SAN SALVATORGEMEENSCHAP | 3 april 2026 | Goede Vrijdag
Voorbereiding Franneke Hoeks| & Marcel van der Maeden
Lectoren Dorine Broekmeulen en Frans Langemeijer
Koor Melodiek o.l.v. Marcel van der Maeden|
Pianist Coby Wagemans
Vanavond is volgen we de weg van Jezus aan de hand van de kruiswegstaties. In veel kerken wordt vandaag de kruisweggelopen. Wij lopen niet, maar volgen wel de staties. Zo vertellen we het verhaal van dat bittere einde door verhalen, beelden, poëzie en muziek.
Laat ons de stilte zoeken
De stilte van die tuin
onheilspellend stil
Stilte
Gebed
Eeuwige maak het stil in ons
zo stil dat we lijden kunnen verstaan
zo stil dat pijn er zijn mag
zo stil dat ons hart jou horen kan.
Blijf ons nabij, dit uur
van het bittere einde
maak dat we de zwaarte kunnen dragen
en richt ons naar het licht.
We zingen Jij die onze gedachten raadt
We lezen Johannes 18, 1-12
Nadat Jezus dit alles gezegd had, ging hij met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidronbeek. Daar liep hij een olijfgaard in, met zijn leerlingen. [Judas, zijn verrader, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazaret.’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, zijn verrader, erbij stond. Toen hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus uit Nazaret.’ ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,”’ zei Jezus. ‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had: ‘Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’ Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de slaaf van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die slaaf. Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’ De soldaten met hun tribuun en de joodse gerechtsdienaren grepen Jezus en boeiden hem.
Lied Passage Voor mij alleen de weg
De kruisweg
I Jezus wordt ter dood veroordeeld | Johannes 18 , 33- 40
Pilatus liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: ‘Bent U de koning van de Joden?’ 34Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit
uzelf of hebben anderen dit over Mij gezegd?’ 35‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben U aan mij uitgeleverd – wat hebt U gedaan?’ 36Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat Ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’ 37Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat Ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat Ik zeg.’ 38Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’
Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. ‘Ik heb geen schuld in Hem gevonden,’ zei hij. 39‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ 40Toen begon iedereen te schreeuwen: ‘Hem niet, maar Barabbas!’ Barabbas was een misdadiger. Toen liet Pilatus Jezus geselen.
Stilte
II Jezus neemt zijn kruis op | Johannes 19 1-6
De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden Hem een purperen mantel aan. 3Ze liepen naar Hem toe en zeiden: ‘Gegroet, koning van de Joden!’, en ze sloegen Hem in het gezicht. Pilatus ging weer naar buiten en zei: ‘Ik zal Hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ 5Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is Hij, die mens,’ zei Pilatus. 6Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars Hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig Hem, kruisig Hem!’
Jezus werd weggevoerd; 17Hij droeg zelf het kruis.
We zingen Gij die ons nooit geknecht hebt (couplet 5)
III Jezus valt voor de eerste keer
Je neemt je kruis op en valt.
Je gaat tegen de vlakte.
Je loopt tegen je eigen onvermogen aan.
En iedereen staat te kijken.
IV Jezus ontmoet zijn moeder Maria
Een menigte
Verbaasd merkte de moeder
dat zij een menigte werd.
Binnen enkele dagen was het
gebeurd, bleek zij uiteengevallen
in een waaier van vrouwen.
De weerloos-blije liep daar
van haar geheugen te genieten;
de verslagene, die snel op weg
wilde naar welke dood dan ook;
de trieste die er niets van begreep,
die alleen zachte vlindervleugels
tegen de wangen van het kind
zag slaan, onophoudelijk. Rond
het groepje stormde de furie,
pamfletten en woedende brieven
in de handen. Achteraan ging
de wanhoops-moeder die al maanden
de kapper niet had gezien.
Hoe hen te hoeden, te zorgen dat elk
de voeten in dezelfde richting sleept?
Ons is iets overkomen, kan ze zeggen,
wij zijn de menigte die moeder heet.
En zij die in de verte aan het water
staat, en wenkt, is een van ons.
(van: Anna Enquist)
V Simon van Cyrene helpt Jezus zijn kruis dragen| Mattheus 27, 32-33
Bij het verlaten van het pretorium troffen ze een man uit Cyrene die Simon heette, en hem dwongen ze het kruis te dragen. Zo kwamen ze bij de plek die Golgota genoemd werd, wat ‘schedelplaats’ betekent.
VI Veronica droogt het gezicht van Jezus
Wat kun je doen als je ziet hoe iemand de dood tegemoet gaat. Wat, als het leven onder je handen wegglipt, alle deskundigheid en goede zorg ten spijt? Je loopt niet weg, maar je doet wat je kan om het lijden te verlichten, om een goede dood mogelijk te maken. Je kijkt niet weg, maar neemt het gelaat van de ander in je handen en koestert het.
VII Jezus valt voor de tweede keer
Weer.
Gevloerd.
Omdat je even niet oplette
of gewoon omdat je óp bent,
de kracht niet meer hebt.
Laat mij maar liggen,
het is wel goed zo.
Waar haal je de kracht vandaan om op te staan?
VIII. Jezus troost de vrouwen Lucas 23, 27-28, 31
Een grote massa mensen volgde hem; er waren vrouwen bij die om hem treurden en rouwden. Maar Jezus draaide zich naar hen om: ‘Vrouwen van Jeruzalem! Huil niet om mij, huil liever om uzelf en uw kinderen. (…)Er komt een tijd, dat men tegen de bergen zal zeggen: Val op ons neer, en tegen de heuvels: Bedek ons. Want als ze zoiets met levend hout doen, wat zal dan met dood hout gebeuren?’
Lied Op mijn levenslange reizen
IX Jezus valt voor de derde maal
Als jij
voor de derde maal
valt,
is de dood
heel dichtbij.
Jouw rechtstaan
gebeurt niet vanuit
Een kracht,
wel vanuit een overtuiging
Dat de liefde sterker is
Dan de dood
Het zijn geen woorden meer
die Je verkondigt.
Het gaan van de kruisweg zelf,
zegt in alle talen
hoever liefde wel kan gaan. (Erik Galle)
X Jezus wordt ontkleed | Johannes 19 23-25
Verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo moest in vervulling gaan wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.
XI Jezus wordt aan het kruis geslagen | Johannes 19 18-22 Daar kruisigden ze Hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op: ‘Jezus van Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.
XII. Jezus sterft aan het kruis | Mattheus 27, 45-50
Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’ Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in water met azijn doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde Hem te laten drinken. De anderen zeiden: ‘Laten we nu maar eens zien of Elia Hem komt redden.’ 5ezus riep opnieuw, luidkeels, en gaf de geest.
Stilte – lang
Lied Stilte nu
XIII Jezus wordt van het kruis genomen
Na deze gebeurtenissen vroeg Josef van Arimatea – die een leerling van Jezus was, maar uit angst voor de Joden in het geheim – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee.
XIV Jezus wordt in zijn graf gelegd
Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. Bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een tuin, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.
Stilte
Bloemenhulde
Soms kun je niet meer voor een mens doen,
dan in verbondenheid eenvoudige daden van medemenselijkheid stellen.
een mens aankijken, het hoofd buigen, stilstaan, de pas inhouden…
Of voor wie geen hulp meer baat:
een lichaam, een leven nog de laatste eer bewijzen
Een bloem,
Een groet
als kleine daad van verzet
dat niet dood
het laatste woord heeft
Toen niet
nu niet.
We leggen onze bloemen bij het kruis
Slotgebed
Eeuwige,
wij bidden op deze avond
om leven voorbij de dood
om licht in het duister,
om een nieuwe dag
na deze donkere nacht. Amen
