waar deze Bijbelteksten ons brengen. Ieder van ons heeft zijn of haar eigen vertrekpunt. Om ruimte te maken voor de stem van de Eeuwige worden we stil. In die stilte mag je neerleggen wat jou bezighoudt. In die stilte mag je even landen: hier, in deze ruimte, in dit gezelschap, in deze viering.
STILTE
GEBED
Eeuwige, wij zijn naar hier gekomen, ieder met eigen Verhalen, eigen vragen, eigen vreugde en verdriet. Soms zijn wij vol van onszelf, vol van wat moet, van wat geweest is, van wat ons bezighoudt. Maak in ons ruimte. Ruimte om te luisteren. Ruimte om geraakt te worden. Ruimte voor beweging. Open onze oren voor de oude verhalen die vandaag klinken. Open ons hart voor de wijsheid die daarin verborgen ligt. Open onze ogen voor jouw aanwezigheid in mensen, in muziek, in brood en wijn. Dat wij horen wat ons roept tot leven, tot moed, tot liefde. Amen. Acclamatie Een schoot van ontferming
1E LEZING Jesaja 12, 1-6
Op die dag zul je zeggen: ‘Ik zal U loven, EEUWIGE. U bent woedend op mij geweest, maar uw toorn is geweken, U troost mij. God, is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik ben niet bang, want de EEUWIGE is mijn sterkte, Hij is mijn beschermer, Hij heeft mij redding gebracht.’ Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding.
Op die dag zullen jullie zeggen: ‘Loof de EEUWIGE, roep zijn naam uit. Maak alle volken zijn daden bekend, verkondig zijn verheven naam. Zing een lied voor de EEUWIGE, machtig zijn zijn daden. Laat heel de aarde dit weten. Jubel en juich, inwoners van Sion, want groot is de Heilige van Israël, die in jullie midden woont.’
Lied Maak uw woord – met coupletten
2E LEZING Mattheus 9, 35-10-15
Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, Hij gaf de mensen onderricht in hun synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze uitgeput en hulpeloos waren, als schapen zonder herder. Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’
Daarop riep Hij zijn twaalf leerlingen bij zich en Hij gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, 3Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, Simon Kananeüs en ten slotte Judas Iskariot, die Hem zou uitleveren.
Dit waren de twaalf die Jezus uitzond, en Hij gaf hun de volgende instructies: ‘Neem niet de weg naar de heidenen en ga geen Samaritaanse stad binnen. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël en verkondig hun dat het koninkrijk van de hemel nabij is. Genees zieken en wek doden op, reinig mensen die door een huidziekte onrein zijn, en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem geen geld aan, geen gouden, zilveren of koperen munten voor in je gordel, vraag geen reistas mee voor onderweg, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want de arbeider is zijn brood waard.
Acclamatie maak uw woord – alleen refrein
OVERWEGING
De verhalen die we net hoorden voelen misschien als een vreemde combinatie. Dat lied van Jesaja dat overstroomt van dankbaarheid. Mensen die vanuit angst opnieuw durven te vertrouwen en daarover zingen.
In het evangelie zien we Jezus onderweg. Hij trekt van dorp naar dorp, ziet mensen, luistert naar hun verhalen. Mattheüs schrijft dat Jezus geraakt wordt door wat hij ziet: mensen die “uitgeput en hulpeloos” zijn. Bij die mensen is dat vreugdevolle vertrouwen ver te zoeken.
Dit prachtige lied van Jesaja vormt een soort rustpunt in verhalen vol dreiging in de eerste hoofdstukken van het boek Jesaja. Het is een lied van dankbaarheid midden in een wereld die verre van perfect is. Het lijkt soms wel een beetje bij ons mens-zijn te horen dat we er wereldwijd met elkaar een puinhoop van maken. Ook al dromen we van vrede, van het goede… Het lijkt zo simpel, maar blijkt in de praktijk ontzettend moeilijk. En soms is het er even, dat gevoel van vertrouwen: het komt goed.
Jezus is als rondtrekkende rabbi getuige van wat de mensen meemaken. Uitgeput en hulpeloos, zo omschrijft Mattheüs het gemoed van de mensen. Het zou zomaar 2026 kunnen zijn. Veel mensen ervaren vandaag een vorm van verdwaasdheid. We leven in een tijd van overvloed aan informatie, maar ervaren steeds meer gebrek aan richting. Conflicten die onoplosbaar lijken. Zorg voor een duurzame toekomst verliest het van het grote geld. Uitgeput en hulpeloos. Misschien dat de woorden van Mattheüs daardoor herkenning oproepen. Ook wij weten soms niet meer waar we houvast kunnen vinden.
Jezus komt niet meteen met wijze woorden. Hij kijkt. Hij ziet. Hij laat zich raken. Het Griekse woord (ἐσπλαγχνίσθη | esplanchnisthē) dat Mattheüs gebruikt, verwijst naar een medelijden dat je letterlijk in je ingewanden voelt. Het woord is afgeleid van splagchnon, dat ‘ingewanden’ of ‘darmen’ betekent. In de klassieke oudheid was dat de fysieke plek van sterke emoties. Soms heb je dat: dat iets je zó raakt dat je in je lijf voelt dat je in beweging moet komen. Dat je iets moet gaan doen.
Daarna zegt Jezus iets merkwaardigs. Hij spreekt over een grote oogst en weinig arbeiders. Dat klinkt alsof er enorm veel werk gedaan moet worden. Als het een beetje verkeerd uitpakt, word je al moe voordat je bent begonnen. Een zware klus.
Maar deze week las ik deze woorden anders. Misschien ziet onze rabbi wel hoeveel goedheid, moed, liefde en levenskracht er in mensen aanwezig zijn. Zoveel mogelijkheden om alles ten goede te keren. Als er maar mensen zijn die dat zien en daar een beroep op durven doen. Mensen die vertrouwen hebben dat het goede aanwezig is, ook wanneer het bedolven lijkt onder onverschilligheid over de zoveelste oorlog, klimaatcrisis of protesten tegen asielzoekers.
De leerlingen worden door Jezus op pad gestuurd. Niet om te gaan preken, maar om te gaan doen: genezen en heel maken. Ga het maar doen! Waar woorden mogelijk voor verwarring zorgen, zullen daden van mededogen verstaan worden.
Let op! We zitten hier nog midden in het actieve leven van Jezus. Het einde van zijn leven is nog niet in zicht. Aan het einde van Mattheüs klinkt opnieuw de oproep om de wereld in te gaan. Dat is logisch. Maar op dit moment? Midden in zijn actieve leven? Ik vind het wel intrigerend.
Misschien mogen we het zo opvatten: dat de leerlingen, dat wij, altijd brengers van het goede nieuws zouden moeten zijn. De leerlingen, wij, gaan doen wat hij doet. Gelijktijdig. Het is niet: eerst verkondigde Jezus het koninkrijk en nu doen zij, wij het. Nee, zij, wij doen het met hem en door hem. In die beweging van tot in de ziel bewogen mensen is hij aanwezig. Toen. Nu.
Wij voelen ons vaak ook een beetje ongemakkelijk als er in teksten zo duidelijk partij gekozen wordt. Niet naar de heidenen. Geen Samaritanen. Maar ook hier is het goed om te beseffen dat dit pas halverwege het verhaal is. Jezus is geen statische figuur, maar leert ook gedurende zijn leven. Aan het einde van zijn leven – volgens Mattheüs – worden de leerlingen expliciet naar alle mensen gestuurd en is er geen sprake meer van grenzen of hokjes. Ook Jezus leert al doende over de weidsheid van zijn boodschap. En ook dat hij het niet alleen kan doen. Dat visioen van het goede leven kan alleen door de inzet van velen tot stand komen.
Jezus vertrouwt zijn leerlingen, ons, die boodschap toe. Hij legt haar in de handen van – nou ja, we hebben hun namen gehoord – hele gewone en eenvoudige mensen: vissers, een tollenaar, een rebel, een verrader. Mensen uit het volk, mensen zoals jij en ik. Mensen die net als Jezus – als het een beetje meezit – tot in het diepst van hun ziel bewogen worden door wat er met andere mensen, met bevolkingsgroepen en met de aarde gebeurt.
Dan gebeurt er iets in je. Dan moet je in beweging komen om die oogst binnen te halen, om dat vreugdevolle vertrouwen van Jesaja gewoonweg te leven.
En dat doen we niet om iets te verdienen. Geld kan nooit het motief zijn. Dat is zo bijbels als ik weet niet wat. Geld en bezit mogen ons niet bepalen. Dus ga maar met lege handen en laat je verrassen door wat je onderweg tegenkomt.
En weet je? Je bent niet alleen. Als we goed om ons heen kijken, zijn we met velen op weg naar die andere wereld. Dus ga maar. Je kunt het. Ga maar. Wij kunnen het.
Geloofslied Hoe ver te gaan
KLAARMAKEN TAFEL| COLLECTE | MUZIEK
VOORBEDE
Laat ons bidden voor mensen die verdwaald raakten door oorlog, geweld of armoede. Voor vluchtelingen, ontheemden en allen die nergens meer thuis lijken te zijn. Dat zij mensen ontmoeten die niet wegkijken, maar hen zien met de bewogen blik van Jezus. Jij die onze gedachten raadt
Laat ons bidden voor hen die verantwoordelijkheid dragen in landen en samenlevingen. Dat zij niet kiezen voor angst, verdeeldheid of eigenbelang, maar putten uit de bronnen van wijsheid, rechtvaardigheid en medemenselijkheid waarover Jesaja spreekt.Jij die onze gedachten raadt
Laat ons bidden voor onszelf, voor een wereld die soms moe en uitgeput lijkt, voor mensen die zich machteloos voelen tegenover klimaatverandering, oorlogen en groeiende tegenstellingen. Dat wij de moed vinden om op weg te gaan, zoals de leerlingen werden uitgezonden: niet met grote oplossingen, maar met open handen, een bewogen hart
en woorden die vrede brengen.
Jij die onze gedachten raadt
Laat ons bidden voor alles wat werd toevertrouwd aan ons intentieboek.
We delen lief en leed rondom deze tafel. We mogen hier onze blijdschap uitspreken voor liefde die duurt:
Rondom deze tafel staan we stil bij mensen die we missen, namen die voortleven in ons hart, stemmen die soms nog met ons meelopen. Dat zij geborgen zijn in het mysterie van liefde dat groter is dan de dood. Koester de namen
TAFELGEBED
Wij zijn hier samengekomen rond brood en wijn, rond verhalen die ons voeden, rond herinneringen die ons dragen,
rond verlangen naar een wereld waarin mensen elkaar niet loslaten.Wij danken jou, Bron van leven, die opwelt waar mensen moed vinden, die stroomt waar mensen elkaar recht doen, die zichtbaar wordt in kleine gebaren van mededogen, in handen die delen, in stemmen die zingen tegen de wanhoop in.
Zoals de profeet zong: Wij mogen water scheppen uit de bronnen van bevrijding. Wij mogen drinken van hoop
wanneer het leven dor en droog wordt. Wij mogen zingen van dankbaarheid, omdat liefde sterker blijkt dan angst.
Daarom voegen wij onze stemmen bij allen die ons zijn voorgegaan: mensen van geloof en twijfel, zoekers en zieners,
dromers en doeners, allen die blijven geloven dat deze wereld menselijker kan worden.
We danken jou voor Jezus van Nazareth, die rondtrok door steden en dorpen, die mensen zag zoals zij werkelijk waren:
vermoeid, zoekend, verdwaald, verlangend naar uitzicht. Hij keek niet weg van pijn, maar liet zich raken. Hij sprak woorden van hoop, bracht mensen bijeen en zond zijn vrienden op weg om hetzelfde te doen.
En toen hij wist dat zijn weg hem alles zou kosten, op die laatste avond aan tafel met zijn vrienden, nam hij het brood,
dankte voor het leven, brak het en deelde het rond.En hij zei: Neem en eet. Laat dit brood jullie herinneren
dat een mens pas werkelijk leeft wanneer hij zichzelf durft te delen. Wanneer jullie dit brood breken, denk dan aan mij en houd mijn geest levend onder jullie.
Zo nam hij ook de beker met wijn. Hij sprak een zegen uit en liet de beker rondgaan. En hij zei: Drink hieruit, jullie allen.
Laat deze wijn jullie herinneren aan het verbond van liefde dat geen grenzen kent. Wanneer jullie uit deze beker drinken, blijf dan geloven dat een andere wereld mogelijk is, en wees zelf een teken daarvan.
Zo gedenken wij Jezus, niet als iemand van vroeger, maar als een levende inspiratie die mensen nog altijd in beweging zet. Zoals hij brood brak, willen ook wij delen. Zoals hij mensen zag, willen ook wij leren zien. Zoals hij zijn vrienden uitzond, willen ook wij op weg gaan. Zend daarom uw Geest van wijsheid en moed over dit brood en deze wijn en maak ons tot mensen die water dragen naar dorstige plaatsen, die hoop brengen waar moed ontbreekt, die licht ontsteken waar duisternis heerst. Want zo wordt jouw naam groot: niet door macht, maar door menselijkheid; niet door woorden alleen, maar door liefde die handen en voeten krijgt. ONZE VADER
VREDESWENS| VREDESLIED Angus Dei
Delen van brood en wijn
LIED Voor mij alleen de weg
MEDEDELINGEN
SLOTGEDACHTE
Vader en zoon lopen in het bos. Plotseling struikelt de jongen en omdat hij pijn voelt roept hij: ‘Ahhhh’. Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen die ‘Ahhhh’ roept. Vol nieuwsgierigheid roept hij: ‘Wie ben jij?’ en hij krijgt als antwoord: ‘Wie ben jij?’. Hij wordt kwaad en roept: ‘Je bent een lafaard’ waarop de stem antwoordt: ‘Je bent een lafaard’Vragend kijkt de jongen zijn vader aan. De man zegt: ‘Zoon, let op’ en roept: ‘Ik bewonder jou’. De stem antwoordt: ‘Ik bewonder jou’
Vader: ‘Jij bent prachtig’ en de stem: ‘Jij bent prachtig’ De jongen is verbaasd, maar begrijpt het nog steeds niet. Daarop legt de vader uit: ‘De mensen noemen dit echo, maar in feite is dit het leven. Het leven geeft je altijd terug wat jij er zelf in brengt. Het leven is een spiegel van jouw handelingen. Als je meer liefde wilt, geef dan meer liefde! Wil je meer vriendelijkheid, geef dan meer vriendelijkheid!
ZEGENWENS
Laten wij op weg gaan,
dankbaar voor wat ons gegeven is,
wakker voor wat gedaan moet worden.
Mogen wij onze zegeningen tellen,
zonder de nood van de wereld te vergeten.
Mogen wij het goede doen waar wij kunnen,
licht brengen waar schaduw valt,
en hoop bewaren waar moed ontbreekt.
Zo worden wij elkaar tot zegen,
vandaag, morgen
en alle dagen die komen.
steeds gedragen door de Eeuwige
die we kennen als vader/moeder, zoon en heilige geest. Amen.
SLOTLIED Een stad zal uit de hemel dagen
