Skip to content Skip to sidebar Skip to footer

Voorganger: Daniёlla Martina
Lectoren: Corrie Dansen en Rinus van der Heijden
Melodiek  o.l.v. Marcel van der Maeden
 
Pianist Coby Wagemans

Openingslied: Dit huis vol mensen

Welkom Openingslied: Dit huis is een huis waar de deur openstaat

Welkom
Goedemorgen allemaal op deze zondag 19 april. Welkom in deze viering ongeacht of je hier voor het eerst bent of je hele leven al komt of iets daar tussenin. Ook van harte welkom namens Corrie Dansen en Rinus van der Heijden, met wie ik vandaag voor mag gaan rondom woorden uit de Heilige Schrift en het delen van wat ons roert in het leven.
Pasen ligt alweer twee weken achter ons. Jezus is net uit ons midden weggerukt en opgestaan. Samen met de leerlingen gaan we vandaag met dit gegeven op weg. En hoe doen we dat? Wat hebben we hierbij nodig? We kunnen niet op weggaan zonder het licht van de Paaskaars. Teken van dat nieuwe leven.
Corrie wil jij dit licht aansteken? Evenals het licht van de vredeskaars. Belofte om
vrede meenemen te nemen in ons hart wanneer we samen op weg gaan.

Gebed
Laat het stil worden in ons…
In onze kwetsbaarheid
In onze machteloosheid
Op momenten dat ons de mond gesnoerd wordt
Op momenten dat we anderen niet de ruimte geven
voor wie bang is, voor wie moe is, voor wie zich alleen voelt.
Voor een wereld die zoekt naar richting…
Laten we ons voeden met hoop, met vertrouwen
Heb lief zover als we kunnen reiken.
Liefdevolle, wees in ons
Als een lichtend vuur dat ons voortdrijft
In deze viering en in ons leven.

Acclamatie: Dan nog

INLEIDING OP LEZINGEN


Jesaja 43, 1-12  Rinus
Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:
Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!
Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd.
Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.
Want ik, de HEER, ben je God,de Heilige van Israël, je redder.
Voor jou geef ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil ik in tegen jou.
Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je
dat ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden.
Wees niet bang, want ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug,
uit het westen breng ik jullie bijeen.
Tegen het noorden zeg ik: Geef hier! Het zuiden gebied ik: Laat los!
Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde,
allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die ik omwille van mijn majesteit
geschapen heb, gemaakt en gevormd.
Laat dit volk naar voren treden, een blind volk, ook al heeft het ogen, doof, ook al heeft het oren.
Alle volken zullen zich verzamelen, alle naties komen bijeen.
Wie van hun goden heeft aangekondigd wat eertijds nog te gebeuren stond?
Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen, opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’
Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –, mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb
opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat Ik het ben.
Vóór Mij is er geen god gevormd, en na Mij zal er geen zijn.
Ik, Ik ben de Heer! Buiten Mij is er niemand die redt.
Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht, jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde.
Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –, dat Ik alleen God ben

Lied: Ieder, alles, kleinste en grootste

Mattheus Johannes 21, 1-14
Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was. Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. ‘Gooi het net aan stuurboord uit,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op – meer had hij niet aan – en sprong in het water. De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’ Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde hem te vragen wie hij was, ze begrepen dat het de Heer was. Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en hij gaf hun ook vis. Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan.

Lied: Alles wacht op U

Overweging
Het is nog vroeg in de ochtend. Het is muisstil en donker om hen heen wanneer ze de boot op gaan. Het water ligt er stil bij, want de nacht heeft nog niet plaats gemaakt voor de dag. Zelfs de vogels zingen nog niet hun eerste coupletten om het ochtendgloren aan te kondigen… zelfs zij slapen nog even door in de stilte van de late nacht.
De leerlingen zijn teruggekeerd naar iets wat hen vertrouwd is: het meer, de boot, de netten. Alsof alles wat er gebeurd is — het verraad, de ontkenning, het lijden, de dood, de verhalen over opstanding — even veel te groot is om vast te houden. Dus gaan ze in een soort vlaag van verdwaasheid, iets doen dat ze kennen. Ze gaan doen wat ze altijd hebben gedaan. Ze gaan vissen. Althans dat is de bedoeling. Die nacht wordt er echter helemaal niets gevangen. Nog geen rivierkreeftje. Wat er wel is op het dek van de boot, in de stilte van de nacht? Leegte. Verdwaasdheid, Vermoeidheid. Misschien ook wel twijfel. Wat nu?Op deze voor hen zo herkenbare plek. Daar waar hun leven volledig op de kop is gezet, grijpen ze terug naar wat ze altijd deden. Herkenbaar misschien ook wel voor ons. Teruggrijpen naar vertrouwde dingen in tijden van verdwaasheid in de hoop dat het ons houvast geeft. Maar vaak blijft het stil. Blijft het leeg. En misschien herkennen we daarin ook iets van onze wereld nu.
Een wereld waarin zoveel tegelijk schuurt en wringt. Oorlogen die blijven doorgaan, mensen die op drift raken, een aarde die onder druk staat. Het voelt alsof we maar blijven werpen met onze netten — met plannen, woorden, goede bedoelingen — en toch vaak met lege netten, lege handen terugkomen. In die machteloosheid vinden we misschien ook wel de pijnlijke gedachte: hoe houdbaar is dit nog? We gaan terug naar de leerlingen. Daar op de boot, in de vertwijfeling, daar waar langzaam de nacht ruimte begint te maken voor het ochtendgloren, staat daar plotseling iemand op de oever in het eerste licht. Ze herkennen hem niet. Plotseling doorbreekt hij de stilte en roept naar hen en stelt een eenvoudige vraag: “Hebben jullie iets te eten?”
Het antwoord van de leerlingen is kort: “Nee.” Alsof daar in dat korte antwoord alles besloten ligt. Niet alleen de nacht waarin de leerlingen zich bevinden, maar ook in onze tijd: we weten het niet. We weten niet hoe we het op kunnen lossen. We redden het niet alleen. Dan zegt Hij, de man aan de oever: “Gooi het net uit, rechts van de boot.”
En tegen alle logica in, misschien ook wel vanuit die verdwaasdheid, doen ze het. En ineens is daar overvloed. Zoveel dat het net het bijna niet houdt. De leerlingen zijn met stomheid geslagen. Want ze worden nog steeds omringd door de nacht…maar in dat beginnende ochtendgloren wordt diezelfde donkere werkelijkheid opengebroken. Niet iets dat vanuit hunzelf komt maar van buitenaf. Op dat moment valt het kwartje: Het is Jezus! Zo zie je maar dat ook een kwartje wonderlijk kan rollen… Want wat hier gebeurt, is meer dan alleen een wonderbare visvangst. Het is een moment van herkenning. Niet omdat alles opeens is opgelost, niet omdat de machteloosheid er opeens niet meer is, maar omdat in die overvloed iets zichtbaar wordt van een diepere waarheid: dat leegte niet het laatste woord heeft. En daar, midden op die oever, laten de eerste vogels hun eerste gefluit horen en in hun gezang klinkt als het ware een oude belofte mee — woorden die al eeuwen eerder zijn uitgesproken: “Wees niet bang, Ik heb je bij je naam geroepen, Ik ben bij je.” Juist in een wereld die soms onhoudbaar voelt, klinkt dat als een tegenstem. Niet als ontkenning van wat er misgaat, maar als een belofte daar dwars doorheen. De leerlingen worden niet geroepen omdat ze sterk zijn, maar juist op dit moment waarop ze met lege handen staan. Juist wanneer ze niet weten hoe het verder moet. Juist wanneer er een waas over hun leven is neergedaald. En precies dan worden ze opnieuw gezien en aangesproken.
Misschien is dat ook waar wij soms staan. Met lege handen.
Niet met oplossingen die alles keren.
Niet met controle over hoe het afloopt.
Maar wel met een keuze: durven we, ondanks alles, te vertrouwen dat dit niet het einde is? Dat er, hoe onzichtbaar ook, iets groeit dat sterker is dan wat gebroken is? Vertrouwen niet als naïviteit. Maar veel eerder als een vorm van moed.
Een manier van leven dat zegt: ik laat me niet verlammen door wat niet kan, maar blijf me richten op wat wél mogelijk is — hoe klein ook. Veerkracht in de mens die blijft proberen…blijft geloven, blijft vertrouwen. Zoals de leerlingen hun netten opnieuw moesten uitwerpen, zo worden wij uitgenodigd om te blijven handelen, te blijven hopen, te blijven omzien naar elkaar. Niet omdat wij de wereld dragen, maar omdat we gedragen worden. En weet je wat ik nu zo mooi vind? Aan het einde van het verhaal eten ze samen. Brood en vis, wordt gedeeld in alle eenvoud, daar aan de rand van de oever. Geen grootse oplossingen, maar gemeenschap. In nabijheid, met aandacht, samen. Dat is de plek waar herstel begint. Daar in de kleine gebaren vinden dagelijks wonderen plaats.
Niet in één grote ommekeer, maar in tekenen van leven die zich aandienen, juist waar wij ze niet meer verwachten. En dat wij, midden in alles wat wankelt, toch durven leven vanuit die belofte:
dat we gekend zijn, geroepen, en nooit worden losgelaten.

Geloofslied
: Zoudt Gij ooit mij beschamen?

Klaarzetten brood en wijn

Collecte


Voorbeden Rinus


Lied: Oh lord hear my prayer

Hoor ons bidden Nabije, om moed.Dat we durven ingaan tegen de stemmen van haat,De blikken van minachting ook als wijzelf liever zwijgen.
Ga met ons mee. Met lege handen en woorden van liefde. Zie ons gaan en geef ons handen om te troosten.
Zingen we:
Heer ons bidden Nabije, om het vertrouwen
Dat we gedragen worden ook wanneer alles leeg lijkt en de machteloosheid zich maar blijft opdringen
Ga met ons mee, en blijf, ook als wij ons van U afkeren uit verdwaasheid.
Zingen we:
Hoor ons bidden Nabije, om samen delen, in een gastvrijheid over alle grenzen heen,
dat wij ruimte maken voor de ander, ook als die ander ons vreemd is, of onze zekerheden bevraagt,
onze rust verstoort. Ga met ons mee, en breek open wat in ons gesloten is.
Zingen we:
Hoor ons bidden Nabije, om vrede dat we ons niet laten verlammen door het nieuws in de wereld
Ga met ons mee, laat ons geïnspireerd raken door de kleine dingen om ons heen,
in die wonderlijke wereld waar kwartjes soms wonderlijk kunnen rollen,en hoop groeit waar wij haar niet verwachten. Wij bidden ook voor alle gebeden die zijn neergeschreven in dit boek en voor alles wat stil in ons hart woont. Wij bidden voor allen die wij missen en vandaag in het bijzonder voor:
Met liefde noemen wij de namen waarvoor een intentie is gevraagd en denken wij  terug en aan iedereen die wij missen in ons midden.  Dat wij erop mogen vertrouwen dat zij gedragen worden in Uw liefdevolle koestering. Amen

Lied: Gedenk ons hier bijeen

Tafellied: Gij die weet


Tafelgebed
Nabije,Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.Maar soms herinneren wij ons een naam, een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht, Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham.
In hem zou voorgoed aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat: weerloos en zelveloos, dienaar van mensen. Laten we daarom in die herinnering zoals Jezus van Nazareth ons voor deed voor hij met zijn vrienden aan tafel ging, deze woorden, dit gebed samen uitspreken:

Onze Vader

Vredesgroet
Heb vertrouwen, heb lief, wees vrede. Laten we elkaar vrede blijven toewensen. Vrede en alle goeds!

Vredeslied: Vrede voor jou


Gebed
Zegen dit brood en deze beker, en maak ons tot mensen die blijven delen, blijven zorgen, en durven vertrouwen. Laat ons hier iets proeven van uw nabijheid, die ons draagt en voortbeweegt.
Want aan deze tafel, tafel van hoop en vertrouwen, waar een plaats is voor iedereen
Waar iedereen welkom is, daarvoor ben je van harte uitgenodigd als je ervoor voelt. Zoals je bent!

Uitdelen brood

Gebed
Wat een geluk. Dat we hier samen zijn
Wat een geluk. Dat we brood en wijn breken en delen met elkaar
Wat een geluk. Dat we samen mogen zingen van hoop
Wat een geluk. Wanneer we iets van God mogen ervaren
Gewoon hier in ons midden. Amen

Mededelingen

Slotgedachte
Zo vroeg een rabbi eens aan zijn leerlingen hoe je weet wanneer de nacht ten einde is en de dag begint. De één zei: dat is wanneer je een geit van een schaap kunt onderscheiden. Nee, zei de rabbi. Is het dan wanneer je van verre een vijgenboom kunt onderscheiden?, vroeg een ander. Nee, zei de rabbi, het is als je in het gezicht van de mens die je tegenkomt kunt kijken en daarin het gezicht van je broer of zus ziet. Totdat het zover is, is de nacht nog bij ons.

Zegenwens

We sluiten af met woorden van zegen die ons mogen begeleiden in de week die we tegemoet gaan: Dat God je mag zegenen met heilige onrust,
dat je niet te snel genoegen neemt met makkelijke antwoorden,
en blijft zoeken naar wat echt en goed is. Dat je je gezegend mag weten met een vleugje verontwaardiging,
precies genoeg om je in beweging te brengen
wanneer je onrecht ziet.
Dat je gezegend bent met heilige dwaasheid,
dat je durft te geloven dat jouw kleine gebaar ertoe doet,
zelfs als anderen zeggen dat het geen zin heeft.
Dat God ons mag zegenen met goede moed
Om te doen wat nodig is
Ook als het onmogelijk lijkt.
Dat we zo gezegend op weg mogen gaan naar morgen en overmorgen,
dragend wat we kunnen brengen,
in vertrouwen dat het ertoe doet.
In de naam van de Vader/ de Moeder, de Zoon en de Heilige Geest. Amen

Slotlied: Op weg naar morgen en overmorgen (98)



Leave a comment

Op de Agenda

Viering Pinksteren NIET IN CELLO

24 mei 2026 10:00
Op 24 mei wordt de viering van Pinksteren verzorgd door het Beraad van Kerken in ‘s-Hertogenbosch in samenwerking met Jazz in Duketown. Marcel van der Maeden, ds. Ruud Stiemer en…

Viering

31 mei 2026 10:30
U bent van harte welkom in de viering om 10.30 uur in Cello, van der Eygenweg 1 in ‘s-Hertogenbosch. Heleen Hendrikx is de voorganger. De muzikale ondersteuning in de viering…
Inloophuis en kantoor Ordune
Schaarhuispad 1315231 PP Den BoschOp de eerste en derde woensdag van de maand staat de koffie klaar tussen 10.00 en 11.30 uur. U bent welkom!
NL96 INGB 0006 0407 13
Vieringen in Dagcentrum Eygenweg
van der Eygenweg 15231 PA ‘s-Hertogenbosch

San Salvator gemeenschap 2026