Mens te zijn op aarde

 

Lectoren: Ria van Luijk en Marga v.d. Koevering/ Liesbeth van Leijen en Annette Beelen
Muzikale ondersteuning: Gerard van de Weijer en Cor Rademaker/ Melodiek olv Hans Waegemakers met Marc Baghuis, piano
Voorganger: Corrie Dansen

Openingslied
Za: Dit huis is een huis
Zo: De vreugde voert ons naar dit huis (coupletten 1, 3, 4, 6)

Welkom
Lieve mensen, van harte welkom bij onze viering van vanavond/vanmorgen, mede namens Ria van Luijk en Marga v.d. Koevering/ Liesbeth van Leijen en Annette Beelen, die mee voorgaan. Fijn dat jullie er zijn, fijn dat u er bent.

Dit is het eerste weekend van Pasen, een tijd van verhalen over bevrijding, tot leven komen. We zijn onderweg naar Pinksteren, op weg om de Geest te ontvangen en de goede boodschap verder te brengen. Vandaag verdiepen we ons in twee lezingen, die ieder op hun eigen manier iets zeggen over wat het inhoudt: Mens te zijn op aarde. Een thema dat met mensen meegaat zolang er mensen zijn, ook met ons vandaag, vermoed ik.
Laten we proberen te ontdekken welke antwoorden er vandaag te vinden zijn. Ik wens ons allen een goede viering toe.

Gebed
Laten we stil worden en ontvankelijk

Jij, eeuwige, ons huis vanaf het begin, vaste grond onder onze voeten, dak boven ons hoofd, steun in onze rug, onze toekomst+), mogen wij ons openstellen voor Jou. Mogen we ervaren hoe jouw adem ons leven geeft.

Acclamatie
Za: Kom, adem ons open
Zo: Alles wacht op U vol hoop

Inleiding bij de lezingen:
Ons eerste verhaal is het bekende verhaal van Eva en Adam die van de verboden vrucht eten. In de tweede lezing heeft Thomas het nodig om Jezus aan te raken wil hij kunnen geloven. Marga/Annette zal de eerste lezing verzorgen, Ria/ Liesbeth de tweede.

Eerste lezing: Genesis 3: 1 – 14
Van alle in het wild levende dieren die God, de Heer, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ’Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ ’Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was en ook hij at ervan. Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.
Toen de mens en zijn vrouw God, de Heer, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de Heer, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde:  ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de Heer, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’
God, de Heer, zei tegen de slang:
‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang.

Lied
Za: Hoort, hoe God met mensen omgaat
Zo: De hemel mag horen

Tweede lezing: Johannes 20: 19, 24 – 31
Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ’Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Lied
Za: Wat eeuwen her begonnen is
Zo: 15 Oren en ogen gaan open voor Jezus

Overweging
Er was eens …….. Er was eens een volk in ballingschap, zo’n 26 eeuwen geleden. En wat je je kunt voorstellen bij leven in ballingschap gebeurde, er werden verhalen verteld over waar het volk vandaan komt, waartoe het op aarde is, hoe komt het dat alles is zoals het is, hoe kan het dat ons leven is zoals het is. Verhalen die al bestonden werden, worden opnieuw verteld. Verhalen over het begin. Zo is het verhaal van Adam en Eva een verhaal dat een poging waagt een antwoord te vinden op die vragen die er leven. Ook op concrete vragen als: Waarom moeten we altijd ploeteren? Waarom is een bevalling zoiets pijnlijks en soms zelfs levensbedreigend? Waarom overkomt me dit? Waarom? De echo van zulke vragen komen we ook in ons eigen leven tegen. Niets menselijks is ons vreemd immers? Het antwoord dat het verhaal geeft kennen we als het verhaal van de zondeval. We kunnen het ook anders zien. Dan wordt het een verhaal van de binding van de mens met de aarde. De aarde die de mens blijvend nodig heeft om haar te bewerken opdat zij vrucht kan dragen. De mens die de aarde nodig heeft om gevoed te worden en onderdak te vinden. Om te kunnen handelen heeft de mens kennis nodig, onderscheidingsvermogen, een bewustzijn van alles, van goed tot slecht. Wat de mens verliest, zegt het verhaal, is de paradijselijke staat. Wat de mens wint is eigen verantwoordelijkheid, onder toeziend oog van God, die hoewel ontstemd toch voor de mens blijft zorgen. God heeft de mens namelijk nodig, om zijn beeld te zijn op aarde. Dit verhaal helpt me om die verbinding met de aarde dieper te voelen. Bij keuzes over de middelen waarmee ik de aarde voed, over de rust die ik haar gun, over het vlees dat ik al dan niet eet, over mijn manieren van me verplaatsen. Eerbied voor de aarde en wat er op haar leeft roept het bij me op. Een gevoel van dankbaarheid om alles wat me geschonken wordt. Daarnaast is er een zekere zwaarte, het leven als opdracht. Een gevoel opgeroepen door het gezwoeg en de pijn waarvan verderop in het verhaal sprake is. Hoe anders is wat het verhaal over Thomas oproept.

Dat verhaal is ingebed in een stuk waarin Jezus op de eerste dag na zijn overlijden bij de leerlingen komt. Ze zijn bang, hebben zich opgesloten, afgesloten van de buitenwereld. Jezus komt binnen en wenst hen tot drie keer toe vrede. Vrede, het ga je goed, ondanks dat jullie me niet steunden toen ik het nodig had. Het is een groots gebaar van verzoening en bevrijding. Hij blaast over hen heen, brengt hen tot leven. In die context volgt, op de achtste dag, de ontmoeting tussen Thomas en Jezus. Thomas, een mens van toen, een mens van nu. Zijn naam betekent tweeling, een man met twee kanten. Hij is iemand bij wie ik me voorstel dat hij zich niet zomaar in een avontuur stort. Als Jezus in zijn ogen gevaarlijke stappen wil ondernemen probeert hij hem daarvan af te houden. Als Jezus ondanks zijn waarschuwingen doorzet gaat Thomas wél met hem mee. Thomas weegt af, baseert zich op zijn eigen waarnemingen, probeert verschillende kanten van een zaak te doorgronden, ziet zowel het positieve als het negatieve, voelt en denkt en twijfelt voordat hij een beslissing neemt. Voordat hij zich overgeeft moet er heel wat gebeuren. Op de achtste dag, dat is de dag van God, overkomt Thomas iets bijzonders, iets goddelijks. Ik stel me voor dat hij met heel zijn hebben en houden wéét dat de weg die Jezus voorleefde de goede weg is, dat Jezus navolgen is wat hij met volle overtuiging wil doen. Hij wordt, zoals ik het iemand zo mooi hoorde zeggen, een mens uit één stuk. Hij ervaart een diepe vreugde te leven, te mogen, te kunnen bijdragen aan een betere wereld, ook al weet je niet altijd hoe, twijfel je soms, aarzel je. Hij heeft begrepen dat hij er toe doet, op zijn eigen manier, met zijn eigen mogelijkheden. Het opent hem voor de mensen om hem heen, voor de wereld om hem heen. En hij gaat ervoor.

Afgelopen najaar was de serie Allah in Europa op t.v. . Daarin komt Aminata aan het woord, een jonge Franse moslima. Ontroerend en inspirerend vond ik haar verhaal. Toen ze 16 was ontdekte ze het sociaal-cultureel centrum in haar wijk en ze maakte de keuze daar te leren dansen. Het behoedde haar, vertelt ze, voor de verleiding van stelen en andere narigheid. Tegenwoordig maakt ze met jonge kinderen uit deze wijk dansvoorstellingen. Hun ouders zijn vaak van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat weg om in het levensonderhoud voor hun gezin te voorzien. Vlak voor het optreden zegt ze tegen de kinderen: Ik ben supertrots op jullie. Ik ben superblij dat ik jullie ken. Ik vertrouw op wat jullie nu gaan presteren. Je mag bang zijn en nerveus, dat hebben we al eens meegemaakt. Hoe lossen we dat op? Je geeft het beste van jezelf. Je toont moed. De interviewer vertelt ze: Het geloof heeft me gered. Door te leven en dingen doen, tegenslagen overwinnen. Ik heb het geloof gevonden door problemen aan te pakken in de wijk. Ik weet vandaag wie ik ben omdat ik van hier ben. Ik weet wat ik hier kan doen.

In haar verhaal komen beide verhalen van vandaag samen: ben goed voor jezelf, voor elkaar, voor de aarde. Geef jezelf, vertrouw erop dat je ertoe doet, LEEF.

 Geloofslied
Za: Dat wij volstromen met levensadem
Zo: Dat wij volstromen met levensadem

Tafel klaarmaken en collecte: We gaan de tafel klaarmaken, brood en wijn zetten we klaar. U wordt uitgenodigd uw gaven eraan toe te voegen, ter ondersteuning van onze gemeenschap.

Voorbeden
Laten we bidden voor onze aarde, die aan onze zorg is toevertrouwd. Dat we haar koesteren en niet meer schade berokkenen.
Laten we bidden voor elkaar en voor onszelf. Dat wat we trouw blijven aan waartoe we mens zijn. Dat wat we creëren, voortbrengen, ten goede komt aan anderen, aan onszelf, aan onze aarde.
Laten we bidden voor onze momenten van vertwijfeling. Dat we ons mogen herbronnen, en vertrouwen als basis mogen terugvinden.
Laten we bidden voor wie en wat in ons hart onze aandacht vraagt. Voor wat er in ons intentieboek is opgeschreven. Voor hen die we blijvend willen gedenken. We noemen vandaag met name

Acclamatie
Za: Luister heer, ontferm u over ons/ Koester de namen
Zo: Kom over ons met uw Geest/Koester de namen

Tafelgebed
Hoe hoopgevend is jouw naam:
“Ik zal er zijn.”
Hoe bevrijdend is jouw licht:
warm en verhelderend
Hoe liefdevol is jouw hand:
open en nabij
Hoe verfrissend is jouw bron:
zuiver en leven gevend

jouw naam dragen wij met ons mee,
jouw licht willen wij uitdragen,
jouw hand maken wij tot de onze,
jouw bron laat ons leven stromen

om mens te zijn,
zoals Jij je had ingebeeld,
zorgend voor de aarde,
voor al wat leeft en is,

om mens te zijn,
zoals eens Jezus,
die ons voorging,
opkwam voor anderen,
trouw bleef aan Jou,
en zo aan zichzelf.

In de avond voor zijn sterven
toonde hij nog eenmaal
wie hij was en blijven wou voor ons.

In het bijzijn van zijn vrienden heeft hij brood genomen,
dankte Jou voor het brood,
brak het en deelde het aan zijn vrienden met de woorden:
‘Neem en eet van dit brood, dit is mijn leven, ik geef het aan jullie.’

Hij nam een beker, sprak een dankgebed,
en zei daarbij:
Drink hieruit en proef van mijn liefde,
zodat mijn vreugde in jullie zal zijn en haar volheid bereikt.
Heb elkaar lief, zoals ik jullie heb lief gehad.’
In zijn geest zullen wij leven.
Zo zal jouw naam ‘Ik zal er zijn’
een blijvende belofte zijn,
zal het licht stralen,
zullen handen elkaar vinden
en bronnen van leven zullen stromen.

Zie de mens, nieuw geboren,
deuren zullen open gaan,
een nieuwe lente breekt aan,
de wereld komt tot leven.

Zijn woorden indachtig,
zal jouw koninkrijk komen,
daarom bidden wij:

Onze Vader, die ….

Vredewens: Wensen we elkaar levenskracht, vertrouwen, vrede.

Vredeslied
Za: Maak mij tot een bedding
Zo: Vrede wens ik je toe

Uitnodiging aan tafel: Mogen we ons blijven herinneren de oproep van Jezus het leven te delen met elkaar, in voorspoed en in tegenspoed, alle dagen van ons leven. Als teken daarvan delen we het brood en de wijn. Ieder van harte uitgenodigd.

Communielied
Za: Eet en drinkt van brood en wijn
Zo: Moge ons voor waar verschijnen

Afsluiting tafelgedeelte: in stilte

Goed om te weten:

Bloemetjes van de week:

Slotgedachte en zegen

Voor de slotgedachte luisteren we naar Kommil Foo met “Liefde zonder meer”

hij had iets vreemd
ongrijpbaar, licht, ietwat ontheemd
al eeuwen onderweg leek hij, liep voorbij,
deed mij denken aan de jongen die, ooit diep in mij,
in rook is opgegaan

dus liep ik mee
we raakten aan de praat wij twee
ik sprak hem over dingen die,
over mensen wie,
in dagen van weleer
eerst bleef hij stil
toen zei hij zacht
alleen liefde telt
liefde zonder meer

Zo meteen gaan we weg gaan van hier, de nieuwe week tegemoet.

Wensen we elkaar “groei en durf en geluk en kracht, nieuwsgierigheid en wijsheid en liefde”*). Vragen we daartoe de zegen van elkaar en van hem die wij noemen Vader, Zoon en Goede Geest.

 

Slotlied
Za: Wonen overal, nergens thuis
Zo: Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd

+) Nico ter Linden: Het verhaal gaat…, deel 1 blz 10
*) Franca treur: Hoor nu mijn stem, blz 325

 

 

1 reactie

  1. Anthoon Budel

    wo 11th apr 2018 at 07:14

    Naar aanleiding van de Spiritualiteitsgroep van 10 April:

    WIJ DIE GEROEPEN WORDEN:

    Wij, die geroepen worden om in het licht van een nieuwe dageraad te staan. Laten wij gehoor geven aan de roepstem die in ons geheugen werkzaam is.

    Omdat wij geroepen worden door het licht van een Universeel Levens Liefdesvermogen … weten wij dat we antwoord zullen geven aan de roepstem die hoorbaar wordt als wij samenkomen.

    Wij, die geroepen worden herkennen elkaar in het gelaat, als we rondom de tafel naar de ander luisteren. Weten wij … dat we niet dralen mogen, geen twijfel toelaten, in ons op weg zijn naar toekomst.

    Wij, die geroepen worden door de roepstem van Christus onze grote leidsman in de liefdeskunst. Laten we blijven luisteren naar zijn raadgevingen. Elkaar niet loslaten, elkaar motiveren in de kracht van ons weten wat goed is voor de gemeenschap waarin wij leven.

    Omdat ‘onze liefde’ voortgekomen is uit Universele Liefde, weten wij dat ‘zij’ er was voordat wij er waren en dat wij kunnen leren van elkaar, opdat wij niet tevergeefs geboren zullen zijn.

    Anthoon 

    Beantwoorden

Reactie plaatsen