San Salvator geloofsgemeenschap Weekendviering Eerste Paasdag
5 april 2026
Voorganger Marcel van der Maeden
Openingslied Dit is de dag
ontsteken Paaskaars en Vredeskaars
Welkom en opening
Gezegend, jij mens, van Pasen, omdat je bent geroepen om licht en leven te zijn en dat te geven aan elke andere mens die op jouw weg komt. Wees mens, wees gezegend!
Wees voorbereid. Wees mens.
V: De Heer is waarlijk opgestaan!
A: DE HEER IS WAARLIJK OPGESTAAN!
Halleluia. Amen.
Welkom
Zalig Pasen! Goede morgen. Welkom.
Fijn dat jullie er allemaal zijn. Weet dat je welkom bent, vandaag weer hier gekomen, nadat wij de afgelopen dagen en ook weken al zoveel keren inspirerende vieringen hadden met elkaar. Ook heten wij welkom wie hier vandaag voor het eerst is of af en toe komt. Weet dat je welkom bent en dat wij voor het aangezicht van God staande allemaal gelijk zijn, namelijk zijn verlichte kinderen.
We vieren vandaag de opwekking van Jezus uit zijn graf: het graf is open en leeg. Waarom zoek ik de levende bij de doden? Ik mag op een andere, nieuwe manier kijken, anders dan ik tot nog toe gewend was. Alles komt in een nieuw perspektief te staan. We hebben ons voorbereid en nu is het zover: nieuw licht: nieuw leven. Want God, jij hebt mij geroepen en ik zal blakend nieuw en bloot naast jou staan in licht onstuitbaar vrij zo nieuw als Jij.
In alle uitbundigheid van het Paasfeest is het goed om nu eerst naar binnen te keren, om het stil te maken en te bidden, vanuit ons diepste zelf.
Gebed
Laten wij bidden:
Goede God,
nu we Pasen vieren,
het feest volop klinkt inonze harten,
danken wij U voor Jezus, die leeft en bij U is,
en die voor ons bidt als onze hogepriester.
Hij is door het lijden heen gegaan,
gestorven aan het kruis,
maar U hebt Hem verhoogd én verheerlijkt.
U hebt voor ons een nieuwe weg geopend;
leven door de dood heen,
hoop ondanks alles,
en liefde die blijft.
Heer Jezus,
soms missen wij U,
U bent opgestaan, U leeft,
maar wij zien U niet.
Laat ons voelen dat U dichtbij bent,
dat wij welkom zijn bij U,
en dat U de weg voor ons openhoudt.
Geest van God,
leer ons leven in Uw kracht,
met open handen, een warm hart, en ogen die zien waar liefde nodig is.
Gebruik ons als mensen van hoop,
als getuigen van het nieuwe leven.
Wij zijn voorbereid; we zijn bereid. Amen.
Acclamatiezang Een schoot van ontferming
Inleiding op de lezingen
Wij lezen ook vandaag we volgens het vaste lezingenrooster.
Dadelijk zal Maria Claessens voor ons de eerste lezing lezen uit het boek Exodus, het boek van de uittocht, op het feest van de uittocht. bij het recent bevrijde volk daalt het moreel nu echter keihard, omdat het vreest, dat de Egyptisch legers hen nu toch weer zullen achterhalen en doden.
Daarna zal Albrecht Beeftink voor ons het paasevangelie lezen over Maria van Magdala die naar het graf van Jezus gaat en dat geopend en leeg aantreft, maar wel een ontmoeting heeft met . . .
Eerste lezing
Exodus 14,9-14
9-10De Egyptenaren achtervolgden hen, en haalden hen in bij Pi-Hachirot, waar het volk van Israël zijn kamp had opgeslagen, dicht bij de zee, tegenover Baäl-Sefon. Toen de Israëlieten de farao zagen naderen, met al zijn paarden, wagens en ruiters en al zijn voetvolk, werden ze doodsbang en riepen ze de Eeuwige luidkeels om hulp. 11Ze zeiden tegen Mozes: ‘Waren er soms in Egypte geen graven, dat u ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven? Hoe kon u ons dit aandoen! Waarom hebt u ons uit Egypte weggehaald? 12Hebben we niet al in Egypte gezegd: “Laat ons toch met rust, laat ons maar als slaven voor de Egyptenaren werken, want dat is altijd nog beter dan om te komen in de woestijn”? 13Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de Eeuwige vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien. 14De de Eeuwige zal voor u strijden, u hoeft zelf niets te doen.’
Tussenzang Hoe ver te gaan
Evangelielezing
Johannes 20,1-18
1Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald. 2Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’ 3Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan. 10De leerlingen gingen terug naar huis.
11Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’ 14Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’ 16Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’. 17‘Houd Me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18Maria van Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.
Evangelie-Acclamatie Wat vrolijk over u geschreven staat
Overweging
Jezus, opgestaan uit de dood, gaat voor ons uit naar de Vader. Dat krijgen we nu te horen. Het nieuwe licht van de nieuw morgen straalt ons tegemoet. Zo worden ook wij opgewekt om te gaan. We zijn we klaar voor. We hadden ons immers voorbereid. We hebben de afgelopen tijd extra prikkels opgezocht, onszelf extra uitdagingen en beproevingen opgelegd. Nu gaat dat zijn vruchten afwerpen, nu vinden we nieuwe balans, nu krijgen we rust om tot onszelf te komen.
‘Dan zal ik leven’: zo eindigden we gisteravond aan het einde van onze Paaswake. Nu zou je met een ander lied kunnen beginnen: ‘Vroeg in de morgen donker was het nog . . . ‘ en het lied spoort ons aan om te gaan, om voor goed in beweging te komen en te blijven: met Jezus mee, de Vader tegemoet.
We weten het allemaal: Pasen is geen lentefeest. Het gaat niet om de natuur die uit de dood opstaat, maar om de Messias die uit de dood ten leven wordt gewekt en dat is geen natuurlijk; biologisch of vanzelfsprekend lentegebeuren, alsof het zou zijn gekoppeld aan de natuurlijk gang langs de seizoenen. Ne, het is het breken met de dood, het kwaad en zondige structuren. Breken met de cultuur van de dood en juist het gelovend omarmen van een goddelijke cultuur van het leven. Dat God aan de kant staat van alle gemartelden en gekruisigden en de hoop dat recht wordt gedaan aan de verworpenen der aarde.
Pasen is geen natuurgebeuren en toch ontkomen we er niet aan: aan de chocolade-Paaseieren, te duur vanwege de torenhoge cacao-prijzen, of aan de eieren bij het paas-ontbijt, al of niet met een gevreesde hoeveelheid PFAS erin. Daarom is het juist een goed idee om met Pasen het zuchten van de gekruisigde schepping te benoemen. De dieren, onze medeschepselen, die in de bio-industrie gemarteld en gedood worden. De wapenindustrie, met ook ‘gewasbeschermingsmiddelen’ en kunstmest. De aardse uitbuiting die haaks staat op het delen van brood en vis en wijn met mensen en medeschepselen. En nee, het zijn niet alleen de boeren die in deze doodse cultuur gevangen zitten, wij zijn het allemaal! Kyrie eleïson: Heer ontferm u, wees genadig, barmhartig over ons, doe ons opstaan uit dat doodse bestaan!
Uit de lezingen van vandaag leren we dat vooral de lijdende en komende Heer degene is die gemeenschap sticht, mensen bij elkaar roept en hen helpt elkaar te helpen. Dat zet ons in een nieuwe ‘state of mind’. In de schijnbaar hopeloze situatie die ontstaan, voor het naar vrijheid gevluchte volk, dat nu klem raakt valt het leiderschap van Mozes op. Dat leiderschap berust op zijn onbegrensde vertrouwen op de Eeuwige, die de zee zal splijten voor de doortocht van het volk. De Eeuwige is redding, in het Hebreeuws Jehosjua.
Ja, die naam hoorden we toen en herkennen we nu weer en die betekent des te meer: richt je nu (Kol. 3,1) op God en niet op een slavenhuis, want de Eeuwige is redding.
Het splijten van de Rietzee en de weggerolde steen voor het graf van Jezus zijn prachtige beelden voor die redding en de mogelijkheid tot overgang van ‘dood’ naar ‘nieuw leven’ voor mensen die kiezen voor de weg van de Eeuwige, zoals die ons op de Sinaï werd gegeven en door Jezus is voorgeleefd.
Opvallend zijn de emoties die het lege graf bij Maria van Magdala oproept, waardoor zij niet kan loslaten wat ze gezien heeft. Zo verkondigt zij als eerste de opstanding, als een ware apostel voor de apostelen. Hoe komt het toch dat dit nadrukkelijke gegeven zo’n geringe rol gespeeld heeft in die gelovige, nieuwe gemeenschap die zich later na Jezus’ dood verder ontwikkelde? Te veel maatschappelijke tegendruk, zoals ook nog steeds in onze tijd?
Hoe zou de kerk eruitgezien hebben, wanneer niet de rationaliteit maar het ‘hart’ er meer op de voorgrond had gestaan? Stel dat je na het bezoek aan het graf niet naar huis ging om over te gaan tot de orde van de dag, maar juist bleef wachten op een teken van Leven, in de stille overtuiging dat er altijd zo’n teken zal komen wanneer je je hart gegeven hebt aan de Eeuwige door zijn Weg te volgen, zoals Mozes dat deed, en Jezus. In dit verband is het aardig te bedenken dat het Latijnse werkwoord credo, betekent ‘ik geloof’. En onze eigen Kerkmoeder José Vos, legt dan met genoegen aan ons uit dat ‘credo’ een samentrekking is van de woorden cor, ‘hart’, en do, ‘geven’. Zo is credo dat je je hart geeft, in onbeperkt vertrouwen. Als je je hart aan de Eeuwige geeft, zoals Mozes deed, en zoals Maria deed toen zij haar hart aan Jezus gaf, dan moet je dat niet stil houden. Vertel aan je broers en zussen dat Jezus ons nog altijd voorgaat en oproept tot navolging. De Eeuwige is redding, Jehosjua, weet je nog, God redt. Als je die doortocht aandurft, als je de weg van Jezus volgt met hart en verstand, kun je vertrouwen op thuiskomen bij de Eeuwige.
Wees voorbereid, wees mens, zoals we tegen elkaar zeiden op aswoensdag. In die lijn mogen we de komende dagen weer een paar voorbeeldige mensen gedenken, terwijl we ons dan realiseren dat we als mensheid helaas zo weinig en zo traag leren: Dominee Dietrich Bonhoeffer, theoloog, predikant, verzetsstrijder tegen het nazisme; Pater-Jezuïet Frans van der Lugt, priester en martelaar, in Syrië vermoord; Huub Oosterhuis, theoloog, dichter en liedmaker.
Vorige week op Palmpasen was het motto ‘Bereid je voor – eind in zicht’: maak je klaar om het ergste te kunnen uithouden: nu is het thema: zoek een nieuw evenwicht, vind balans, zodat je verlicht en opgetild je weg kunt vervolgen. Het nieuwe licht van het nieuwe leven straalt je tegemoet; kijk maar uit dat het je niet verblindt, maar geniet er vervolgens ook van, koester je in de weldaad van het bevrijd zijn: nieuw leven in het nieuwe licht.
Dat het zo mag zijn. Halleluia. Amen.
Geloofslied Licht dat ons aanstoot
Klaarzetten van brood en wijn, uitnodiging tot persoonlijke bijdragen in de collecte, instrumentale muziek
Voorbede
Wij bidden om nieuw licht en nieuw leven voor onze wereld die in oorlogszuchtige razernij vijanden uitschakelt en economische chaos aanwakkert, dat wij tot zinne komen en met menselijke openheid proberen te ander te als mens te herkennen en ontmoeten.
Acclamatie Gij hart, Gij bron van leven
Wij bidden om nieuw licht en nieuw leven in onze nabije omgeving, dat wij waken voor polarisatie en mildheid zoeken in het omgaan met mensen die andere levensstijlen hebben en van wie wij lijken te vervreemden.
Acclamatie Gij vuur, dat voor ons uittrekt
Wij bidden om nieuw licht en nieuw leven voor mensen die leven met somberheid en verdriet, die moeite hebben om vooruit te kijken in hun eigen leven, dat wij voorbeelden en wegwijzers voor hen kunnen aanduiden: voor gebrokenen, verwarden, eenzamen: voor mensen die leven met het gemis van een dierbare.
Wij sluiten in onze gebeden ook in wat is opgeschreven in ons intentieboek, en wat leef in de geborgenheid van ons binnenste . . .
Acclamatie Gij woord, dat voor ons mens wordt
Tafelgebed
Hoe hoopgevend is jouw naam:
Ik zal er zijn.
Hoe bevrijdend is jouw licht:
warm en verhelderend
Hoe liefdevol is jouw hand:
open en nabij
Hoe verfrissend is jouw bron:
zuiver en levengevendjouw naam dragen wij met ons mee,
jouw licht willen wij uitdragen,
jouw hand maken wij tot de onze,
jouw bron laat ons leven stromen
om mens te zijn,
zoals Jij je had ingebeeld,
zorgend voor de aarde,
voor al wat leeft en is,
om mens te zijn,
zoals eens Jezus,
die ons voorging,
opkwam voor anderen,
trouw bleef aan Jou,
en zo aan zichzelf.
In de avond voor zijn sterven aan het kruis
toonde hij nog eenmaal
wie hij was en blijven wou voor ons.
In het bijzijn van zijn vrienden heeft hij brood genomen,
dankte Jou voor het brood,
brak het en deelde het aan zijn vrienden met de woorden:
‘Neem en eet van dit brood, dit is mijn leven, ik geef het aan jullie.’
Hij nam een beker, sprak een dankgebed,
en zei daarbij:
‘Drink hieruit en proef van mijn liefde,
zodat mijn vreugde in u zal zijn en haar volheid bereikt.
Heb elkaar lief, zoals ik u heb lief gehad.’
In zijn geest zullen wij leven.
Zo zal jouw naam ‘Ik zal er zijn’
een blijvende belofte zijn,
zal het licht stralen,
zullen handen elkaar vinden
en bronnen van leven zullen stromen.
Zie de mens, nieuw geboren,
deuren zullen open gaan,
een nieuwe lente breekt aan,
de wereld komt tot leven.
Zijn woorden indachtig,
zal jouw koninkrijk komen,
daarom bidden wij:
Onze Vader
VREDESWENS
VREDESLIED Vrede wens ik jou toe
UITNODIGING AAN DE TAFEL VAN BROOD EN WIJN
Communielied Vroeg in de morgen ben jij
Dankgebed
Eeuwige, wij danken U voor de zon, het licht, de tuin, voor alles wat ons deze paasmorgen wegleidt van de zwaarte van het graf, van het duister van de dood, en vòòr alles wat ons verlicht, lichtvoetig, lichtzinnig maakt. Wij danken U voor uw woord dat klinkt, in verhalen, in liederen,
in een begroeting, een gebaar,
in een mens, Jezus,
die als beeld van God onder mensen, nog steeds tot ons spreekt,
zodat wij U verstaan.
En wij danken voor de moed die we vinden door uw woord,
de moed om het te wagen met trots, met liefde, met kwetsbaarheid,
met niet zeker of we het daarmee zullen redden en daar toch op durven te vertrouwen. Amen.
MEDEDELINGEN
Als een oproep om het gevierde uit te dragen en invulling te geven
Het grote bloemstuk wordt weggegeven, de rest van de bloemen wordt verdeeld onder de mensen die er zijn.
Slotgedachte
Als ik vloeken mag
Ik ben bang voor vlugge, transactionele gebeden, waarna we weer over kunnen gaan tot de orde van de dag en onze ‘eerste-wereld-problemen’. Liever zoek ik concrete woorden voor mijn ongemak en onvrede over brandhaarden, conflict en leed.
Bidden is mij niet gegeven; als ik volkeren zie vertrapt. Het vloekt in mij.
Laat dan maar mijn vloeken bidden zijn.
Bidden is mij niet gegeven: als ik kinderen zie verkracht,
Het huilt in mij.
Laat dan maar huilen bidden zijn.
Bidden is mij niet gegeven; als ik vluchtelingen zie verjaagd.
Het stormt in mij.
Laat dan maar mijn stormen bidden zijn.
Bidden is mij niet gegeven; als ik kapitaal zie heersen.
Het breekt in mij.
Laat dan maar mijn breken bidden zijn.
Bidden is mij gegeven
als ik vloeken mag
als ik huilen kan
als ik stormen durf
als ik breken leer
om zoveel onrecht
om zoveel leed.
Luc Vankrunkelsven,’Bidden is mij niet gegeven;
DABAR-LUYTEN, Aalsmeer, 1993 (JvdB)
Zegenwens
Wij vragen om zegen van elkaar en de Eeuwige, dat wij leren delen in de kracht, de troost, de bemoediging, dat leven sterker is dan dood, dat we alleen zo verder kunnen. Dat wij zo gesterkt gaan, dadelijk, vandaag en de volgende dagen, tot in alle tijd ons is gegeven.
+ In de naam van de Vader – Moeder en van de Zoon en van de Goede Geest. Amen
Slotlied U zij de glorie
