Als God op vakantie is. . .

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeeenschap  5 augustus 2017
Thema: Blijheid / Bloemen
Voorgangers: Maria vd Dungen en Wilton Desmense
Muzikale begeleiding: Maria Werner

Openingslied: Als woorden kunnen duiden

Welkom
Het thema van deze viering is: Als God op vakantie is …
In het Engels wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de woordjes “als” en “wanneer”. Zo niet in het Nederlands: wanneer wij zeggen “als ik op vakantie ben, doe ik niks” dan bedoelen we “wanneer ik op vakantie ben”. Zo is ons thema niet bedoeld! “Indien God op vakantie is, …”: dus in de zin van “Ik ben er even niet!” Zou dat kunnen? Twijfelen we eraan of God er wel is voor ons? Herkent u die twijfel? Twijfelde Jezus zelf ook niet? Eli Eli, lama sabaktani!
Mijn God, waarom hebt U mij verlaten! In de uiterste wanhoop en verlatenheid vroeg hij zich af of zijn God er wel was. Zijn de woorden die we lezen in de Bijbel: er is niemand die het iets kan schelen, behalve misschien de ene die zelfs ieder klein musje neer ziet vallen (Matth. 10: 29) loze woorden? Als wij hier op aarde het zonder Hem moeten stellen, is het dan nog de moeite waard dat wij onszelf iets wijs maken? Jezus vond van wel! ……… En wij toch eigenlijk (hoe dan) ook!?!? Want zonder God …….

Gebed / Gedicht (Annie M.G. Schmidt, Zonder jou)
De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ’t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

Dat zonder jou nog een lente bestaat
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meidoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindenlaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.
Lied: Wij zoeken U, o Heer

Inleiding op de lezingen
Waar is God? Moeder Theresa en paus Franciscus, toch gelovigen bij uitstek, hadden of hebben hun twijfels; daarover gaat de eerste tekst. In de evangelielezing zijn Jezus’ leerlingen bevangen door zeer grote twijfel, maar Jezus stimuleert hen tot een krachtstaaltje.

1e lezing: Twijfel
Het beeld dat van Moeder Theresa wordt geschetst is vooral dat van een liefdevolle vrouw die onbaatzuchtig klaarstond voor de armen en zieken in Calcutta. Je zou het misschien niet denken, maar ook zij worstelde met twijfels. Dat blijkt uit brieven die na haar dood werden gevonden. Moeder Theresa schreef vaak over eenzaamheid, over het feit dat ze niets van God hoorde, over persoonlijke hypocrisie en twijfels over haar geloof: ‘Het is zo donker dat ik het niet zie’, ‘Er is geen God in mij’, ‘De plaats van God in mijn ziel is blanco’, ‘De hemel betekent niets’. Vaak vroeg Moeder Theresa aan anderen om voor haar te bidden. ‘Bid dat ik blijf lachen naar Hem ondanks alles.’ De twijfels en eenzaamheid weerhielden haar er nooit van om haar roeping te blijven vervullen.
En ook paus Franciscus spreekt over twijfelen. “Wie van ons – iedereen, iedereen! – wie van ons heeft niet een gevoel van onveiligheid, verlies of zelfs twijfels ervaren in de reis van het geloof? Iedereen! We hebben dit allemaal ervaren, ook ik. Het hoort bij de reis van het geloof, het hoort bij het leven. Dit zou ons niet moeten verbazen, want we zijn allemaal mensen, gekenmerkt door kwetsbaarheid en beperkingen. We zijn allemaal zwak, hebben allemaal onze grenzen. Raak niet in paniek.”
In een interview zei de paus zelfs dat twijfel een essentieel onderdeel van het geloof is. “Als iemand op alle vragen een antwoord heeft, dan is dat een teken dat God niet bij hem is. Het betekent dat hij of zij religie voor zichzelf gebruikt. Grote leiders in de Bijbel, zoals Mozes, lieten ook ruimte voor twijfels. Je moet God de ruimte geven en niet jouw zekerheden.”
Lied: Uit Uw hemel zonder grenzen

2e lezing: Mattheus 14, 13-21 Op dit bericht voer Jezus vandaar in een boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar het gerucht hiervan drong tot het volk door en het ging Hem te voet uit hun steden achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.” “Het is niet nodig dat zij weggaan,” zei Jezus hun, “geeft gij hun maar te eten.” Doch zij antwoordden: “Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.” Waarop Jezus sprak: “Brengt die dan hier.” En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
Acclamatie: Blijf niet staren op wat vroeger was

Overweging
Wanneer je in de bekendste zoekmachine van het Internet intypt Als God op vakantie is , dan verschijnen er suggesties zoals:
– In de vakantie hebben we alle tijd voor God. Toch?
– Ik ga op reis en neem mee: God!
– Mag een christen op vakantie?
Deze laatste vraag is te vinden op de website www.goedgelovig.nl (gristelijk-satirisch weblog) en lijkt als enige in te gaan op wat werd ingetypt. Er staat: als God niet op vakantie is en jij wel, dan is God dus niet bij jou. Goed: spitsvondig en inderdaad satirisch bedoeld!
Nog een poging gedaan: ik typte weer in Als God op vakantie is en voegde er de drie puntjes aan toe, zoals die staan in de titel van deze viering. Prompt verschenen er deze suggesties:
– is er dan ellende?
– is alles geoorloofd!
Maar als je die suggesties volgt, blijkt het woord vakantie niet voor te komen; in plaats daarvan gaat het om de vraag “Als God niet bestaat!”
Ik besloot niet om er het werk van een Augustinus of een Schillebeeckx op na te slaan, een Erasmus of Dorothee Sölle; in plaats daarvan heb ik wat gedachten genoteerd, die zijn gaan leven bij mij, die zijn gegroeid in al die jaren van contacten met jullie en met leerlingen, met wat ik heb gelezen en geleerd van het op weg zijn door de menselijke geschiedenis.
In zes dagen heeft God de wereld geschapen, zeg maar voor het gemak. Waarom schiep Hij, wat bewoog Hem daartoe? Een groot raadsel! Wie weet het antwoord? Als mens schiet je tekort om het te weten. Maar het is wel goed om ernaar te zoeken. Hele volkeren deden het, soms volgden ze daarin individuen zoals Jezus, Buddah, Mohammed. Wel, op de zevende dag rustte Hij. Mag ik dat vakantie noemen? Is die zevende dag nooit voorbijgegaan? Wij beginnen na de zondag gewoon weer opnieuw: maandag, enz. Maar God was klaar met zijn werk. En zo zie ik het eigenlijk ook: God was klaar en liet het verder over aan zijn schepping. De mens had Hij naar Zijn beeld geschapen: de mens moest het voortaan verder zelf uitzoeken. Daarom had God ook voor zijn schepping een speciale dimensie geschapen: de tijd. Gods schepping is in de tijd, God is uit de tijd. Ik bedoel dat letterlijk, dus in de zin dat God buiten ons tijdsbegrip bestaat. God is niet te vatten: we proberen het nog wel, in modernere aanduidingen zoals “de eeuwige” of “de ene”. Of we gebruiken zinnen als “God is liefde”, “God is mededogen”, “God is die goed is”. Maar het blijft lastig, wanneer we denken aan de holocaust en andere volkerenmoorden of aanslagen, waarbij onschuldigen het leven lieten. Waar was God toen, waar is God nu, als je hem nodig hebt! Onvermijdelijk om dan te denken: God bestaat niet of hij houdt vakantie!
Ik weet het niet, mensen. Ik ben ervan overtuigd dat mijn verstand te beperkt is om God te kunnen benoemen of te duiden. En toch geloof ik. Ik geloof dankzij alle pogingen van mensen om er met elkaar iets van te maken in deze wereld. De duivels zijn hierin toch uiteindelijk de verliezers.
Mensen varen naar een eenzame plaats om alleen te zijn: gebeurt er daar dan niet iets in hen! Ze keren terug en er staat een grote menigte op je te wachten. Er volgt een gezamenlijke belevenis, honger wordt gestild, er blijft genoeg over om ook nog anderen te verzadigen.
Ieder van ons draagt Gods adem met zich mee, hem ingeblazen als bij de eerste mens. Is het arrogant om met de dichter te zeggen: Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten? Al die adems samen houden het heimwee levend naar een leven buiten de dimensie tijd, een voor ons onvoorstelbaar leven, waarin wij weer samenkomen in God. Eén ding staat echter vast: we moeten het zelf doen, God zal er zijn vakantie niet voor onderbreken.
Geloofslied: Waar blijft U met Uw wonderen?

Voorbeden
Voor die zeker denken te weten wat God vindt en
denkt: dat zij niet op Gods troon gaan zitten.
Dat zij zich niet een instrument wanen
van een veroordelende god.

Voor die hun oude zekerheden zagen en zien
wegvallen: dat zij zich niet in de steek gelaten
hoeven te voelen, maar houvast vinden bij het
samen op weg zijn.

Voor die twijfelen en zoeken
dat zij steun vinden bij elkaar
om de positieve kanten te blijven zien
van de kernboodschap van Jezus:
houdt van de ander evenveel als van jezelf.

Onhoorbaar onzichtbaar
onstuitbaar aanwezig
ons hoedend en voedend
en toch zo verheven
Jij Geest van het leven
wie ben Jij dat Jij aan ons denkt?

Wij bidden voor de intenties.

Tafelgebed
In de opgaande zon
groet Je mij met een zonnestraal
en toon Je mij het gelaat van Je schoonheid.
Als ik de aarde bespeur onder mijn voeten,
beleef ik hoe Je me steun geeft, dag na dag.
De roos verbergt Je geheim,
kunstig uitgewerkt in het bloesemblad.
Jij bent de wind die me streelt,
ademtocht na ademtocht.

Jij leert mij vliegen
Jij geeft mij vleugels
Jij leert mij leven zonder gewicht
te spelen met vuur
te lopen op water
Jij ademt mij open
mijn duister wordt licht

Jij kust me met elke regendruppel
die van mijn gezicht parelt.
In het spelend kind versta Je de kunst
om in het ogenblik te leven.
Jij bent mijn droom in het donker van de nacht;
Jij, morgenster, wijst mij de weg.
Van Jou is de zee, die Je hebt gemaakt,
de bergen en de dalen. Want Jij bent berg en dal,
zee en boom, zon en wind.
Jij, avondrood van mijn leven, teder en mild
in de kleuren van de hemel.
Niets evenaart Jouw pracht, Jij in alles aanwezige God.
Wie ben Jij dat Jij aan ons denkt!
Wij herkennen Jou in Jezus, die mens,
die begaan was met alle mensen,
die ons voorging op hemelhoge weg,
opdat niemand verloren zou gaan.

Alle mensen samen, niemand meer alleen,
rond de ene tafel, alle mensen één.

In de avond voor zijn sterven,
nam hij brood in zijn handen,
sprak zijn dank uit naar Jou,
brak het en deelde het aan zijn vrienden
met de woorden:
“Dit is mijn leven, gebroken voor jullie,
deel en eet dit met elkaar, telkens opnieuw;
breng zo de hemel bij de mensen.”

Zo nam hij ook de wijn, gaf die door en zei daarbij:
“Dit is mijn liefde, tot vreugde van iedereen;
drink samen uit deze beker,
als vrienden aan één tafel.
Blijf dit doen, als herinnering aan mij.

Jij geeft mij handen
Jouw handen die delen
Jij geeft mij ogen naar het licht
Op alle wegen
daar kom ik Jou tegen
in alle mensen jouw gezicht

Zo willen wij op weg gaan, in zijn Geest,
in wie Jij aanwezig bent;
zo willen wij bidden,
met de woorden die Hij ons gegeven heeft.
Onze Vader

Vredeswens
Vredeslied: Kom zing een vredeslied

Iedereen wordt van harte uitgenodigd aan de tafel van brood en wijn.
Communielied:
Als er twee of drie in mijn naam bijeen zijn.

Gedicht aan tafel (van Jan Wit)
Over de noodbrug van onze woorden
dragen wij water naar de zee,
dragen wij hele en halve waarheid
tegen de klippen van het gezegde.

Over de noodbrug van onze woorden
dragen wij water naar de zee,
dragen wij met gevouwen handen
iets van onszelf en iets van elkander.

Over de noodbrug van de getijden
dragen wij water met ons mee,
al wat wij zeiden vroeger en later…
vol, bovenmate is de zee.

Goed om te weten

Slotgedachte: Geloofsbelijdenis (tekst Louis Nabbe)
Door vragen en door twijfels heen
probeer ik te geloven in God die in mij leeft,
in het diepst van mijn gedachten
en die ik soms heel even zie
in mensen die ik ontmoet
Geloven wil ik in een God
die vader en die moeder is,
van zwakken de behoeder is,
die onheil weer tot heil kan maken
door mensen handen heen.

Ik geloof in Jezus,
een mens vol van God,
in wie God zich laat kennen,
die ons oproept, ons uitdaagt
te werken aan een wereld
waar wij elkaar de ruimte geven kleurrijk,
hoopvol en vrij te leven.

Ik geloof ook in de goede Geest
die warm maakt wat verkild
en soepel wat verstard is,
die ons tot nieuwe mensen maakt.
Ik geloof in de weldaad van elkaar vergeven
telkens weer uitzicht op een nieuw begin.
Ik geloof in een dood die leven geeft,
dat God zijn woord gegeven heeft
ons nooit te laten vallen. Amen

Wegzending en zegen

Slotlied: Zo lang er mensen zijn is er nog tijd genoeg

Nog geen reacties

Reactie plaatsen