Voorganger: Truus van Kaam
Samenzang
Lezing uit de profeet Jeremia
Er komt een tijd – godsspraak van Jahwe – dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit; geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte te leiden.
Want dit verbond hebben zij verbroken, ofschoon Ik hun meester was – godsspraak van Jahwe -.
Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit:
Ik schrijf mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart.
Ik zal hun God, en zij zullen mijn volk zijn.
Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden: `Leer Jahwe kennen.’ Want iedereen, groot en klein, kent Mij al – godsspraak van Jahwe -. Ik vergeef hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.
Dit zegt Jahwe, die de zon heeft gemaakt als het licht voor de dag, de maan en de sterren als het licht in de nacht; die de zee opzweept dat de golven bruisen.
Evangelie Johannus 2,1-11
Op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. 2Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd. 3Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus tot Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” 4Jezus zei tot haar: “Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen.” 5Zijn moeder sprak tot de bedienden: “Doet maar wat Hij u zeggen zal.” 6Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. 7Jezus zei hun: “Doet die kruiken vol water. Zij vulden ze tot bovenaan toe.” 8Daarop zei Hij hun: “Schept er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester.” Dat deden ze, 9en zodra de tafelmeester het water proefde dat in wijn veranderd was (hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden, wisten het wel), riep hij de bruidegom en zei hem: 10“Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.” 11Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem. 12Daarna daalde Hij af naar Kafárnaüm. Hijzelf en zijn moeder, de broeders en zijn leerlingen; maar zij bleven daar slechts enkele dagen.
Heer, hoor mijn gebed….(2x)
U, die uw verbond in onze harten legde,
Wij bidden U, hoor onze noden
Wees aanwezig in onze dagelijkse dingen
Wijst U ons wegen naar gerechtigheid en respect voor iedere mens
U, die onze namen in de palm van Uw hand schreef,
Wil ons leren ook elkaar te behoeden en te bewaren
Open onze ogen voor de noden en verlangens van iedere mens,
voor de goede wil van zoveel mensen in andere culturen.
Wek in ons de gezindheid hen te aanvaarden als boers en zussen
U, die de zon gemaakt hebt als licht voor elke dag
Doe Uw licht opgaan in onze harten
Dat wij steeds mogelijkheden zoeken om vrede te stichten,
Om licht te brengen waar het duister is
Om terneergeslagenheid te helpen omkeren naar nieuwe moed,
nieuw leven, zin in het leven
Heer, hoor mijn gebed
Wij bidden U, voor de leiders in onze wereld
Wekt U hun zachtheid weer
Opent U hun harten voor Uw oproep
om wegen van gerechtigheid en barmhartigheid te gaan,
om het geluk en welzijn boven economische belangen te laten gaan.
Heer, hoor mijn gebed
Bidden wij in stilte…
Koester de namen
