Actueel

Het leven (in)kleuren

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 20-08-2017
Thema: Het leven (in)kleuren
Voorganger: John Parker

Openingslied: Wij leven op aarde

Inleiding
Vandaag zijn we hier samen in de zesde en laatste viering van onze vakantiecyclus. Zaai, Onderweg, Blijheid/Bloemen, Als God op vakantie is … en een Marialiederenviering gingen vooraf aan deze viering met als thema Het leven in kleuren / Het leven inkleuren. We maken ons klaar om weer “normaal” aan de slag te gaan, ook in de zaterdagavondviering. In de vakantie waren deze vieringen vooral bedoeld als vieringen in kleuren, met vrolijke liederen en met woorden voor rustige momenten. We hopen volgende week weer klaar te zijn om onze San Salvator-reis voort te zetten en in te kleuren met alle kleuren van de regenboog.
Lied: Gij hart, Gij bron van leven

John Inleiding op de lezingen
Vandaag beluisteren we drie lezingen. De tweede lezing is in de vorm van een lied. In de derde lezing lijkt Jezus wel erg zwart-wit te denken. Nu eerst een kleurrijk verhaal. De lectoren van vandaag zijn Maria Hoitink en Liesbeth van Leijen.

Eerste lezing: Kleurenruzie (naar een verhaal uit India)
Op een dag zei Groen:
“Ik ben de belangrijkste. Ik ben de kleur van het gras, van de bomen en van de bladeren.
Zonder mij zouden de dieren sterven.”
Blauw zei: “Ik ben onmisbaar. Ik ben de kleur van het water.
Zonder mij zou er geen leven zijn.”
Geel zei: “Ik ben de zonnigste. Ik breng kleur en warmte in de wereld.
Rood zei: “Ik ben de kleur van het bloed en van de liefde.
De mensen kunnen niet zonder mij.”
Oranje riep: “Ik ben de gezondste kleur. Zonder de vitaminen in sinaasappelen, wortelen en pompoenen zouden de mensen ziek worden.”
En paars wist: “Ik ben de kleur van de koningen. Jullie moeten naar mij luisteren.”

Toen donderde het verschrikkelijk. De regen nam het woord en zei: “Beste kleuren, weten jullie dan niet dat God jullie allemaal verschillend geschapen heeft en dat jullie elkaar daardoor aanvullen?
De mensen hebben elk van jullie nodig. Samen kunnen jullie prachtige dingen maken.
Kom …”
En de regen gaf aan elk van de kleuren een plaats aan de hemel.
En toen de zon begon te schijnen
zagen de mensen een pracht van een regenboog.
(Uit: Chantal Leterme, Een parel voor elke dag)

Tweede lezing: Sta op en wandel (Elly & Rikkert CD)
Gisteren zag ik een man in de straat
Met een oude gitaar en een hoed vol verhalen
Ik vroeg een liedje en hij zong er een paar
Maar toen ik vroeg: ”Hoe kan ik betalen”
Zei hij: ik geef niet om geld of eer
Maar geef jezelf dan geef je me meer

Sta nu op, neem je bed op en wandel
Want de tijd van slapen is voorbij
Ga de straat op met je hele handel
Neem je hond en je kat
Je konijn en je schildpad
Laat je kanarie maar vrij
En volg mij

Gisteren kwam er een vrouw aan m’n deur
Met een bol van kristal
En een boek vol geheimen
En ze zei: jij bepaalt wat gebeurt
Maar toen ik vroeg
Hoe kan ik dat rijmen
Zei ze: ik geef je geen ja en geen nee
Maar neem m’n hand en ga met me mee

Sta nu op, neem je bed op en wandel

Gisteren zag ik een kind op het strand
Met een schep in z’n hand
En ogen vol dromen
En hij vertelde mij van een land
Maar toen ik vroeg
Hoe kan ik daar komen
Zei hij: ga niet over land of zee
Maar kijk me aan dan neem ik je mee

Sta nu op, neem je bed op en wandel

Derde lezing: Mattheus 15, 21-28
Jezus ging naar de streek van Sidon en Tyrus, een gebied dat buiten Palestina ligt. Daar woonden mensen die niet joods waren. Een vrouw uit die streek kwam naar hem toe luid roepend: “Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk ziek.” Maar Jezus negeerde haar. Toen kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: “Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.” Hij antwoordde: “Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël, naar de joden.”
Maar de vrouw kwam dichterbij, knielde voor hem neer en zei: “Heer, help me.” Hij gaf haar ten antwoord: “Het is niet goed dat men het brood van de kinderen afpakt om het aan de honden te geven: ik ben gekomen voor de joodse mensen, niet voor mensen van een andere godsdienst.” Daarop zei de vrouw: “Wel waar, Heer, want ook de honden eten de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.” Jezus was verrast door haar gevatte antwoord en hij zei tegen haar: “Vrouw, uw vertrouwen is groot. Ik zal doen wat u mij vraagt.” Vanaf dat ogenblik was haar dochter genezen.
Acclamatie: Groot is de wereld

Overweging
Vandaag sluiten we onze zomercyclus af. Vanaf volgende week wordt alles weer normaal. Maar vandaag kijken we nog even naar de verschillende kleuren die het leven ons te bieden heeft. Dat helpt misschien om ons leven in te kleuren met een nieuw, verfrissend verflaagje.
In de eerste lezing passeerden verschillende kleuren de revue: het waren zo ongeveer alle kleuren van de regenboog. Voor wie dat wil checken, helpt de volgende (on)zin, waarvan de beginletter van elk woord voor een kleur staat: Ridder Overwint Gevaarlijk Gevecht, Blinkend In Victorie.
(Rood, Oranje, Geel, Groen, Blauw, dat kan iedereen wel bedenken. De I en de V zijn lastig: indigo en violet. Als we zeggen dat indigo blauw is en violet paars, dan is de regenboog “rond”.)
Die kleuren stonden in onze lezing niet allemaal voor erg positieve dingen: “ik ben de belangrijkste” doet mij bijv. denken aan iemand die hard roept: “Amerika eerst”. En “naar mij moet je luisteren” zit erg in de dictatorsfeer. Maar, zoals de regen en de regenboog duidelijk maakten: werk samen, dan kleur je het leven goed in en wordt het leven eerder zo kleurig als een regenboog.
De boodschap van de tweede lezing, het lied van Elly & Rikkert, is: Ga op pad, zet je ogen en oren open, geef jezelf, dat is belangrijker dan geld en eer. Kijk mij aan en neem mijn hand. Wie zijn die man, die oude vrouw, dat kind, over wie werd gezongen? Ik denk dat zij staan voor de woorden, die wij hier zo graag herlezen: die van het evangelie. Neem ze ter harte, laat je erdoor inspireren. Neem je bed op en wandel, laat je kanarie maar vrij en volg mij.
Degene die we moeten volgen, Jezus, kwam in de derde lezing in een in onze ogen ongunstig daglicht te staan. Jezus wil eerst niet luisteren naar een vrouw uit Kanaän, een heidin dus. In het begin van het verhaal zit Jezus nog vast in een joodse voorstelling van zaken.

Het gebeuren dat de evangelist beschrijft is heel ongewoon:
mannen spraken niet met vrouwen in het openbaar.
vrouwen namen nooit het initiatief om een man aan te spreken.
Jezus moest door die vrouw bekeerd worden, en haar argument en vasthoudendheid zijn groot genoeg om het zo ver te laten komen! Luisteren we nog eens naar het verhaal, nu op een wat modernere wijze verteld:

Mijn dochter heeft een handicap. Haar geboorte was moeizaam. Mijn man en ik, we wilden het niet zien. ‘Kijk eens hoe lief ze ligt te slapen in haar wieg, onze dochter!‘ Maar ze greep niet met haar armpjes naar ons! Het werd steeds duidelijker. Regelmatig kreeg ze stuipen. Het schuim stond dan op haar mond en haar ogen draaiden weg. Geen enkel ogenblik verloor ik haar uit het oog. Ze mocht niet alleen zijn als ze een aanval zou krijgen! Ze mocht zich niet bezeren. Het kind was een stuk van mijzelf. Ging het met haar goed, dan ging het ook met mij goed. Had zij verdriet of pijn, dan werd ik verscheurd door verdriet en onmacht.
Buren en familie trokken zich steeds meer terug. Ik had al veel dokters bezocht, ver weg en dichtbij. Platzak keerde ik daarna naar huis terug, met een dochter die nog altijd niet was genezen. Wat zou er met haar gebeuren als ik haar niet meer kon verzorgen? Wie zou in haar ogen de smekende vraag naar liefde kunnen ontdekken?
Toen ik geen kant meer op kon, hoorde ik over Jezus, een joodse rabbi. Onmiddellijk ben ik naar hem toegegaan in een huis aan de rand van de stad. Ik zag Hem… en schreeuwde het uit: ‘Heb medelijden met mijn kind!’. Maar Hij was aan het eten. Hij keek niet eens op. Ik schreeuwde daarom nog harder: ‘Heb medelijden met mijn kind!’. Het werd donker omdat nieuwsgierige mensen in de deuropening gingen staan. De mannen in huis werden onrustig: ‘Help haar toch, dan zijn we van haar getier af!’. Maar botweg antwoordde Jezus: ‘ Het is niet goed, dat men het brood van de kinderen wegneemt en het aan de honden geeft.’
Dat had ik niet verwacht. Hij vergelijkt mij met een hond omdat ik geen joodse vrouw ben! Ik had boos kunnen weglopen, maar ik kwam niet voor mezelf, maar voor mijn kind. Ik zag de ogen van mijn dochter voor me en dat hielp mij om staande blijven. Als Jezus mij wilde vergelijken met een hond, dan euh euh… ‘Ja Heer, zeker Heer, maar de honden eten toch ook van de kruimeltjes die van tafel vallen!’… Zijn mond viel open van verbazing. Toen zei hij: ‘Dat heb je goed gezegd, ga naar huis, de boze geest is al weg bij je dochter’.
Niet één keer heb ik bedacht dat ik Hem zou kunnen of moeten bedanken. Ik stamelde iets verwards en stortte mij door de mensenmassa heen, terug naar huis. Ze lag nog precies zo te slapen als toen ik weg was gegaan. Toen ze wakker werd zag ik het direct aan haar ogen… ze straalden, ze waren vrolijk… En toen, toen vroeg ze of zij buiten mocht om te spelen! Ik voelde het, iets was er veranderd. Een nieuw leven was begonnen.
(@Bijbel in 1000 seconden, Chantal Leterme, www.bijbelin1000seconden.be)

Het grootste wonder in dit verhaal is dat hier drie mensen zijn veranderd: de dochter is genezen, de vrouw krijgt eindelijk haar leven terug, maar Jezus is ook ‘bekeerd’: voortaan is zijn brood, dat wil zeggen zijn blijde boodschap, niet meer alleen voor de joden bestemd, ook de niet-joden gunt hij het. Hij kleurt zijn boodschap anders in.
Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil in het verleden: neem je bed op en wandel, geef kleur aan het leven voor jezelf en voor anderen.
Geloofslied: Toen hij de blinde man genas

De tafel wordt klaargemaakt en er wordt gecollecteerd

Voorbeden
Laten we samen in alle eenvoud bidden.
Voor alle zwartwitdenkers,
voor allen die mensen verdelen in goed of slecht;
mogen zij licht ontdekken,
licht dat de nuances van het leven weergeeft,
licht dat laat ademen, laat leven.

      Voor mensen die naamloos

Voor alle lamgeslagenen,
onderdrukt door medemensen,
door omstandigheden, door het leven:
mogen zij moed vinden om op te staan,
om vooruit te kijken,
om de zon te zien.

      Voor mensen die naamloos

Voor allen die kleuren bekennen,
die het licht verspreiden,
die inspireren tot moed en hoop.
Mogen zij, wij, inspiratie blijven vinden
in het geloof, in medemensen,
om zo door te gaan.

Voor mensen die naamloos

Voor de intenties in ons intentieboek en ook voor

Tafelgebed
Hoe kleurrijk is de wereld, met al wat leeft en bloeit,
met al wat is en wordt, in zee, op land en in de lucht.
Hoe kleurrijk zijn de mensen,
van binnen, van buiten, dichtbij en veraf,
in huizen en tehuizen, op straat, op het werk.
Hoe kleurrijk ben jij, Enige:
in alles en iedereen aanwezig
dans jij telkens een nieuwe wereld,
weet jij ons te verwonderen met jouw zegen,
voelbaar aanwezig in die bevrijdende lach,
de glimmende ogen, de vreugde en het plezier,
de humor en de muziek.

Hoe kleurrijk ben jij, Enige, aanwezig in Jezus,
die ons voorging om mensen te bevrijden,
hun ogen te laten stralen,
mensen op de been te helpen,
op te nemen in de kring,
hen aan te spreken op een manier
die als muziek in de oren klonk.
Die de avond voor zijn sterven,
ons woorden gaf van troost,
door het brood te breken en te zeggen:
ontvang dit brood,
dit is mijn leven, dat ik geef voor jou,
opdat jij zult leven.
Hij nam ook de beker,
sprak zijn dank uit,
reikte hem over en zei:
dit is mijn liefde, stromend in mijn lijf;
drink ervan, opdat mijn liefde blijft stromen in jou.
Blijf dit doen om mij te gedenken.
In die geest willen we verder gaan,
willen we samen dansen,
er zijn voor elkaar,
in blije dagen, in bange dagen elkaar dragend,
vertrouwend op Jou, wat er ook gebeurt.
In die geest willen we samen bidden,
met woorden die Jezus ons heeft aangereikt.
Onze vader

Vredeswens:  Een vogel vloog in het begin

Laten wij nu doen, waartoe Jezus ons aanspoorde:
breken en delen om hem te gedenken.
Communielied: Wie ten einde toe

Slotbezinning
Het leven in kleuren en het leven inkleuren,
dat is het positieve zien om je heen,
in de dingen en de mensen
en ernaar te streven dat anderen dat ook in jou zien.

Geloof in kleuren en geloof inkleuren,
oog hebben voor de mooie dingen, die jouw geloof jou kan bieden
en je steentje eraan bijdragen om dat samen te beleven.
Je bent een druppeltje van de regenboog,
jij geeft de regenboog kleur.

Goed om te weten

Slotgedachte
Het gebeurde in Amerika rond 1930, tijd van de grote crisis.
In een eenvoudig eettentje langs de weg zaten twee vrachtwagenchauffeurs koffie te drinken, terwijl de serveerster de vloer aan het bijvegen was.
Twee kinderen, armoedig gekleed, kwamen binnen. “Hoe duur zijn die zuurstokken?” vroegen ze haar. “Hoeveel geld hebben jullie?” antwoordde ze. “We hebben samen maar één stuiver.” “Die zijn twee voor vijf cent,” loog ze.
Toen de kinderen met hun snoep weg waren, riep één van de chauffeurs tegen de serveerster: “Die zuurstokken zijn niet twee voor een stuiver!” Zij antwoordde: “Nou en!”
Zwijgend dronken de chauffeurs hun koffie op, legden geld op het tafeltje, stonden op en zeiden de vrouw gedag. Die riep hen na: “Hé, jullie hebben te veel betaald.”
“Nou en!” zeiden ze.
(Kris Kristofferson, Here comes that rainbow again.
Naar een episode uit John Steinbeck, Grapes of wrath)

Wegzending en zegen
Laten wij vervuld van de inspirerende woorden van het evangelie
onze wegen gaan, door liefde gedreven om voor wie met ons leven
het leven in te kleuren en zegen te brengen die vrucht dragen zal.

Slotlied: Een wereld vol mensen

 

Loslaten en hervinden

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 13 augustus 2017
Voorganger: Gepke Kerssen,
Mien Westerlaken en Theresienne Berendsen
Thema: Loslaten en hervinden

Openingslied: De vreugde voert ons naar dit huis

Welkom en opening
Welkom mede namens Mien Westerlaken en Theresienne Berendsen met wie ik deze viering heb voorbereid.
Vandaag volgen we Maria. Vanaf dat bijzondere begin waarin Maria als jong meisje wordt uitgenodigd om mee te gaan op de weg die God met de mensen gaat naar de nieuwe wereld.
We maken samen de reis mee van Maria nadat Jezus gedood is.
We herkennen haar verdriet en twijfel. Het leven kan zo anders zijn dan dat je gedacht en gehoopt had. Het is moeilijk om dierbare mensen los te laten. Die nieuwe wereld lijkt soms een droom die nooit uit zal komen.
En toch….tijdens de reis van Maria langs plaatsen waar er door Jezus iets bijzonders gebeurde, groeit het vertrouwen.
Het thema van vandaag is daarom loslaten en hervinden. Ik hoop dat wij die ander die uit ons leven verdween, een nieuwe plaats in ons leven kunnen geven. Dat wij een weg vinden naar de nieuwe wereld.

Vanwege deze reis met Maria gaan de dingen net wat anders dan u gewend bent… Zo gaat dat nu eenmaal op reis. Maar zo ontdek je soms beter dat de vorm- hoe je het altijd doet- niet het belangrijkste is, maar de inhoud.
Zo reist het geloofslied tijdens de reis met ons mee. We zongen net over ons geloof in de woorden van God, over ons verlangen naar een nieuwe wereld. Het woord dat aan ons geschiedt, zongen we. Mij geschiede naar uw woord.
We vertrouwen dat hier die woorden waar mogen worden voor ons, en straks door ons.
Aan het eind als we weer vol goede moed de wereld in gaan, zingen we opnieuw een geloofslied.
Er geen afgebakende overweging. We laten ons meenemen op reis met Maria..
Ook het breken en delen heeft een plaats in het verhaal. Waar echt gedeeld wordt, kun je loslaten, omdat je hervonden hebt, omdat de weg naar de toekomst voor je open ligt.

De vreugde voert ons naar dit huis, zongen we net.
Vreugde die te maken heeft met ons verlangen naar een nieuwe wereld.
Verlangen maakt je open voor wat er gaat gebeuren.
Laten we daarom stil worden.

Openingsgebed
In de stilte keren we ons hart naar U.
U die zich al naar ons hebt toegewend
Spreek uw woorden van hoop
Laat ons die nieuwe wereld zien
Waar wij zo naar verlangen.
Laat uw woorden gebeuren,
Werkelijk worden
Onder ons
Door ons

Maria, een jong meisje uit Nazareth krijgt bezoek van een boodschapper van God.
We zingen daarvan
Lied: God groet u zoals bloemen.

Lezing: Lucas 1: 39-45: Maria en Elisabet
Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette. Toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
Maria zong en wij zingen met haar mee: Ik zing van ganser harte voor de Heer

Al snel ontdekte Maria dat het bij dit kind allemaal anders zou gaan dan ze gedacht had.
Geen rustige geboorte te midden van familieleden in het vertrouwde Nazareth. Geen kind dat bij zijn moeder blijft, maar een kind die al vroeg de weg van God gaat. Die medereizigers op die weg zijn broers en zussen en moeder noemt. Loslaten steeds weer.
Ook wij moeten loslaten als kinderen hun eigen wegen gaan. Als jonge mensen de kerk de rug toe keren en nieuwe wegen zoeken. Als die nieuwe wereld op een andere plek of een andere manier zichtbaar wordt dan wij gedacht hadden.
Maar het meeste moest Maria loslaten toen haar zoon werd veroordeeld een terechtgesteld als een misdadiger. Maria met haar dode zoon in de armen is het beeld geworden van alle moeders en vaders met hun verdriet om hun kind, maar ook voor allerlei andere vormen van verdriet en verlies.

We luisteren naar Maria, kort na de dood van haar zoon:
Ik had besloten om opnieuw naar Betlehem te gaan en misschien later naar die andere plaatsen waar Hij geweest was.
Mensen om mij heen zeiden: Beleef het nog één keer wat er gebeurd is. Zo’n confrontatie is goed voor het verwerken.
Ze vonden mij te veel in mijzelf gekeerd. Maar wie kan begrijpen dat leven veranderen kan in luisterend wachten. Opnieuw overwoog ik de woorden die ik over Hem had gehoord: redder, Zoon van God, brenger van licht en vrede, maar ook twistappel.

Ik reisde weer van Nazareth naar Betlehem en nam mijn intrek, nu in de herberg zelf.
Ik vroeg de waardin om de stal te mogen zien. Die stal waar mijn kind geboren was.
“Er is niets te zien”, zegt ze. “Wat verwachtte je?
Een ster misschien? Het huilen van een kind? Dat is zo lang geleden.
En wat dan nog. Wat is er geworden van die vrede?”
Ze had gelijk: er was niets te zien. Het was er koud.
Wat doe ik hier?

En ook wij merken er soms niets van. We zien oorlog en onrecht.
Mensen in vluchtelingenkampen, in een kapot Mosoel; kinderen die honger lijden en tegelijk zo veel mensen die teveel hebben.
Dictators die van geen wijken weten en de bevolking die lijdt.
Altijd hetzelfde liedje, de oude wereld lijkt onaantastbaar.
Moeders en vaders van wie de droom vervloog, toen zij hun kind verloren
Hun roep klinkt vanuit de diepte van hun verdriet en wanhoop en wij roepen zingend met hen mee:
Heer ontferm u.

In de gelagkamer zat een man. Hij speelde een spel: labyrint.
Ingespannen speelde hij. Ik moest wel naar hem kijken.
Het licht schilderde zijn figuur op de witte muur. Elk gebaar werd op de muur als een letterteken van een andere taal en vingerwijzing uit een andere wereld.
’s Nachts sliep ik slecht. Ik zou terug gaan, maar niet langs Jeruzalem. Alsjeblieft niet langs Jeruzalem. Liever dan een omweg, tot ik de weg van Jeruzalem naar Jericho kruiste.
Ik vertrok vroeg. Vond de kruising met de weg naar Jericho. De weg daalde steil. Het ging goed, tot ik tegen de avond kwam bij de kloof waar het pad nog steiler is en rotsachtig.
Ik viel. Mijn voet zwol op. Ik kon niet verder. Ik zat langs de kant van de weg. Voor mij hoefde het allemaal niet meer.

Maar toen kwamen er mensen. Ze zetten mij op een ezel en brachten mij naar de dichtstbijzijnde herberg.
Ze hielpen mij, verzorgden mij. De waard bracht mij voedsel.
De gelagkamer was vol. Mensen lachen en dronken, maakten muziek. Maar wat bijzonder: ik zag Joden en Samaritanen.

Ik hoorde mensen roepen bij de deur. De man van gisteravond in Betlehem kwam binnen.
De mensen kenden hem.
“Kent u hem niet” vroegen ze mij? “Hij is de man die werd overvallen door rovers. Een Samaritaan verzorgde hem en bracht hem naar deze herberg.
Sindsdien komt hij heel vaak hier.
Dit is één van de weinige cafés waar Joden en Samaritanen samen komen zonder te vechten.””

Iemand kondigde aan dat de man die ik gisteren gezien had, een lied zou zingen.
Hij stond op en zong een schitterend lied: de minste der mensen heet het.
De mensen zongen het mee. Vooral dat refrein is mooi:

Ik ben er niet; mij ziet gij niet,
maar in de minste der mensen, zing ik mijn lied.
Lied: Voor mensen die naamloos

Nooit was een mens mij zo nabij als deze onbekende man toen hij dat lied zong.
Het was als of mijn zoon mij toezong. Alsof hij zeggen wilde: “dat hadden wij toch afgesproken. Zo zou je aan mij denken: Als een vriend van vreemdelingen en vluchtelingen.”
De volgende ochtend reisde ik verder.
Op aanraden van de mensen in de herberg ging ik toch maar terug naar Jeruzalem.
De waard gaf mij voor de zekerheid een ezel mee.
Ik kwam langs de nauwe kloof waar ik de vorige dag gevallen was.
Toen hoorde ik iemand voor mij uit, hoger dan ik was. Hij floot een lied. Ik kende het. Het zong mijn hart vol

Maar vroeg of laat verschijnt het land Dat elk verstand te boven gaat
Waar ik volmaakt opnieuw ontmoet wie ik voorgoed was krijtgeraakt.
Lied:  Zoudt gij ooit mij beschamen

Tegen de avond bereikte ik opnieuw een herberg.
Tegenover mij zat een groep vrouwen en mannen, op zijn minst 12.
De man aan het hoofdeinde keek naar mij alsof hij mij herkende.
Ik keek weg.
Toen ik weer opkeek zag ik dat de man het brood genomen had.
Ik zag hoe zijn handen het brood uitdeelden aan zijn vrienden.
Ik zag de wijn die hij inschonk uit een grote kan
Lied:  voor mensen die roepend

Wij herkennen Hem bij het breken en delen van het brood
Wij maken de tafel klaar
Samen delen betekent ook: zorg hebben voor onze gemeenschap. Daaraan dragen we bij wat wij kunnen, bijvoorbeeld  via de collecte.

Wij herkennen Hem in mensen in nood

Voorbeden
Wij bidden voor mensen van wie de weg is doodgelopen
Doordat zij een mens die hen zo nabij was, voorgoed moesten loslaten
Dat zij mogen ervaren dat die ander op een nieuwe manier aanwezig is

Keer U om naar ons toe

Voor mensen van wie de droom vervloog
door de hardheid en onverschilligheid van anderen
dat zijn nieuwe mensen mogen vinden om de droom te doen herleven

Keer U om naar ons toe

Wij bidden om wijdheid vanwege de spanningen
tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten
voor mensen in oorlogsgebieden
voor kinderen die opgroeien te midden van geweld
dat er voor hen vrede mag komen

Keer U om naar ons toe

Wij bidden voor mensen die zich klein voelen
tegenover machtige anderen
bang hun werk te verliezen
bang om niet rond te kunnen komen
dat zij bondgenoten vinden
op weg naar een rechtvaardige samenleving

Keer U om naar ons toe

In deze tijd van genieten van de natuur
bidden wij dat wij deze natuur koesteren
haar niet langer bedreigen

Keer U om naar ons toe

We bidden voor onze zieken en overledenen

Koester de namen

Luisteren we naar Maria:
`Mij schoot te binnen wat die oude priester ooit had gezegd:
Er zal een zwaard door je ziel gaan`
Maar hij had niet gezegd dat er nog iets daarna kon komen
Het was alsof ik mijn zoon uit de dood had teruggekregen

Zeker, ik weet dar mijn zoon er niet meer is
en nooit meer bij me zal zijn als vroeger,
Dat ik hem voor altijd verloren heb,
Maar tegelijkertijd heb ik de zekerheid dat hij op een nieuwe manier bij mij is.
Hoe ik dat weet?
Het lied in de herberg over de minste der mensen
Het lied dat hoog in de bergen gefloten werd
Over het opnieuw ontmoeten van wie ik was kwijtgeraakt
De handen die mij opvingen
De handen van het brood en de wijn,
liefde die nooit verloren gaat; over de nieuwe wereld die zeker komt

Tafelgebed
Wij danken u voor de weg die voor ons open ligt
De weg gegaan door de profeten, door mensen van naam
Door dierbare mensen die ons hebben gemaakt tot wie we zijn
En die wij nu zo dicht bij ons mogen ervaren
De weg die door Jezus gegaan is
Die ons leven deelde
Die ons liet zien wie wij kunnen worden
Hoe de nieuwe wereld eruit ziet.
Die de weg ging, ook al was hij zwaar.
Op de avond voor zijn dood
Nam hij het brood, brak het en zei
Zoals ik dit brood breek en deel, zo heb ik mijn leven met jullie gedeeld.
De wijn, als het leven dat ik voor jullie geef,
is de wijn van de nieuwe wereld.
Blijf je leven met elkaar delen
Met als teken daarvan het brood en de wijn
Als je dat doet, dan ben ik bij jullie.
Laten we dan nu samen ons verlangen naar de nieuwe wereld uitspreken
Met de woorden die Jezus ons heeft geleerd:
Onze Vader

Wensen wij elkaar de vrede toe.
Lied: Ubi caritas

Iedereen wordt van harte uitgenodigd aan de tafel met brood en wijn
Communielied: hier delen wij het levensbrood

 Dankgebed
Wij danken u voor woorden die ons moed geven
Voor gebaren die ons met elkaar verbinden
Laat uw woord waar mogen worden in ons leven
Laat uw woord waar mogen worden door ons.

Mededelingen en bloemetje

Slotgedachte
Het kan vreemd gaan in dit leven
Het begon ermee dat ik het was die mijn kind meenam op reis
Jarenlang heb ik hem gedragen, Hem gekoesterd aan mijn hart.
Nu lijkt het wel omgekeerd: Is hij het die mij meeneemt
Brengt hij mij op wegen die ik tevoren niet kende
Ik heb het gevoel dat alles nu pas begint

Reiszegen

Dat de Eeuwige mag zegenen
de aarde onder je voeten.
de weg waarop je gaat.
de mensen op je pad.
Dat de Eeuwige je onderweg schenken mag
zonlicht dat je hart verwarmt
een zachte wind
die woorden van liefde
om je heen blaast;
vrede met wat was
vreugde om wat is

Slotlied: in ’t laatste van de dagen zal het zijn

Het verhaal van Maria is naar teksten uit Gij mijn God; teksten, liederen en gebeden
van Pieter Holtrop ( hoofdstuk Maria’s reis ).
Meinema, Zoetermeer, 1997

Een (niet zo) moderne Mariaviering

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 12 aug 2017
Thema: Een (niet zo) moderne Mariaviering
Voorgangers: Gepke Kerssen en Wilton Desmense

Openingslied: Te Lourdes op de bergen

Welkom
Welkom, pelgrims, van wijd en zijd: avete, aan alle Maria’s (ik zelf ben er ook een) en niet-Maria’s.
Ze worden nog maar spaarzaam gezongen, deze Marialiederen: zelfs een meimaand kan hier voorbijgaan zonder Marialied. Maar vanavond is er volop, ja bijna een en al, ruimte voor het Marialied, direct en indirect. Want vanavond is er ook ruimte om vanuit het perspectief van Sint Jozef te (horen) zingen: Het mooiste geluid dat ik ooit hoorde: Maria. Vanavond is er ruimte voor nostalgie, voor een tikkeltje weemoed; en vaak zijn het prachtige liederen, ook al is de inhoud nog belegener dan oude kaas. Ze vormden voor mij de inspiratie tot het delen met u van enkele gedachten, die niet specifiek Mariagebonden zijn, maar ingegeven door wat we vaak gedachteloos zingen in deze liederen.  Over het algemeen zijn deze liederen trouwens dankzeggingen of lofprijzingen.
Beginnen we met de volgende lofprijzing voor opofferingsgezindheid:

Lofprijzing
Bedankt dat je “ja” hebt gezegd
terwijl je voelde
dat er veel van je werd gevraagd.

Bedankt dat je “ja” hebt gezegd
en je zo tot helper hebt willen maken
van hulpbehoevenden.

Bedankt dat je “ja” hebt gezegd
en zo hebt gekozen
voor meer dan voor alleen jezelf.

Moge jouw voorbeeld ons helpen
ook “ja” te zeggen,
gevraagd en ongevraagd:
jouw verhaal is ons verhaal,
omdat ook wij
in het kleine leven van elke dag
de wereld mogen en moeten verlossen
geïnspireerd door het evangelie.
Lied: God groet u, zuiv’re bloeme

Inleiding op de lezingen
De eerste lezing is een fragment uit het zogenaamde proto-evangelie van Jacobus. Deze Jacobus was een stiefbroer van Jezus: Jozef had namelijk enkele kinderen uit zijn eerste huwelijk en was als weduwnaar hertrouwd met Maria. Jacobus, bijgenaamd de Mindere, zou aanwezig geweest zijn bij de geboorte van Jezus. Dit proto-evangelie is geschreven in de tweede eeuw na Chr.
De tweede lezing is uit het evangelie van Mattheus en betreft het bekende verhaal over Jezus, die op het water loopt.

1e lezing: Proto-Evangelie van Jakobus, hoofdst. 8-9)
Vanaf haar derde levensjaar verbleef Maria in de tempel onder de hoede van de hogepriester. Toen zij twaalf jaar was geworden, beraadslaagden de priesters en zeiden: “Zie, Maria is twaalf jaar geworden. Wat moeten wij nu met haar doen om te voorkomen dat zij het heiligdom van de Heer verontreinigt?”
En zij zeiden tot de hogepriester: “Gij zijt aangesteld over het altaar van de Heer, ga naar binnen en bid over haar en wat de Heer u dan bekend zal maken, zullen wij doen.” En de hogepriester ging het Allerheiligste binnen en bad over haar.
En zie, er verscheen een engel van de Heer die tot hem zei: “Zacharias, Zacharias, ga naar buiten en roep de weduwnaars van het volk bijeen en laat ze elk een staf meenemen, en aan wie de Heer een teken zal geven, diens vrouw zal zij zijn.” En de herauten vertrokken en doorkruisten het hele gebied van Judea. De bazuin van de Heer weerklonk en allen snelden toe.
Ook Jozef gooide zijn bijl neer en vertrok om zich bij hen te voegen. En toen zij er allemaal waren, het waren er tien, gingen zij met hun staven naar de hogepriester. Deze nam ieders staf aan en legde ze neer in de tempel voor de Ark. Vurig bad hij tot God, dat Hij hem duidelijk zou maken, aan welke man hij Maria als vrouw zou geven.
De volgende morgen gaat hij al vroeg naar de tempel. Hij schuift het grote gordijn, dat de ark voor het oog van de mensen verbergt, opzij en daar ziet hij de tien staven liggen. Hij bekijkt ze één voor één. Wanneer hij de vijfde staf in de hand wil nemen, valt zijn oog op de staf, die daarnaast ligt. Aan het boveneind van de zesde staf, Jozefs staf, is het knoestige eind veranderd in een prachtige bloem, een lelie.
Toen zei de priester tot Jozef: “U bent er door het lot toe aangewezen om de maagd van de Heer onder uw hoede te nemen.”
(uit ‘Dr A.F.J. Klijn ‘Apokriefen van het Nieuwe Testament I)
Lied: Maria (West Side Story; CD)

2e lezing: Mattheus 14, 22-33
Onmiddellijk daarna zei Jezus tegen de leerlingen dat ze alvast voor hem uit naar de overkant moesten varen. Zelf wilde hij eerst de mensen naar huis sturen. Daarna ging hij helemaal alleen de berg op om te bidden. Toen het avond werd, was hij daar alleen.
De boot was intussen midden op het meer. Ze hadden veel last van de golven, want ze hadden de wind tegen. Om ongeveer 4 uur ’s morgens kwam Jezus naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen hem over het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: “Een spook!” en ze schreeuwden van angst. Onmiddellijk zei Jezus tegen hen: “Rustig maar! IK ben het, wees maar niet bang.” Petrus antwoordde: “Heer, als u het bent, beveel mij dan om over het water naar u toe te komen!” Jezus zei: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij op de wind ging letten, werd hij bang en hij begon te zinken. Hij schreeuwde: “Heer, red mij!” Onmiddellijk stak Jezus zijn hand uit en greep hem. En hij zei: “Je hebt niet genoeg geloof! Waarom ging je twijfelen?” Ze klommen in de boot. Toen ging de wind liggen. De leerlingen in de boot vielen voor hem op hun knieën en zeiden: “U bent werkelijk de zoon van God!”
Lied: Maria te minnen

Overweging
Het is niet meer van deze tijd om te accepteren dat er over je beslist wordt. Tenminste: dat er over je beslist wordt, zonder dat je daar inspraak op hebt gehad. Ik kan me nog goed herinneren dat onze oudste dochter tegen Ria en mij zei: Dat mag ik zelf wel bepalen: ik ben mijn eigen ikke en niet jullie eigendom! Toen was ze misschien 4 of 5 jaar. Het kan er al heel jong inzitten!
Het principe lijkt me duidelijk en, hoewel er natuurlijk vele nuanceringen en kanttekeningen bij te plaatsen zijn, algemeen geldig: een mens is verantwoordelijk voor zichzelf en voor zijn daden. Mgr. Bekkers noemde in dat verband duidelijk ons geweten!
Past daar een houding bij van onderwerping? Uw wil geschiede? Niet onvoorwaardelijk! Geweten en vertrouwen moeten er een beslissende rol in spelen. Ja, ook vertrouwen, een begrip, waarvoor het Latijn één en hetzelfde woord gebruikt als voor de begrippen “trouw” en “geloof”: fides. Zolang je maar vertrouwt en erin gelooft, kun je naar Jezus, dat wil zeggen naar de verwezenlijking van zijn boodschap, op weg gaan, zonder kopje onder te gaan! Dan kun je alles aan. Niet twijfelen, gewoon doen! Hij wil nogal wat, maar vooruit: laat het gebeuren!
Verantwoordelijk voor jezelf en voor je daden: past daar een gedachte in van uitverkorenheid: Waarom ik? Wat heb ik gedaan om dit alles te mogen ontvangen? Om moeder en vader te mogen zijn van zo’n kind, zulke kinderen.
Of van negatieve uitverkorenheid: Waarom moet mij dit overkomen? Waarom moest ik dit kruis dragen, waarom moest ik komen te staan aan de voet van dat kruis?
Ben jij bewust uitverkoren of uitverkozen om een bepaald lot te ondergaan? Geloven en aanvaarden zijn geen voor de hand liggende zaken: talenten zijn je toevertrouwd om er zelf mee te woekeren. Het “waarom” ervan ligt buiten ons begrip, het antwoord is hier op aarde niet te vinden.
Ook vanuit het perspectief van Jezus is er geen almachtige vader op aarde, maar wel een vader in de hemel. Wat voor een vader in de hemel schotelt het evangelie ons voor? Jezus probeert dat hemelrijk van degene, die hij zijn Vader noemt, te schilderen in parabels en ik denk dat we moeiteloos zo enkele van de ongeveer 30 gelijkenissen uit de mouw kunnen schudden: de verloren zoon, de onwillige genodigden, de dienaren met de in bewaring gegeven talenten. Jezus gebruikt die gelijkenissen om waarden en normen in het rijk van God voor het voetlicht te brengen: vrijheid, gerechtigheid, eerlijkheid, gastvrijheid, liefde … In andere parabels wil hij de toehoorders doen nadenken over hun gedrag, zodat ze ertoe komen het te veranderen en zich te bekeren. Jezus wil de rijkdom van het rijk van God duidelijk maken.
Maar steeds ligt in die verhalen het initiatief bij de mens: aan dat rijk van God moet hier gebouwd worden. In de christelijke traditie zijn er volop rolmodellen van bouwers aan te wijzen: het zijn martelaren en heiligen en bovenaan in de rangorde staat het kind van Anna en Joachim, de grootouders van Jezus.
Er is op NPO radio 5 een programma van Tineke, waarin luisteraars dagelijks drie blijmakers mogen aanvragen. Nu wordt iedereen weer van andere liedjes blij; zo is het ook afwachten of de voor vanavond gekozen Marialiederen u blij maken. Misschien wel de melodie, misschien de woorden ervan minder. Ik heb een poging gewaagd toch iets te ontlenen aan de teksten, waar wij nu nog iets aan zouden kunnen hebben.
Dat Maria in het openingslied de moeder van God wordt genoemd is een betiteling die onze kritische geest wel aankan, als beeldspraak, dus zonder het letterlijk te nemen; maar dat pelgrims en mensen die lijden zalving kunnen vinden op plaatsen als Lourdes en Santiago de Compostela, wie zou dat durven ontkennen! “Dat pelgrims hier komen van wijd en van zijd, ‘k zal zalving hier geven aan ieder die lijdt.”
Dat bepaalde woorden en vooral namen een bepaalde magie kunnen hebben, een magie die een appèl doet op je diepste gevoelens, die je gerust religieus mag noemen, zal menigeen hebben ervaren:
Say it loud and there’s music playing
Say it soft and it’s almost like praying
De gedachte aan iemand die je missen moet, kan heel troostend en bemoedigend zijn, dat is sterkende liefde over de grenzen van het leven heen, zoals in het lied Maria te minnen:
Zijn menschlijke krachten te zwak in den strijd,
Dan sterkt ons Uw liefde
en
Gij zijt mijn vertrouwen in voorspoed en nood,
Op U zal ik hopen in leven en dood.
En zo kan een mens ook alle negatieve ervaringen, die doen twijfelen aan het bestaan van dat rijk van God (en wie zal er meer aan getwijfeld hebben dan Jezus, toen hij stierf aan het kruis), zo kan een mens alle negatieve ervaringen vergeten in tijden van zonneschijn en geluk en zingen van dankbaarheid over een zuivere bloeme, een hemelse koningin en cherubijnen en serafijnen.
Lied: Wij groeten u, o koningin (Salve, regina)

Voorbeden
Laat ons in dank bidden,
heb aandacht voor
alles wat wij u toevertrouwen:
de vele kleine zorgen die beginnen te wegen,
de bedrukte vragen die blijven hangen,
de weemoed van wat we niet begrijpen,
de pijn bij vertrapte goedheid,
het zoeken naar genegenheid en begrip.

Magnificat (Taizé)

Geef kracht aan ons mensen,
als moeheid en machteloosheid ons lam leggen,
als eenzaamheid zwaar drukt,
als opeenhopende last ons te boven gaat,
als gelovig enthousiasme slinkt en wankelt,
als de trouw aan uw Jezus dreigt stuk te lopen.

Magnificat (Taizé)

Bescherm de jeugd en jongeren in onze wereld,
bemoedig alle ouders die met veel zorgen zitten,
laat de open houding van begrip
een brug slaan, als er tweedracht dreigt.

Magnificat (Taizé)

Wij bidden voor de intenties.

Tafelgebed
Het was als het gefluister
van een hemelse stem in het gehoor,
als het geruststellende ruisen
van de zee in de oren:
vertrouw die ander,
word een paar,
schep samen een nieuwe toekomst.
Zij gaven zich over, gaven zich aan elkaar
en hun samenzijn werd zwanger
van een blijde verwachting.
De gefluisterde woorden werden realiteit,
de nieuwe mens werd geboren.
De nieuwe mens koos nieuwe woorden;
een nieuw vertrouwen,
een nieuw geloof kwam en woonde onder ons.
Wij vieren dit in ons trouwe samenkomen
en in het vieren van dat wezenlijke moment
waarin belichaamd werd
wat die hemelse stem ons boodschapt,
altijd weer opnieuw:
neem en eet dit brood
en blijf het breken en delen
zoals wij dit hier nu doen.
Geef deze beker door aan elkaar
en drink er met mij uit:
blijf je dit levensbrood en deze levensdronk herinneren,
als een bevestiging
dat je mijn geest van naastenliefde
in je vlees en je bloed levend wilt houden.
Zo bleef dat bijzondere moment
door de eeuwen bewaard
en zijn wij ook nu hier gedenkend bijeen
en bidden dat het zo blijve geschieden.
In die geest spreken we de woorden uit
die ons gegeven werden om ons vertrouwen te sterken:
Onze Vader

Vredeswens
Vredeslied: Sterre der zee

Iedereen wordt van harrte uitgenodigd aan de tafel met brood en wijn
Communielied: Mon vieux Joseph
(Georges Moustaki, cd)

Gedachte aan de tafel
Dat komt er nou van, m’n oude Jozef,
dat je het leukste meisje hebt gekozen van Galilea,
haar die Maria heette.
Je had, m’n oude Jozef,
Sarah kunnen kiezen of Deborah
en er was niets aan de hand geweest.
Maar jij wilde zo nodig Maria.
Je had, m’n oude Jozef, thuis kunnen blijven
en je hout bewerken
in plaats van in ballingschap te moeten gaan

Goed om te weten

Wegzending en zegen

Slotlied
Het dorpje van Sint Bernadette (4e couplet)
Het lied van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch (2e en 4e couplet)

Met dromen op weg

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 6 aug. 2017
Thema:
Met dromen op weg.
Voorganger: Maria van den Dungen

Openingslied: Dit huis is een huis waar de deur openstaat

Welkom
Welkom iedereen, vaste bezoeker of incidentele gast. Wees welkom bij ieder van ons en bij onze God. In diens naam van vader, van zoon en van de heelmakende geest
Amen

Vandaag gaat de evangelietekst over het meest bekende wonder, maar liefst zes keer staat het beschreven in de bijbel. Het verhaal van zes broden en twee vissen die voor overvloed zorgen.
Gisteravond vroeg Wilton Desmense als voorganger zich af of god met vakantie was. dat komt ook bij ons ter sprake.
Maar eerst zijn gaan we ruimte te maken in ons binnenste.

Wees er!
Jij die ons behoedt en draagt,
wees bij ons.
Laat ons jouw adem voelen
in woorden die verlichten
en gedachten die bevrijden.

Zaai Uw naam in onze diepste dromen
Open onze ogen voor onze buren
Dat wij zorg dragen voor elkaar
De één voor de ander, telkens weer. Amen.
Lied: Jij leert mij vliegen

Eerste lezing
Door vragen en door twijfels heen
probeer ik te geloven
in God die in mij leeft, in het diepst van mijn gedachten
en die ik soms heel even zie in mensen die ik ontmoet
Geloven wil ik in een God die vader en die moeder is,
van zwakken de behoeder is,
die onheil weer tot heil kan maken door mensen handen heen.
Ik geloof in Jezus,
een mens vol van God, in wie God zich laat kennen,
die ons oproept, ons uitdaagt te werken aan een wereld
waar wij elkaar de ruimte geven kleurrijk, hoopvol en vrij te leven.
Ik geloof ook in de goede Geest die warm maakt wat verkild
en soepel wat verstard is, die ons tot nieuwe mensen maakt.
Ik geloof in de weldaad van elkaar vergeven
telkens weer uitzicht op een nieuw begin.
Ik geloof in een dood die leven geeft,
dat God zijn woord gegeven heeft ons nooit te laten vallen. Amen
(Tekst van Louis Nabbe, waarin hij zijn geloof en ongeloof verwoordt.)
Tussenzang: Hij die gesproken heeft

Tweede lezing: Mattheus. 14, 13-21:
Toen Jezus hoorde van de dood van Johannes de Doper week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken.
Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng ze mij.’ En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen.
Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.
Acclamatie: God geef de mens woorden van waarde.

Overweging:
Wilton heeft op Google ingetikt: God op vakantie, maar veel wijzer is hij daar niet van geworden. Hij heeft daarom besloten zijn eigen gedachten, die in de loop der jaren bij hem zijn gegroeid te verwoorden.
Hij vroeg zich af wat God bewoog om de wereld te scheppen en wat hij na het rusten op de zevende dag heeft gedaan. Wij beginnen op maandag weer aan een nieuwe werkweek, maar God was blijkbaar klaar: Hij liet het verder over aan zijn schepping. God is in een andere dimensie, buiten onze tijd. Ik raad jullie aan om de overweging van Wilton maar eens te lezen.
Ik ben iemand anders, heb andere ervaringen, dromen en heb dus ook een ander verhaal.
Maar allebei herkenden we ons in het verhaal van Louis Nabbe, waarin ondanks alle twijfels we God vooral herkennen in de daden van onze medemensen.
Mijn herkenning begint vooral op het moment dat Adam en Eva uit het paradijs worden gejaagd, de engel met het vlammend zwaard neem ik dan maar op de koop toe. Dit moment wat altijd is gezien als straf, is – denk ik- veeleer een nieuwe geboorte. Denkt u eens in: leven in dat paradijs, in een omgeving, die helemaal perfect is. Een klusser vindt zelfs geen schroefje meer dat vast gezet moet worden, er is geen enkele uitdaging meer waaraan je als mens kunt groeien. Niet dat het af en toe niet verleidelijk is om in zo’n dolce far niente te leven, Maar toch..
In een oud Chinees verhaal sterft iemand en komt aan in het paradijs en geniet daar van de mooie bloemen, de prachtige muziek en het heerlijke voedsel. De volgende dagen blijft hij zich verbazen overal het goede dat hem omringt. Maar na enkele weken hangt hij lusteloos bij een vijver en zegt tegen de engel die hem vraagt of alles naar zijn zin is: Het is prachtig, maar ik verveel me als de hel. Zegt de engel: Waar dacht je dan dat je was?

Ik heb in mijn studie wat Chinese filosofie gehad en vooral het Taoïsme heeft me daarin aangesproken, daarin is energie en transformatie in elke vorm belangrijk. Tao betekent de weg, hoe te handelen in het leven. En wij Christenen noemen ons toch de mensen van de weg?
In het evangelie verhaal is Jezus geraakt door het nieuws over de dood van Johannes en komt hij niet toe aan zijn verdriet omdat de menigte hem volgt. Hij accepteert de situatie en doet waarvoor ze gekomen zijn: geneest de zieken, geeft troost en uitzicht op een toekomst.
En als de leerlingen de mensen weg willen sturen omdat het tijd wordt om voor voedsel te zorgen, legt Jezus de verantwoording bij zijn leerlingen: Zorgen jullie maar voor eten.
Het is alsof hij wil zeggen: jullie kennen me nu al een hele tijd, zien dat ik altijd zorg draag voor anderen; het wordt tijd dat jullie inzien dat het daarom gaat, dat het nu jullie taak wordt.

En als de mensen dan in groepjes op het gras zijn gaan zitten is dat het moment dat ze elkaar aanzien, echt zien en dan heeft de een nog wel wat fruit in zijn zak, de ander wat brood en dan gaat er gedeeld worden. Mensen blijken meer te doen, te kunnen dan voor mogelijk wordt gehouden. Maar daarvoor moeten ze zich wel aangesproken voelen, een beroep op hen worden gedaan. En dat is precies wat Jezus doet, zelfs meer dan dat, want hij geeft een voorbeeld. Eerst door er te zijn voor de mensen ondanks zijn eigen verdriet, dan door hun behoeften serieus te nemen en… de leerlingen duidelijk te maken dat het ook hun verantwoordelijkheid is. Tenslotte laat hij de mensen gaan zitten zo dat zij elkaar aan kijken: Iemand die mij aanziet zingen we vaak en dat is hier wezenlijk. Dan gaan ze ook delen omdat het voorbeeld gegeven wordt: “De Heer heeft het voorbeeld gegeven”, ook al zo’n bekend gezang.
Ik hoef niet precies te kunnen verklaren, hoe dit alles in het leven werkt, ik mag het wel als er nog wat mysteries in ons bestaan blijven. Maar wel wil ik blijven dromen van een betere wereld, waarin mensen dit soort wonderen mogelijk maken. Dromen zijn de brandstof voor de ziel. En daarmee kunnen wij samen op weg.
Geloofslied: Kom en volg mij op de weg

Collecte: Delen, we moeten dat veel oefenen om er echt goed in te worden.
Vandaag voor onze eigen gemeenschap, aanbevolen.

Voorbede:
Voor die zeker denken te weten wat God vindt en denkt:
dat zij niet op Gods troon gaan zitten
en zich een instrument wanen van een veroordelende god.

Jij die onze gedachten raadt

Voor die hun oude zekerheden koesterden en zien wegvallen:
dat zij houvast vinden bij het samen in beweging zijn.
Voor die twijfelen en zoeken
dat zij steun vinden om de kernboodschap van Jezus
te blijven zien: houdt van de ander evenveel als van jezelf

Jij die onze gedachten raadt

Voor onze zieken willen we bidden

Koester de namen

Tafelgebed
Jij die Liefde bent,
wees aanwezig in ons midden
en vervul ons hart met jouw goede Geest
Jij hebt tot mensen gesproken
in dromen en visioenen,
die hun de kracht gaven
jouw weg te gaan.
Jij hebt hen gemaakt
van stotteraars tot enthousiaste redenaars,
van laffe kleine mensen tot mensen
die bergen konden verzetten.
Zo heb Jij ook tot ons gesproken door Jezus:
beeld van jouw goedheid,
beeld van jouw droom over de mens.
Hij droomde van een volk van nieuwe mensen
die, één van geest en één van hart,
zich geroepen wisten tot elkaars geluk.

Waar vriendschap heerst en liefde

Op de avond voor zijn sterven,
nam Hij brood in zijn handen,
dankte jou, brak het,
gaf het aan zijn vrienden en zei:
Neemt en eet,
brood voor deze gebroken wereld.
als teken van mijn leven,
gebroken en gedeeld, ter wille van jullie.

En ook de beker liet hij rondgaan
en zei: Als teken van liefde
verbindt deze beker jullie met mij
en met het leven en de toekomst
van alle mensen.
Drink ervan en blijf dit doen
om Mij te gedenken.

Waar vriendschap heerst en liefde

Daags daarna is Jezus gestorven,
maar niet voorgoed
Jij hebt hem als een droom in ons
verder laten leven.
Wij vragen Jou:
laat ons onze roeping in het leven begrijpen,
en laat die droom werkelijkheid worden.

In zijn Geest zijn wij onderweg,
met zijn woorden willen wij bidden,
woorden van vrede,
woorden van toekomst.
Onze Vader

Iedereen wordt van harte uitgenodigd aan de tafel van brood en wijn
Communielied: Het brood inde aarde gevonden

Acclamatie:Waar vriendschap heerst en liefde

Vredeswens
Vredeslied: Zuster en broeder, vrede voor jou,

Gebed na communie
Jij hebt een ruimte aangeraakt,
een stilte diep in mij van binnen,
ik kan een mens om niet beminnen.
Jij hebt een ruimte aangeraakt.
Jij hebt een ruimte aangeraakt,
de dood heeft hier zijn macht verloren,
de afgoden zijn afgezworen.
Jij hebt een ruimte aangeraakt.
Jij hebt ons ruim en licht gemaakt.
Wij hebben lief en leren delen,
jouw naam gaat rond, wij zingen, spelen.
Jij hebt ons ruim en licht gemaakt. van Andries Govaert

Mededelingen
Bloemetje van de week:
Algemeen: alle activiteiten in het kader van
Zomer in de San Salvator staan op een programmaoverzicht.
Leergang Geloven in de (post) moderne samenleving –
Flyers liggen in het karretje van de gastvrouwen

Slotgedachte
Ik droom van een wereld waar het goed is om in te wonen.
Waar geen tegenstelling meer is tussen noord en zuid,
tussen west en oost.
Waar het verschil tussen arm en rijk, zwart en blank,
rood en geel is verdwenen.

Ik droom van een wereld…waar het goed is om te wonen.
Waar geen tegenstelling meer is tussen natuur en mens.
Waar mens en dier elkaar niet naar het leven staan.
Waar de aarde en de mens elkaar de hand zullen geven.

Ik droom van een wereld… waar het goed is om te wonen.
Waar mensen elkaar niet naar het leven staan.
Waar mensen elkaar de hand zullen geven.
Mijn God, wat een droom. . .
Ga mee op weg naar deze werkelijkheid.

Zegen
Laten we hiervandaan gaan in vrede en daarvan delen aan allen die we ontmoeten.
Daarbij zegene ons de God van liefde:
de Vader, onze oorsprong,
de Zoon, die met ons gaat en de Geest, die ons de toekomst in leidt.

Slotlied: Als God ons thuisbrengt.

Als God op vakantie is. . .

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeeenschap  5 augustus 2017
Thema: Blijheid / Bloemen
Voorgangers: Maria vd Dungen en Wilton Desmense
Muzikale begeleiding: Maria Werner

Openingslied: Als woorden kunnen duiden

Welkom
Het thema van deze viering is: Als God op vakantie is …
In het Engels wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de woordjes “als” en “wanneer”. Zo niet in het Nederlands: wanneer wij zeggen “als ik op vakantie ben, doe ik niks” dan bedoelen we “wanneer ik op vakantie ben”. Zo is ons thema niet bedoeld! “Indien God op vakantie is, …”: dus in de zin van “Ik ben er even niet!” Zou dat kunnen? Twijfelen we eraan of God er wel is voor ons? Herkent u die twijfel? Twijfelde Jezus zelf ook niet? Eli Eli, lama sabaktani!
Mijn God, waarom hebt U mij verlaten! In de uiterste wanhoop en verlatenheid vroeg hij zich af of zijn God er wel was. Zijn de woorden die we lezen in de Bijbel: er is niemand die het iets kan schelen, behalve misschien de ene die zelfs ieder klein musje neer ziet vallen (Matth. 10: 29) loze woorden? Als wij hier op aarde het zonder Hem moeten stellen, is het dan nog de moeite waard dat wij onszelf iets wijs maken? Jezus vond van wel! ……… En wij toch eigenlijk (hoe dan) ook!?!? Want zonder God …….

Gebed / Gedicht (Annie M.G. Schmidt, Zonder jou)
De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ’t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

Dat zonder jou nog een lente bestaat
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meidoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindenlaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.
Lied: Wij zoeken U, o Heer

Inleiding op de lezingen
Waar is God? Moeder Theresa en paus Franciscus, toch gelovigen bij uitstek, hadden of hebben hun twijfels; daarover gaat de eerste tekst. In de evangelielezing zijn Jezus’ leerlingen bevangen door zeer grote twijfel, maar Jezus stimuleert hen tot een krachtstaaltje.

1e lezing: Twijfel
Het beeld dat van Moeder Theresa wordt geschetst is vooral dat van een liefdevolle vrouw die onbaatzuchtig klaarstond voor de armen en zieken in Calcutta. Je zou het misschien niet denken, maar ook zij worstelde met twijfels. Dat blijkt uit brieven die na haar dood werden gevonden. Moeder Theresa schreef vaak over eenzaamheid, over het feit dat ze niets van God hoorde, over persoonlijke hypocrisie en twijfels over haar geloof: ‘Het is zo donker dat ik het niet zie’, ‘Er is geen God in mij’, ‘De plaats van God in mijn ziel is blanco’, ‘De hemel betekent niets’. Vaak vroeg Moeder Theresa aan anderen om voor haar te bidden. ‘Bid dat ik blijf lachen naar Hem ondanks alles.’ De twijfels en eenzaamheid weerhielden haar er nooit van om haar roeping te blijven vervullen.
En ook paus Franciscus spreekt over twijfelen. “Wie van ons – iedereen, iedereen! – wie van ons heeft niet een gevoel van onveiligheid, verlies of zelfs twijfels ervaren in de reis van het geloof? Iedereen! We hebben dit allemaal ervaren, ook ik. Het hoort bij de reis van het geloof, het hoort bij het leven. Dit zou ons niet moeten verbazen, want we zijn allemaal mensen, gekenmerkt door kwetsbaarheid en beperkingen. We zijn allemaal zwak, hebben allemaal onze grenzen. Raak niet in paniek.”
In een interview zei de paus zelfs dat twijfel een essentieel onderdeel van het geloof is. “Als iemand op alle vragen een antwoord heeft, dan is dat een teken dat God niet bij hem is. Het betekent dat hij of zij religie voor zichzelf gebruikt. Grote leiders in de Bijbel, zoals Mozes, lieten ook ruimte voor twijfels. Je moet God de ruimte geven en niet jouw zekerheden.”
Lied: Uit Uw hemel zonder grenzen

2e lezing: Mattheus 14, 13-21 Op dit bericht voer Jezus vandaar in een boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar het gerucht hiervan drong tot het volk door en het ging Hem te voet uit hun steden achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.” “Het is niet nodig dat zij weggaan,” zei Jezus hun, “geeft gij hun maar te eten.” Doch zij antwoordden: “Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.” Waarop Jezus sprak: “Brengt die dan hier.” En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
Acclamatie: Blijf niet staren op wat vroeger was

Overweging
Wanneer je in de bekendste zoekmachine van het Internet intypt Als God op vakantie is , dan verschijnen er suggesties zoals:
– In de vakantie hebben we alle tijd voor God. Toch?
– Ik ga op reis en neem mee: God!
– Mag een christen op vakantie?
Deze laatste vraag is te vinden op de website www.goedgelovig.nl (gristelijk-satirisch weblog) en lijkt als enige in te gaan op wat werd ingetypt. Er staat: als God niet op vakantie is en jij wel, dan is God dus niet bij jou. Goed: spitsvondig en inderdaad satirisch bedoeld!
Nog een poging gedaan: ik typte weer in Als God op vakantie is en voegde er de drie puntjes aan toe, zoals die staan in de titel van deze viering. Prompt verschenen er deze suggesties:
– is er dan ellende?
– is alles geoorloofd!
Maar als je die suggesties volgt, blijkt het woord vakantie niet voor te komen; in plaats daarvan gaat het om de vraag “Als God niet bestaat!”
Ik besloot niet om er het werk van een Augustinus of een Schillebeeckx op na te slaan, een Erasmus of Dorothee Sölle; in plaats daarvan heb ik wat gedachten genoteerd, die zijn gaan leven bij mij, die zijn gegroeid in al die jaren van contacten met jullie en met leerlingen, met wat ik heb gelezen en geleerd van het op weg zijn door de menselijke geschiedenis.
In zes dagen heeft God de wereld geschapen, zeg maar voor het gemak. Waarom schiep Hij, wat bewoog Hem daartoe? Een groot raadsel! Wie weet het antwoord? Als mens schiet je tekort om het te weten. Maar het is wel goed om ernaar te zoeken. Hele volkeren deden het, soms volgden ze daarin individuen zoals Jezus, Buddah, Mohammed. Wel, op de zevende dag rustte Hij. Mag ik dat vakantie noemen? Is die zevende dag nooit voorbijgegaan? Wij beginnen na de zondag gewoon weer opnieuw: maandag, enz. Maar God was klaar met zijn werk. En zo zie ik het eigenlijk ook: God was klaar en liet het verder over aan zijn schepping. De mens had Hij naar Zijn beeld geschapen: de mens moest het voortaan verder zelf uitzoeken. Daarom had God ook voor zijn schepping een speciale dimensie geschapen: de tijd. Gods schepping is in de tijd, God is uit de tijd. Ik bedoel dat letterlijk, dus in de zin dat God buiten ons tijdsbegrip bestaat. God is niet te vatten: we proberen het nog wel, in modernere aanduidingen zoals “de eeuwige” of “de ene”. Of we gebruiken zinnen als “God is liefde”, “God is mededogen”, “God is die goed is”. Maar het blijft lastig, wanneer we denken aan de holocaust en andere volkerenmoorden of aanslagen, waarbij onschuldigen het leven lieten. Waar was God toen, waar is God nu, als je hem nodig hebt! Onvermijdelijk om dan te denken: God bestaat niet of hij houdt vakantie!
Ik weet het niet, mensen. Ik ben ervan overtuigd dat mijn verstand te beperkt is om God te kunnen benoemen of te duiden. En toch geloof ik. Ik geloof dankzij alle pogingen van mensen om er met elkaar iets van te maken in deze wereld. De duivels zijn hierin toch uiteindelijk de verliezers.
Mensen varen naar een eenzame plaats om alleen te zijn: gebeurt er daar dan niet iets in hen! Ze keren terug en er staat een grote menigte op je te wachten. Er volgt een gezamenlijke belevenis, honger wordt gestild, er blijft genoeg over om ook nog anderen te verzadigen.
Ieder van ons draagt Gods adem met zich mee, hem ingeblazen als bij de eerste mens. Is het arrogant om met de dichter te zeggen: Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten? Al die adems samen houden het heimwee levend naar een leven buiten de dimensie tijd, een voor ons onvoorstelbaar leven, waarin wij weer samenkomen in God. Eén ding staat echter vast: we moeten het zelf doen, God zal er zijn vakantie niet voor onderbreken.
Geloofslied: Waar blijft U met Uw wonderen?

Voorbeden
Voor die zeker denken te weten wat God vindt en
denkt: dat zij niet op Gods troon gaan zitten.
Dat zij zich niet een instrument wanen
van een veroordelende god.

Voor die hun oude zekerheden zagen en zien
wegvallen: dat zij zich niet in de steek gelaten
hoeven te voelen, maar houvast vinden bij het
samen op weg zijn.

Voor die twijfelen en zoeken
dat zij steun vinden bij elkaar
om de positieve kanten te blijven zien
van de kernboodschap van Jezus:
houdt van de ander evenveel als van jezelf.

Onhoorbaar onzichtbaar
onstuitbaar aanwezig
ons hoedend en voedend
en toch zo verheven
Jij Geest van het leven
wie ben Jij dat Jij aan ons denkt?

Wij bidden voor de intenties.

Tafelgebed
In de opgaande zon
groet Je mij met een zonnestraal
en toon Je mij het gelaat van Je schoonheid.
Als ik de aarde bespeur onder mijn voeten,
beleef ik hoe Je me steun geeft, dag na dag.
De roos verbergt Je geheim,
kunstig uitgewerkt in het bloesemblad.
Jij bent de wind die me streelt,
ademtocht na ademtocht.

Jij leert mij vliegen
Jij geeft mij vleugels
Jij leert mij leven zonder gewicht
te spelen met vuur
te lopen op water
Jij ademt mij open
mijn duister wordt licht

Jij kust me met elke regendruppel
die van mijn gezicht parelt.
In het spelend kind versta Je de kunst
om in het ogenblik te leven.
Jij bent mijn droom in het donker van de nacht;
Jij, morgenster, wijst mij de weg.
Van Jou is de zee, die Je hebt gemaakt,
de bergen en de dalen. Want Jij bent berg en dal,
zee en boom, zon en wind.
Jij, avondrood van mijn leven, teder en mild
in de kleuren van de hemel.
Niets evenaart Jouw pracht, Jij in alles aanwezige God.
Wie ben Jij dat Jij aan ons denkt!
Wij herkennen Jou in Jezus, die mens,
die begaan was met alle mensen,
die ons voorging op hemelhoge weg,
opdat niemand verloren zou gaan.

Alle mensen samen, niemand meer alleen,
rond de ene tafel, alle mensen één.

In de avond voor zijn sterven,
nam hij brood in zijn handen,
sprak zijn dank uit naar Jou,
brak het en deelde het aan zijn vrienden
met de woorden:
“Dit is mijn leven, gebroken voor jullie,
deel en eet dit met elkaar, telkens opnieuw;
breng zo de hemel bij de mensen.”

Zo nam hij ook de wijn, gaf die door en zei daarbij:
“Dit is mijn liefde, tot vreugde van iedereen;
drink samen uit deze beker,
als vrienden aan één tafel.
Blijf dit doen, als herinnering aan mij.

Jij geeft mij handen
Jouw handen die delen
Jij geeft mij ogen naar het licht
Op alle wegen
daar kom ik Jou tegen
in alle mensen jouw gezicht

Zo willen wij op weg gaan, in zijn Geest,
in wie Jij aanwezig bent;
zo willen wij bidden,
met de woorden die Hij ons gegeven heeft.
Onze Vader

Vredeswens
Vredeslied: Kom zing een vredeslied

Iedereen wordt van harte uitgenodigd aan de tafel van brood en wijn.
Communielied:
Als er twee of drie in mijn naam bijeen zijn.

Gedicht aan tafel (van Jan Wit)
Over de noodbrug van onze woorden
dragen wij water naar de zee,
dragen wij hele en halve waarheid
tegen de klippen van het gezegde.

Over de noodbrug van onze woorden
dragen wij water naar de zee,
dragen wij met gevouwen handen
iets van onszelf en iets van elkander.

Over de noodbrug van de getijden
dragen wij water met ons mee,
al wat wij zeiden vroeger en later…
vol, bovenmate is de zee.

Goed om te weten

Slotgedachte: Geloofsbelijdenis (tekst Louis Nabbe)
Door vragen en door twijfels heen
probeer ik te geloven in God die in mij leeft,
in het diepst van mijn gedachten
en die ik soms heel even zie
in mensen die ik ontmoet
Geloven wil ik in een God
die vader en die moeder is,
van zwakken de behoeder is,
die onheil weer tot heil kan maken
door mensen handen heen.

Ik geloof in Jezus,
een mens vol van God,
in wie God zich laat kennen,
die ons oproept, ons uitdaagt
te werken aan een wereld
waar wij elkaar de ruimte geven kleurrijk,
hoopvol en vrij te leven.

Ik geloof ook in de goede Geest
die warm maakt wat verkild
en soepel wat verstard is,
die ons tot nieuwe mensen maakt.
Ik geloof in de weldaad van elkaar vergeven
telkens weer uitzicht op een nieuw begin.
Ik geloof in een dood die leven geeft,
dat God zijn woord gegeven heeft
ons nooit te laten vallen. Amen

Wegzending en zegen

Slotlied: Zo lang er mensen zijn is er nog tijd genoeg

Blijheid

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 29 juli 2017

Voorganger: John Parker

Thema: Bloemenviering / Blijheid

 

Openingslied: San Francisco (Scott McKenzie CD)
If you’re goin’ to San Francisco
be sure to wear some flowers in your hair
If you’re goin’ to San Francisco
you’re gonna meet some gentle people there
For those who come to San Francisco
summertime will be a love-in there
In the streets of San Francisco
gentle people with flowers in their hair

All across the nation
Such a strange vibration  oho, people in motion
There’s a whole generation with a new explanation oho,
people in motion,  people in motion
For all those who come to San Francisco
be sure to wear some flowers in your hair
If you come to San Francisco summertime will be a love-in there

Inleiding
Een openingslied dat uit de mistige jeugd van sommigen onder ons komt. De jaren 60, flowerpower. Een tijd waar alles leek te veranderen, waar alles mogelijk leek. Er kwamen kleuren aan; de grijze, moeilijke tijd van de jaren 40 en 50 waren voorbij. De 2e Vaticaanse concilie heeft de Geest laten waaien door de Kerk en voor de wereld. Frisheid, vrijheid, blijheid.
Welkom aan allen die zich die tijd kunnen herinneren, welkom ook aan anderen die er alleen maar van hebben gehoord, als een soort sprookjestijd.
Welkom bij deze viering met als thema “Blijheid”.
Een klein uurtje samen; naar woorden en muziek luisteren, samen zingen, bidden, met elkaar delen.
Eerst een moment van stilte. Hart en hoofd leeg laten lopen, de Eeuwige binnen laten.

Bezinning:
De warmte van de zon op het gezicht; een lichte bries doet de bomen wuiven; vogels zingen ergens in de buurt; de kleuren van de bloemen zijn een feest voor het oog. In geuren en kleuren, in warmte en gezang, voel ik de geest die alles tot leven brengt, die in alles leeft.
Jij Geest van het leven, geef ons blijheid, geef ons jouw warmte, geef ons jouw zegen. Amen.
Lied: Onhoorbaar onzichtbaar

Inleiding op de lezingen
Een lied van optimisme, het kan: blijheid, draag bloemen in je haar!
De eerste lezing is een gedicht: als ikzelf een bloem was, dan ….
De tweede lezing stond op het rooster voor dit weekend.
Jezus stelt daarin de vraag:
“Waar word je blij van en wat doe je daarmee?”

1e lezing: Een Bloem (uit: Toon Tellegen, Kruis en Munt
Als ik een bloem was, zou ik dan nu bloeien?
Of zou ik een bijzondere bloem zijn, een onvoorstelbare bloem,
een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien en niet bloeien.
En die over de rand van een vaas voorover leunt
om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?
Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,
moeten bloeien, rood en gedachteloos,
op een ongerepte schoorsteenmantel,
ergens tussen schaamte en geluk?
En als ik een bloem was, zou ik dan weten
wanneer ik moest verwelken?
Nu nog niet?
Lied: Lied van Gods nabijheid

2e lezing:  Mattheus 13, 44-52
Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een sleepnet dat in de zee geworpen, vissen van allerlei soort bijeenbracht. Toen het vol was trok men het op het strand; men zette zich neer om de goede vissen uit te zoeken en in manden te doen, de slechte echter werden weggeworpen. Zo zal het ook gaan op het einde van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de slechten tussen de rechtvaardigen uit te zoeken en in de vuur-oven te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Hebt gij dit alles begrepen?” Zij antwoordden Hem: “Ja.” Hij zij hun: “Daarom is iedere Schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt.”
Tenslotte lijkt de hemel op een weide vol bloemen. Allemaal zijn ze even mooi, een lust voor het oog. Maar als je je neervlijt in die wei, vermijd het dan te gaan zitten op de distel of de netel. Want ook daar zal geween zijn en een brandende pijn. Maar zoek een plaats tussen de papavers en de madelieven.
Acclamatie: Het woord dat ik jou geef

Overweging
Zorg er voor dat je bloemen draagt in je haar.
De blijheid van de vakantietijd, bloeitijd van bloemen, van vruchten en van mensen; de rijpingstijd met de daarmee gepaard gaande hoop, soms nog verborgen, maar niet in de kiem gesmoord.
Misschien een onverwachte nevengedachte: de blijheid van de blijde boodschap, de bloeitijd van de  tocht van Jezus door zijn land, hoop op een betere wereld, bevrijding van onderdrukking: maar alles leek met zijn kruisdood in de kiem gesmoord. En dan ineens toch weer niet: zijn zaaisel ontkiemt, het brengt vruchten voort, ze rijpen, de geest wordt vaardig, een helende, heilzame Geest (en daarna een afglijden tot verval, het verval van voorbije hoogtijdagen tot er weer, steeds weer, nieuw leven voortkomt uit steeds weer nieuw zaaisel).
In tijden van blijheid is het goed ons bewust te zijn van de zwarte bladzijden die de christelijke geschiedenis helaas ook heeft omgeslagen. Om het te benoemen met de titel van een vroeger veel gelezen boek: Christus weer gekruisigd (Nikos Kazantzakis, 1948), weer en weer, zinloos?
Kruistochten waren er tegen “ongelovigen”, heksenprocessen, Jeanne d’Arc op de brandstapel, de holocaust. De lelijke mens op zijn slechtst, maar toch komt de mens op zijn best steeds weer bovendrijven, de mooie mens. De mens zal het immers moeten blijven doen: een paradijs op aarde scheppen. Het heeft geen zin om op God een beroep te doen: God heeft een beroep gedaan op ons. Godswonderen zijn niet (meer) van deze wereld, wij zullen ze zelf moeten verrichten. Misschien vinden we daarbij God ergens verstopt, in ons hart, in andere mensen, ergens in de wereld om ons heen, vogels, vissen, sterren, bloemen. Bloemen, die net zo hardnekkig blijven terugkomen, ieder jaar weer, als de warmte in de mensen, als de zwaluwen en andere trekvogels; net zo zeker als Kerstmis, Pasen en Sinterklaas; zo zeker en vast als woorden die het hart verwarmen, als verhalen over Jezus. Laten we in deze vakantietijd de blijheid vieren om het nieuwe en vernieuwde leven: van bloemen, van wolken van baby’s, van hoop en mooie verwachtingen. Bloemen als speciale inspiratiebron in deze vakantieviering; bloemen die altijd weer, alsof hun door iets goddelijks de hand boven het kopje wordt gehouden, de kop opsteken, ondanks goddeloze natuurrampen, zondvloeden, atoombommen, genocides.
Als je erop uittrekt, of je nu naar San Francisco gaat of naar de buren, draag dan bloemen in je haar en verheug je op de ontmoeting met aardige mensen, met nieuwe generaties, met nieuwe visies.
Lied: Dank U

Voorbede: (Vlaams Compostella genootschap)
Soms weten, soms niet meer weten
Soms verdriet, soms blijdschap
Soms verstand, soms gevoel
Altijd je intuïtie om te overleven
Soms winnen, soms verliezen
Soms moe, soms vol dynamiek
Soms perspectief, soms uitzichtloos
Altijd je hart om te overleven
Bidden wij voor allen die
deze gevoelens ervaren op hun tocht.

Gij hart, Gij bron van leven

Soms gevonden, soms op zoek
Soms samen, soms alleen
Soms lichaam, soms geest
Leven is zoeken
Leven is vinden als je niet meer zoekt
Leven is strijden om te behouden
Leven is behouden als je niet meer strijdt
Bidden wij dat al diegenen die op weg zijn
mogen vinden wat ze zoeken.

Gij vuur dat voor ons uittrekt

Leven is accepteren van de donkere zijde.
Leven is genieten van het dagelijkse licht.
Leven is zoeken naar de zin van het leven,
terwijl de zin altijd het leven is dat we kregen van God
om Hem op onze tocht te ontmoeten.
Bidden wij dat de mooie ontmoetingen op onze tocht
ons mogen begeleiden op onze weg.  

Gij woord dat door ons mens wordt

Bidden wij voor de intenties in ons intentieboek en
voor de intenties waarvoor onze speciale aandacht wordt gevraagd.

Tafelgebed
Wij prijzen Jou, God, levende stroom  in ons leven doet.
Jij bent de bron van al wat leeft.
Onze Vader, onze moeder ben Je.
Zo koester Je ons,  mensen uit aarde gemaakt,
kwetsbaar als het gras
en de bloemen op het veld.
Jij houdt ons de hand boven het hoofd
als een boom die ons beschaduwt.

Mijn God zijt Gij,
U wil ik danken zowaar als ik leef

Wij danken Je, God
om het vertrouwen dat Je aan ons schenkt;
Jouw trouw waarop wij kunnen bouwen.
Ieder van ons is Jou oneindig lief.
En toch denken wij vooral
aan Jouw beeld ten voeten uit:
Jezus van Nazareth,
levensboom en levend water,
waarmee wij ons verbonden voelen
als ranken aan de wijnstok,
als bladeren van een boom.
Als wij zijn wegen gaan,
geef Jij ons levenskracht
om mens te worden naar Jouw beeld
en kunnen ook wij liefde geven
als uit een bron van stromend water
die nooit opdroogt.

Mijn God zijt Gij,
U wil ik danken zowaar als ik leef

Zijn woord en daad werd levend water,
bron van overvloed
aan moed en geloof.
Een onbekend land van vertrouwen
bloeit ervan open:
mensen vinden elkaar.
zingen elkaar
een nieuwe toekomst tegemoet.
Zij delen er brood en wijn
en meer dan dat.

Zo was zijn gebaar
waarin heel zijn leven samenstroomde,
toen hij op die laatste avond
brood nam, het brak
en aan zijn vrienden uitdeelde
met de woorden:
Neemt en eet: zo blijf ik onder jullie
als gebroken brood
dat wordt gedeeld tot geluk
van jou en jou en jou.

Ook de beker liet hij rondgaan, en zei:
Dit is mijn bloedeigen leven.
Blijft met mij en met elkaar verbonden
om samen een nieuw begin te maken.

Zo gedenken wij zijn dood en opstaan
als de levende in ons midden,
overal en elke keer
dat er twee of drie
in zijn naam bijeen zijn
en hun leven willen delen.
Zo gedenken wij zijn en onze God,
de grond onder onze voeten.

Mijn God zijt Gij,
U wil ik danken zowaar als ik leef

Gezegend en geprezen,
Jij goede Geest
die nieuwe geschiedenis schrijft
met andere namen;
die mensen samenbrengt en bezielt
om het risico aan te durven
van de grote tocht naar morgen.
Maak ons standvastig, trouw aan elkaar,
vol zorg dat niemand achterblijft.
Maak ons vrolijk en eensgezind,
sterk als bomen die weer en wind doorstaan.

Op Jouw adem zingen wij het levenslied
van mond tot mond, van hart tot hart.
Onze Vader….

Vredeswens:   Komen ooit voeten gevleugeld

 

Communielied: Zo vaak wij delen

Gebed (2 fragmenten uit het Zonnelied van Sint Franciscus)
Wees geprezen, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral om mijnheer broeder zon,
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht;
van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Goed om te weten

Slotgedachte
Ieder die gaat naar de San Salvator
neem in je hart een bloem en glimlach mee,
en als je reist vanuit de San Salvator,
deel lach en liefde als een bloemenzee.
Want zij die komen naar de San Salvator
vinden daar warmte als een bloemenzee
En al die mensen van de San Salvator
nemen een blijde boodschap met zich mee.

Zie ons samenkomen
Hoor waar wij van dromen
blij is de boodschap
Mee op reis genomen
en weer thuis gekomen
klein of groot de voetstap
groot of klein de voetstap

Zegen en wegzending

Slotlied: Wij leven op aarde.

 

Wees niet bang

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 24-25 juli 2017
Thema: Wees niet bang
Voorganger Franneke Hoeks
Cantor Gerard van de Weijer,
pianist: Marc Baghuis
Openingslied: Dit huis is een huis.

Welkom
Welkom op deze zomerse zondag. Een vakantiezondag. Veel mensen zijn onderweg, gaan vakantie vieren. U bent naar hier gekomen. Misschien voor de eerste keer. Ach of je hier nu iedere week aanschuift of af en toe een keertje aan komt waaien. Weet dat u dit uur meer dan welkom bent.
Vorige week vierden we uitgebreid op de zaterdagavond en meditatief op de zondag ochtend. Met deze vieringen luidden we de zomerse weken. Weken zonder koren, die hebben ook vakantie. Vorige week luisterden we naar de gelijkenis van de zaaier en vandaag vertelt Jezus weer een parabel waarin beelden van zaad, onkruid, groeien, oogsten centraal staan. Beelden die ons iets misschien iets leren over God, over zijn of haar bedoeling met de wereld. Over wat hij of zij met ons voor heeft. Laat ons aan het begin van deze viering de stilte opzoeken. De stilte waarin we Gods woord kunnen ontvangen. De stilte waarin gezaaid kan worden. De stilte waarin het eerste begin van groei mag ontstaan.

Gebed
Eeuwige, Jij die zaden van liefde plant
in harten van mensen
leer ons vertrouwen op jouw kiemkracht.

Laat ons zijn als opkomend gewas,
teer groen dat de donkere aarde breekt
met zachte kracht.
Laat ons dit uur groeien
in de naam van de vader,
zoon en heilige geest. Amen
Acclamatie: Naar u gaat mijn verlangen Heer.

1e lezingJesaja 40, 12-25
Wie heeft de wateren met holle hand omvat,
de hemel gemeten met een ellenmaat?
Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast?
Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal,
de heuvels met balans en gewichten?
Wie heeft de geest van de HEER gemeten?
Heeft iemand hem ooit raad gegeven?
Wie raadpleegt hij, wie biedt hem inzicht?
Wie leidt hem op de paden van het recht?
Wie leidt hem naar de wijsheid?
Wie toont hem de weg van het inzicht?
In zijn ogen zijn de volken
als een druppel in een emmer,
als een stofje op een weegschaal;
de eilanden weegt hij als zandkorrels.
Zelfs de Libanon levert te weinig hout,
te weinig wild voor een brandoffer.
De volken betekenen niets in zijn ogen,
voor hem zijn ze minder dan niets.
Met wie wil je God vergelijken,
hoe is hij uit te beelden?
Met een godenbeeld misschien?

Dat is door een ambachtsman gemaakt,
door een edelsmid overtrokken
met goud en zilverbeslag.

Met een beeld, opgericht op een bergtop?
Dat is maar een stuk hout dat niet vermolmt,
met zorg gekozen door een vakman,
die een godenbeeld wil maken dat niet omvalt.
Weet je het niet? Heb je het niet gehoord?
Is het je niet van meet af aan verteld?
Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld?
Hij troont boven de schijf van de aarde
– haar bewoners zijn als sprinkhanen –,
hij spreidt de hemel uit als een doek,
spant hem uit als een tent om in te wonen.
Hij maakt vorsten nietig,
de leiders van de aarde onbeduidend:
nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid,
nauwelijks hebben ze wortel geschoten,
of hij blaast over hen, en ze verdorren
en de stormwind neemt hen op als kaf.
Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige,
aan wie ben ik gelijk te stellen?
Lied: Gij zijt voorbijgegaan

2e lezing: Matteus 13,24–‐35
Jezus hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’ Jezus gaf nog een voorbeeld aan de mensen. Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld lijkt op een mosterdzaadje. Dat is het kleinste zaadje dat er is. Als iemand het zaait op zijn land, dan groeit er uit dat kleine zaadje een boom. Die boom is het grootst van alle planten. En de vogels bouwen er hun nest in.’
Jezus gaf nog een voorbeeld. Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld lijkt op gist. Een vrouw doet een klein beetje gist bij een grote zak meel.
Daardoor verandert al het meel.’ Jezus gaf de mensen al die voorbeelden. Hij gebruikte alleen maar voorbeelden als hij tegen hen sprak. Dat moest zo gebeuren, want dat wordt al gezegd in de heilige boeken. Daar staat: «Ik spreek met voorbeelden. Op die manier maak ik het geheim bekend dat zo oud is als de wereld zelf.
Acclamatie: Maak uw woord tot een kracht in ons midden.

Overweging
Toen ik de Jesaja tekst las was ik op een of andere manier diep ontroert. Soms gebeurt me dat. Ik kan niet precies zeggen waarom. Misschien waren het de prachtige poëtische beelden. Beelden die ons iets proberen te schetsen van wie of wat God is. Beelden die vooral ruimte scheppen omdat de Eeuwige altijd meer, anders is dan de beelden die wij van hem of haar maken.
Toen ik theologie studeerde maakte ik kennis met het werk van de theologe Sally Mc Fague. Zij had het over metaforische theologie. Bij het lezen van Jesaja moest ik aan haar denken.  Metaforen. Iets wat je niet kunt duiden door middel van beeldspraak toch te verhelderen.
God kunnen we nooit ten volle kennen. Daar ben ik heilig van overtuigd. We spreken over hem of haar (dat is ook al zo’n beeld) in woorden, met ideeën die ons vertrouwd zijn. Het is goed om te beseffen dat deze beelden nooit volledig samenvallen met de Eeuwige.  De beelden zijn in de loop van de tijd vastgeroest en daarmee doen we God te kort aldus deze theologe. Een metafoor zegt iets over het onderwerp terwijl het er niet mee samenvalt.  God is als een vader, als een koning, als een herder, als een…. Wat niet wil zeggen dat God een vader is, een koning is, een herder is, een…. is. God is altijd ook meer dan ieder beeld dat wij van hem of haar maken. Beelden zijn mensenwerk. Zonder beelden kunnen we echter niet spreken of God. Beelden maken God tastbaar. Geven haar body. Brengen hem nabij. Dat is mooi en dat is goed. Maar is het belangrijk dat beelden niet verstarren. God gaat deze beelden altijd te boven of te buiten.
Jezus als een kind van God lijkt dit als geen ander te beseffen. Hij is een verhalenverteller pur sang. Vandaag drie gelijkenissen die ons iets willen laten zien van Gods bedoeling met de wereld. Voorbeelden helpen ons beter te begrijpen, beter te onthouden.  Het mooi van parabels is dat ze je aan het denken zetten. Verhalen nemen je mee, dagen je uit en halen je uit de comfortzone. De luisteraar, de ontvanger moet er iets mee. Er wordt niet gezegd; zo is het en niet anders. Jij  de luisteraar, de ontvanger, mag die verhalen je eigen maken.
Verhalen die ons iets duidelijk proberen te maken van het rijk van god.
Een zaaier die zaait op de akker. Tussen het opschietend groen, komt ook onkruid op. Een eerste menselijke neiging zou zijn het onkruid te gaan uittrekken. Nee zegt de zaaier. Laat het eerst maar opkomen samen met het goede gewas. Daar spreekt voor mij iets uit van lange adem, niet meteen je eerste neiging volgen, het maar even uithouden in een situaties waarin het niet louter gaat zoals we zouden willen dat het gaat.
Ach en dan het verhaal van het mosterdzaadje. Ook dat leert ons iets over het rijk van God. Kleine dingen doen ertoe. Daar is het Rijk van God te vinden.
En het beeld van gist dat door het deeg gekneed wordt en zorgt dat het deeg gaat rijzen. Ook zo’n prachtig beeld. Gist geeft lucht en ruimte aan het deeg…. Je ziet het niet, maar het is er wel. Zo is het ook met het rijk van God. Onzichtbaar… en toch doordringt het onstuitbaar de wereld waarin wij leven. Verhalen dagen ons uit om er mee aan de slag te gaan. Om dat rijk van God waar te maken. Dat kan niet anders dan door ons mensen. De verhalen dagen ons uit om het uit te houden tussen en met het ongewenste op ons levenspad. Om de kleine gebaren nooit te vergeten. Daar ligt de kiem van het rijk van god.
God leren we kennen in beelden en verhalen. Maar kennen we God dan?  Maar hoe mooi en passend de beelden of verhalen ook zijn, ze blijven mensenwerk. God is nooit te vangen in beelden of verhalen. God is altijd meer, God is beweging. Is nooit vast omlijnt. Misschien is hij of zij wel ruimte waar keer op keer iets nieuws en onverwacht mag opbloeien.
Geloofslied: Geen taal die hem vertaalt.

De gaven worden klaargezet en er wordt gecollecteerd.

Voorbede
Goede God, jij die bent als de zaaier op de akker
Laat ons bidden voor uithoudingsvermogen in situaties in ons leven waarin dingen die gaan zoals we zouden willen dat ze zouden gaan. Laat ons daarin vertrouwen op jouw kiemkracht in ons.

Kom adem ons open

Goede god, jij die bent als een mosterdzaadje
Laten we bidden voor mensen die in de grote verhalen vergeten worden,

De ongeziene, de ongehoorde, dat zij beeld mogen zijn van jouw nieuwe werkelijkheid.

Kom adem ons open

Goede god, jij die bent als gist,
Laat ons bidden voor de positieve krachten in onze samenleving die zorgen dat de wereld, een prachtige leefbare plek is en blijft voor de generaties die na ons komen.

Kom adem ons open

Goede God, jij die bent als het licht
Wij bidden voor alles wat is toevertrouwd aan ons intentieboek. We denken aan de mensen die ons ontvallen zijn. Dat zij zich mogen koesteren in jouw eeuwige licht.

Kom adem ons open

Tafelgebed
Gezegend, Jij, God-met-ons, Jouw liefde is onze kiemkracht.
Jij zaait en wij mogen oogsten. Wij danken jou voor dit leven, voor schoonheid en vreugde, voor kwetsbaarheid en gebrokenheid, voor liefde en verbondenheid om samen door het leven te gaan, elkaar te dragen en ons gedragen te weten. Wij danken jou voor jouw zoon Jezus, Verhalenverteller die ons liet ervaren wat jij met ons voorhebt. Zoals hij willen wij leven, vol vertrouwen op jou. Wij dragen hem met ons mee.
Denken keer op keer aan die laatste avond van zijn leven In het bijzijn van zijn vrienden heeft Jezus brood genomen, dankte Jou voor het brood, brak het en deelde het aan zijn vrienden met de woorden: ‘Neem en eet van dit brood, dit is mijn leven, ik geef het aan jullie.’

Hij nam een beker, sprak een dankgebed, en zei tot zijn vrienden:
‘Drink hieruit en proef van mijn liefde,
zodat mijn vreugde in jou zal zijn en haar volheid bereikt.
Heb elkaar lief, zoals ik jou heb liefgehad.’

Zo heeft Hij zich aan ons gegeven, om blijvend te dragen,
als levend brood om samen met Hem de weg te kunnen gaan
die ons gegeven is. De weg van de kleine gebaren
De weg van het gist. De weg van het zaad.

Raak ons met jouw liefdesvuur. Verfris ons,
doe ons herleven in het doen van gerechtigheid.
Laten wij elkaar tot brood worden, brood van vrede en liefde,
laat ons daartoe bidden met de woorden die Jezus ons geleerd heeft:
Onze Vader

Vredeswens
Vredeslied Vrede voor jou en alle goeds je vrienden

Iedereen wordt van harte uitgenodigd aan de tafel van brood en wijn
Lied: Eet en drinkt van brood en wijn

Gebed
Wij danken jou
voor graan dat groeit
dat geoogst en vermalen
werd tot brood om te delen.
Wij danken jou
voor druiven vol zonlicht
die geplukt en geplet
werden tot wijn van gedenken.
In breken en delen
ervaren we wat jij met ons voorhebt:
het goede leven voor allen.

Mededelingen en bloemetje van de week

Slotgedachte
Twee zaadjes liggen naast elkaar op een vruchtbare grond.

Zegt het ene zaadje tegen het andere: Ik wil groeien! Ik wil mijn wortels diep in de grond voelen en door de aardkorst heen naar boven uitbreken … Ik wil mijn tere knoppen uitvouwen om de komst van de lente aan te kondigen. Ik wil de warmte van de zon op mijn gezicht voelen en de zegeningen van de morgendauw op mijn blaadjes!

Het zaadje groeide …

Het tweede zaadje zei: Ik ben bang. Als ik mijn wortels naar beneden laat groeien, weet ik niet wat ik in het donker tegen zal komen. Als ik door de aardkorst heen breek, beschadig ik misschien mijn tere knoppen. En stel je voor dat ik mijn blaadjes uitrol en ze worden opgegeten door een slak. En als ik mijn bloesems open, komt er misschien een klein kind dat ze afplukt. Nee, ik kan maar beter wachten tot de kust veilig is.

Het zaadje wachtte …

Toen kwam er een scharrelkip de hoek om, op zoek naar voedsel, vond het wachtende zaadje en peuzelde het op.

Zegenwens
Laat ons gaan van hier als mensen
met ogen die niet alleen kijken
maar ook kunnen aanzien,
met oren die niet alleen horen
maar ook kunnen luisteren,
met een mond
die niet alleen praat
maar ook kan aanspreken,
met een verstand
dat niet alleen begrijpt
maar ook kan verstaan,
met een hart dat niet alleen klopt
maar ook nog kan bewogen zijn,
met handen die niet alleen grijpen
maar zich ook kunnen openen,
met voeten die niet alleen lopen
maar ook tegemoet kunnen komen,
want zo zijn wij gezegend
en elkaar tot zegen.
In de naam van de eeuwige
die we kennen als vader zoon en heilige geest.

Slotlied: Uit vuur en ijzer zuur en zout

Onderweg

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 22 juli 2017
Thema:
Onderweg
Voorganger: Wilton Desmense
Pianist: Cor Rademaker

Openingslied: De vreugde voert ons naar dit huis

Welkom
Voor velen is een belangrijk aspect van vakantie: niet thuis zijn, maar weg / onderweg / op weg.
Wij hier bijeen zouden ons op dit moment de thuisblijvers moeten noemen. Het is maar hoe je het bekijkt: vanavond gingen wij op weg, hierheen. Waarom? Voerde de vreugde ons naar dit huis? De hoop om geïnspireerd door de kracht van het evangelie verder te gaan tot waar de hemel opengaat? Straks wat meer gedachten daarover. Nu alvast één gedachte:

Gedachte
Ik ben op reis
Al weet ik niet waarheen
Maar ergens stond geschreven
Dat ik deze weg moest gaan
En al aarzel ik soms even
Langs die eindeloze baan
Toch weet ik
Iemand ging me voor
En daarom
Ga ik door
(Elly & Rikkert, Ik ben op reis)
Accl: Wonen overal nergens thuis

Inleiding op de lezingen
De eerste lezing lijkt, als je de eerste woorden hoort, op een sprookje. Onderweg zijn wordt erin bekeken vanuit het perspectief van een pelgrimstocht.
In de tweede lezing, die van het jaarleesrooster, bezien we, zoals we graag doen in vakanties, de kruiden en het onkruid in de natuur.

1e lezing: Er waren eens…
Er waren eens drie jongeren
die op pelgrimstocht waren geweest.
De eerste kwam thuis en dacht:
“Nu terug met de voeten op de grond;
gedaan met dromen!”.
En voor hem werd alles terug zoals vroeger…
… alsof er nooit een pelgrimstocht geweest was.
De tweede kwam thuis en zei:
“Vanaf vandaag wordt alles anders!”.
Maar na een maand was hij ontgoocheld
dat hij steeds weer faalde
in al die radicale eisen die hij zichzelf oplegde.
En – noodgedwongen bijna –
gooide hij dan maar alles overboord. . .
alsof er nooit een pelgrimstocht geweest was.
De derde had enkele goede voornemens gemaakt:
kleine haalbare stapjes. En hij werkte daar rustig aan
En als hij het de ene week al eens vergat,
dan begon hij de volgende week opnieuw eraan.
En de mensen zeiden:
“Jij bent zeker op pelgrimstocht geweest!”
(Uit: Omdat God de mens nabij wil zijn: www.ccv.be)
Lied: Alle wegen van de wereld
(origineel: Soeur Sourire, Tous les chemins)

2e lezing: Mattheus 13, 24-30
Een andere gelijkenis hield Hij hun voor: “Het Rijk der hemelen lijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden tegen hem: Heer, u hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat? Hij antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten zeiden tot hem: Wilt u dan dat we het bijeengaren? Maar hij zei: Nee, ik ben bang dat jullie, wanneer je het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik maaiers zeggen: Haal eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar sla de tarwe op in mijn schuur.”
Accl: Uw woord is een lamp

Overweging
In de evangelielezing wordt gesproken over het rijk der hemelen. Het lijkt op een man die goed zaad had gezaaid op zijn akker.
Velen van ons investeren in hun tuintje, hun grote tuin of hun volkstuin. In het voorjaar gaan we aan de slag: we zaaien en planten en hopen in de zomer te genieten van fraaie bloemen en planten en van een rijke oogst. Als die verwachting in vervulling gaat, dan genieten we daarvan: om dat een hemels gevoel te noemen, is misschien overdreven, maar toch, het gaat in die richting.
Het kan echter ook anders uitpakken: de vijand ligt op de loer. Hij is vermomd als slak, rups, luis, buxusmot, phytophthora, noem maar op. Wij proberen dan te redden wat er te redden valt. En ook onkruid laten we niet samen opgroeien met al dat moois, waarop we hopen. Conclusie: hierin lijken wij niet op die man van het evangelie en dus ook niet op het rijk der hemelen. Ik geloof niet dat dat erg is. Jezus beoogde iets anders met zijn vergelijking.
Het is vakantietijd. Het moois in onze tuinen verruilen velen voor ander moois, in eigen land of in het buitenland.
Wat drijft je om weg te gaan? Een tijdje “eruit zijn”, anders leven dan anders. Aan thuis zijn kleven immers vele dingen die moeten, aan weg zijn vele dingen die dan niet moeten of kunnen: het voelt als “vrij”.
Daar zitten dan wel weer andere dingen aan vast, die moeten, om elke dag in den vreemde goed door te komen: enige zorg om de eerste levensbehoeften blijft immers, waar je ook bent. Dat vormt ook wel een uitdaging, het is nieuw, spannend of boeiend.
Intussen moeten we niet blind zijn voor de negatieve kanten die het weg zijn met zich mee brengen: bijv. de aanslag op het milieu, het klimaat, de vrijheid van andere mensen.
Kennis maken met een andere cultuur heeft als keerzijde van de medaille verlies van de eigen cultuur: wil je één wereld als een eenheidsworst (Mac Donalds, Shell, Heineken all over the world), wil je eenheid in verscheidenheid of wil je behoud van gescheidenheid?
Vaak zie je dat zij, die een boodschap hebben, op weg gaan om die te verspreiden in den vreemde; en zij, die een boodschap hebben aan hen, die een boodschap komen brengen, zoeken elkaar op om elkaar te bevestigen en inspiratie te geven. Ooit stonden de apostelen buiten iedere gemeenschap, maar zelf waren zij een nieuwe gemeenschap en ze gingen op weg en wisten menige nieuwe gemeenschap tot stand te brengen, waaruit uiteindelijk de christelijke gemeenschap zich vormde. Daartoe behoort onze San Salvatorgemeenschap, ook al is zij door het “gezag” buiten de kerkgemeenschap gezet: buitengesloten door de een, aanvaard als medechristenen door de ander.
We doen wat ons hart ons ingeeft, de stem van het geweten volgend. We laten ons inspireren door het evangelie dat verhaalt over leven en werken van Jezus, en door elkaar.
En zo komen we, in die geest, hier samen, één keer in de week. Onder zo maar een dak, boven wat hoofden: maar niet boven zo maar wat hoofden! We hebben immers iets gemeenschappelijks: voor ons geldt het tegenovergestelde van de uitdrukking “daar heb ik geen boodschap aan”. We hebben wel een boodschap, namelijk aan die verhalen, die over de eeuwen, de generaties heen tot hier zijn gekomen, opgetekend in het boek dat achter mij staat.
Verhalen, waarover je zou kunnen zeggen:
Wat zoek je pelgrim,
welk doel hoop je te vinden?
Nee, de Heer die je zoekt,
wacht niet op jou
bij het einddoel van de weg.
De Heer die je zoekt
is je metgezel op de reis.
Draag zijn blijde boodschap
met je mee.
Moge die je behoeden
voor alle kwaad
en inspireren tot alle goed.
Ga die weg met liefde,
draag hem als je zuster, je broeder.
(Voor onderweg. Teksten voor de pelgrim)
Geloofslied Ga dan op weg

Voorbeden
We hebben het soms moeilijk om de weg te zien. Er zijn zoveel keuzes die we moeten maken.. zoveel kruispunten en rotondes op de weg van ons leven. Soms raken we verloren.
Mogen wij kracht vinden in ons geloof

Geef mij kracht

We ervaren wel eens leegte, eenzaamheid, verlatenheid. Zelfs al weten we dat er mensen zijn die van ons houden.
Mogen wij kracht vinden om de weg omhoog weer te vinden en dagelijks minstens één blij lied te zingen.

Geef mij kracht

We zijn vaak met onszelf bezig. Zo lopen we de mensen die op ons pad wandelen voorbij; we kijken zelfs over de mensen heen die naast het pad zitten.
Mogen wij kracht vinden om verder te kijken dan de grenzen van ons eigen lichaam.

Geef mij kracht

Wij bidden voor de intenties.

Tafelgebed
Hoe kleurrijk is de wereld,
met al wat leeft en bloeit,
met al wat is en wordt,
in de zee, op het land en in de lucht.

Hoe kleurrijk zijn de mensen,
van binnen, van buiten,
dichtbij en veraf,
in huizen en tehuizen,
op straat, op het werk.

Hoe kleurrijk ben jij, Enige!
In alles en iedereen aanwezig
dans jij telkens een nieuwe wereld,
weet jij ons te verwonderen
met jouw zegen,
voelbaar aanwezig
in een bevrijdende lach,
in glimmende ogen,
in de vreugde en het plezier,
de humor en de muziek.

Hoe kleurrijk was jij, Enige, aanwezig
in Jezus, die ons voorging
om mensen te bevrijden,
hun ogen te laten stralen,
mensen op de been te helpen,
op te nemen in de kring,
hen aan te spreken op een manier
die klonk als muziek in de oren.

De avond voor zijn sterven,
gaf hij ons woorden van troost.
Hij brak het brood en zei:
“Deel dit brood, dat is als
mijn leven, dat ik geef voor jullie,
opdat jullie zullen leven.”
Hij nam ook de beker,
sprak zijn dank uit,
reikte hem over en zei:
“Deze wijn is als mijn liefde
stromend in mijn lijf;
drink ervan, opdat mijn liefde
blijft stromen in jullie.
Blijf dit doen
om mij te gedenken.”

In die geest willen we verder gaan,
willen we samen dansen,
er zijn voor elkaar,
in blije dagen, in bange dagen,
elkaar dragend, vertrouwend op de waarde
van zijn boodschap, wat er ook gebeurt.
En ook in die geest willen we samen bidden,
met de woorden die Jezus ons heeft aangereikt.
Onze Vader

Vredeswens
Vredeslied: Maak mij tot een bedding
Iedereen wordt van harte uitgenodigd aan de tafel van brood en wijn.
Pelgrimsgebed video (Amanda Strydom)
Vader God U ken my naam
My binnegoed en buitestaan
My grootpraat en my klein verdriet
My vashou aan als wat verskiet.

U ken my vrese en my hoop
Die pad wat ek so kaalvoet loop
Die pad het U lankal berei
U maak die pad gelyk vir my.

Alle pelgrims keer weer huistoe
Elke swerwer kom weer tuis
Ek verdwaal steeds op die grootpad
Soekend na U boardinghuis.

Moeder God U ken my waan
My ego en my regopstaan
Die drake waarteen ek bly veg
U wys my altyd weer die weg.

U het my met U lig geseën
Die lig strooi ek op iedereen
Net U weet hoe my toekoms lyk
Ek het niks, U maak my ryk.

Alle pelgrims keer weer huistoe
Elke swerwer kom weer tuis
Ek verdwaal steeds op die grootpad
Soekend na U boardinghuis.

Goed om te weten

Slotgedachte: Een oude pelgrim
Een oude pelgrim was midden in de winterse kou
op weg naar de Himalaya toen het begon te regenen.
Een herbergier vroeg hem:
“Hoe wil je daar ooit geraken met dit weer, lieve man?”
En de man antwoordde minzaam:
“Mijn hart gaat voorop.
De rest volgt vanzelf.”
(Anthony de Mello)

Slotlied: Door de wereld gaat een woord

Vader God, U kent mijn naam,
u kent mij van binnen en van buiten,
mijn grootspraak en mijn klein verdriet,
mijn vasthouden aan alles wat voorbijgaat.

U kent mijn vrees en mijn hoop,
het pad waarop ik blootsvoets loop.
Dat pad hebt U al lang bereid,
U maakt dat pad voor mij gelijk.
Alle pelgrims gaan weer op huis aan,
elke zwerver komt weer thuis.
Ik verdwaal steeds op de grote weg
zoekend naar Uw gastvrij huis.

Moeder God, U kent mijn ongelijk,
mijn ego en mijn trots
de slang waartegen ik blijf vechten.
U wijst mij altijd weer de weg.

U hebt mij met Uw licht gezegend;
dat licht strooi ik op iedereen.
Alleen U weet hoe mijn toekomst eruit ziet.
Ik heb niets, U maakt mij rijk.

Zaai

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 15 juli 2017
Thema: Zaai
Voorganger: Mignon van Bokhoven
Muzikale ondersteuning: Marcel van der Maeden en Cor Rademaker

Openingslied Psalm 65: De stilte zingt U toe

Welkom
Van harte welkom op deze zaterdagavondviering. Een aantal van u is trouwe bezoeker op deze avond. U houdt van de rust en de stilte en de kleinschaligheid op zaterdagavond. Dus niet vanavond. Vanavond is het anders. Vanavond heten we ook vele zondagochtendbezoekers welkom. Waarom? Omdat we de vakantieperiode inluiden. En vakantie betekent ook vaak even verandering, van plaats, van mensen. En vooral ook even verandering van perspectief. Verfrissend. Even uit je comfortzone. We hopen dat u opgeschud en wakker weer hier vandaan zult gaan. In een omgewoelde akker zullen nieuwe planten opschieten, andere zaadjes naar boven komen en een kans krijgen om wortel te maken, op te groeien en tot bloei te komen.
Zo worden wij ook steeds uitgenodigd om tot bloei te komen. Om nieuwe woorden te herkennen, woorden van bemoediging, woorden van blijdschap, woorden van warmte. Kiemen van vertrouwen. Ons gegeven door de ander, en door de Ene, de Trouwe, onze God.

Openingsgebed
Goede God,
Aan het begin van deze viering
mogen wij staan voor uw aangezicht.

Voor u is het altijd goed, wie we ook zijn
wat we ook allemaal meenemen op
een onschuldige zomeravond

wat we hier komen halen
wat we hier komen brengen

Wees ook dit uur
voor ons de stille trouwe grond van ons bestaan
zodat wij vrij zijn om te luisteren
naar uw woord van toekomst
dat u zonder ophouden ons schenkt

Dat vragen wij in de naam
van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
Amen
Lied: Stilte nu

1e lezing: Een psalm van David.(Psalm 6)
Voor u is stilte een lofzang.
God die woont op de Sion,
U doet recht en redt ons, God,
op u hopen de einden der aarde,
de verten van de zee.
U hebt met kracht de bergen vastgezet,
u bent omgord met macht,
u brengt tot bedaren het geraas van de zeeën,
het gebulder van de golven,
het tumult van de volken.
Vrees voor uw tekenen vervult de bewoners der verten,
u brengt gejuich van het oosten tot het westen.
U zorgt voor het land en bevloeit het,
u maakt het vruchtbaar,
vol water staat de rivier van God.
U bewerkt het land voor het koren, zo bewerkt u het:
u doordrenkt de voren en effent de kluiten,
doorweekt ze met regen en zegent het jonge groen.
U kroont het jaar met uw goede gaven,
waar uw voeten gaan, druipt het van overvloed,
de velden in de steppe druipen,
de heuvels omgorden zich met gejubel,
de weiden kleden zich met kudden,
de dalen tooien zich met graan.
Zij zingen en juichen elkaar toe.
Lied: Dat ik aarde zou bewonen

2e lezing: Matheüs 13:1-9
Die dag verliet Jezus het huis en ging aan de oever van het meer zitten. Er kwam een grote mensenmassa om hem heen staan, en daarom ging hij in een boot zitten, terwijl de menigte op de oever bleef. Hij sprak hen uitvoerig toe en vertelde gelijkenissen: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit. Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed. Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. Laat wie oren heeft goed luisteren!’

Overweging
Een rijk schilderij wordt ons getoond. Waarin veel beelden te ontdekken zijn. De zaaier, het zaad, de aarde, de vogels, de rotsen, de distels, de brandende zon en de goede grond en de rijke vruchten.
Misschien kent u het ook wel dat er beelden zijn die met u meegaan in uw leven. Vaak zijn dit van die oerbeelden. Zoals het stromen van de rivier, de eindeloze zee, of juist een berg, of de weg, de pelgrimsweg, het beeld van de poort of misschien de regenboog. Als je alert wordt op zo’n beeld dan kan dat je helpen om de weg in je leven te vinden. Dat je kan helpen in tijden dat het je even niet meer weet. Het oproepen en overdenken van een dergelijk beeld, kan je vertrouwd worden, iets waar je steeds naar terug kan keren.
Ook voor een gemeenschap kan een verhaal in beelden, van betekenis zijn. Het verhaal van de zaaier kan ons inzicht geven over hoe wij omgaan met het woord van God, hoe wij omgaan met de woorden van elkaar. Over hoe wij kunnen uitdelen in warm gebaar en goed gesproken woorden. Hoe we een ontvankelijke houding kunnen aannemen. Hoe we geduld moeten hebben. Gras groeit nooit harder als je er aan trekt.
Dat de voorwaarde voor een gezonde plant een gezonde vruchtbare bodem is.

Ik zei al dat een bepaald beeld als het eenmaal met je vertrouwd is, een leidraad in je leven kan worden, wat steeds bij je terugkomt. Zo was ik dankbaar, maar niet heel erg verrast dat volgens rooster de lezing van dit weekend het verhaal van de zaaier was.

Het beeld van aarde, zaad, tot bloei komen is het beeld dat al lang met mij meegaat en dus ook vanavond weer op mijn pad komt. Het is een beeld dat mij ook weer troost geeft en de moed om door te gaan. De uitnodiging om steeds uit te blijven delen van het goede. Het goede woord, het warme gebaar. Het werken in deze gemeenschap heb ik als een tuinman gedaan. Grappig. Toen ik voor tuinman leerde wilde ik priester zijn. Tot iemand tegen me zei: je kunt je werk ook op priesterlijke wijze doen. En nu toen ik pastor was, werkte ik als een tuinman. En wat ik vooral belangrijk vind is het werken aan een goede grond. Wat ik hier maar even vertaal naar het werken aan ontvankelijkheid, aan stilte, aan luisteren.

Morgen staat deze tekst weer centraal in de meditatieve viering. Het zaad in de aarde is een prachtig beeld voor hoe wij meditatief om kunnen gaan met het woord van God, met de woorden uit het evangelie, met het ervaren van God zelf.

We weten allemaal dat niet elk goed woord, elk warm gebaar, elke bemoedigende gedachte misschien meteen voluit tot bloei komt. Het wordt soms zelfs verkeerd begrepen. Maar we kennen ook dat soms iemand naar je toekomt en zegt: wat je vorig jaar tegen me zei, toen ik het even niet meer wist, dat is tot grote steun geweest. Soms weet je zelf geeneens meer wat je precies tegen deze persoon gezegd hebt. Misschien was je vooral doorgever. Doorgeefluik. Iemand waar het goede spreken doorheen stroomt. Ik moet denken aan het gebaar van de zaaier. De zaaier loopt rechtop. De beweging van de hand gaat van het midden, door het hart met een wijd openend, bijna zegenend gebaar over de akker. Of zoals in het evangelie van vandaag, over de vruchtbare grond, maar evengoed over de rotsachtige grond, en tussen de distels.
Een gebaar van eerst ontvangen, van koesteren en van delen. Een gebaar in dienst van God. Dankbaar.
Geloofslied: Waarom wanneer uit welke luchtlaag

De gaven van brood en wijn worden op tafel gezet
Er klinkt muziek

Voorbeden
Laten wij bidden
God,
wij bidden dat wij mensen mogen zijn die zonder
aarzelen bereid zijn goede woorden te spreken,
ook al worden we niet altijd gehoord of begrepen.

Luister Heer ontferm U over ons

Wij bidden dat wij mogen luisteren,
en dat wij het aandurven om ons te openen
voor al het goede dat op naar ons toe komt.

Luister Heer ontferm U over ons

Wij bidden voor de zieken in onze gemeenschap,
voor de mensen die daar zorgen over hebben.
Wij bidden voor onze eigen intenties
voor wat vandaag toevertrouwd is in het intentieboek.

Wij bidden voor allen die we moeten missen door de dood,
maar met wie wij ons nog altijd zo diep verbonden voelen.

Luister Heer ontferm u over ons

Tafelgebed
Goede God,
In het begin heeft u
aarde en water onderscheiden.
Zodat er grond zou zijn
voor mensen.

De aarde is vruchtbaar geworden,
door zon en regen
en mensen die het land bebouwen.

Uw zoon werd medemens
mens onder mensen.
Hij leefde vanuit uw liefde,
die hij doorgaf zonder ophouden.

Aan deze tafel gedenken wij
wat Jezus ons heeft voorgedaan.

Hij heeft vrede gezaaid.
Hij kwam op voor de
mensen die aan de rand van het leven leven.
Tegen de gevestigde verwachtingen in. dwars.
Blij met zaadjes die groeien tegen distels
en droogte in.

Op de laatste avond van zijn leven
zat hij met zijn vrienden aan tafel en
deelde brood en wijn.

Brood dat ons doet denken aan:
zaaien en maaien,
kneden en bakken,eten en delen.
Het is weten dat de ene mens voor de andere leeft.

Wijn die ons doet denken aan:
de ranken en de druiven, plukken en pletten,
opbergen en bewaren tot op de dag van het feest.
Het is weten dat de vreugde ligt in het samenzijn.

Zo zijn wij dankbaar en vreugdevol
om ons samenzijn rond brood en wijn.
En willen wij samen bidden:
Onze Vader. . .

Vredeswens
Vredeslied: Honderd bloemen

Iedereen wordt van harte uitgenodigd aan de tafel van brood en wijn
Communielied: Wat in stilte bloeit

Afsluitend gebed

Slotgedachte
De gebarsten emmer
Een waterdrager in India had twee grote emmers; elke emmer hing aan één kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst, de andere emmer was in perfecte staat. Dagelijks liep de waterdrager de lange weg naar de bron. En met één volle emmer en één halfvolle emmer kwam hij terug bij het huis van zijn meester.
Het ging zo twee jaren door. De waterdrager leverde altijd anderhalve emmer water af in het huis van zijn meester.
Op een dag begon de gebarsten emmer bij de rivier tegen de waterdrager te praten en zei “Ik schaam me en ik wil me bij jou verontschuldigen.”
“Waarom?,” vroeg de waterdrager, “waarom ben je beschaamd?”
“Door die barst in mijn zijwand verlies ik voortdurend water onderweg naar het huis van je meester. Jij werkt zo hard en je krijgt niet het volle loon voor je inspanning,” antwoordde de emmer.
De waterdrager zei tegen de emmer: “Als we dadelijk teruggaan naar het huis van mijn meester moet je eens goed op die prachtige bloemen letten aan de kant van de weg”.
En inderdaad: toen ze de heuvel opliepen zag de gebarsten emmer kleurige wilde bloemen langs de kant van de weg.
De waterdrager vroeg: “Heb je gezien dat er alleen maar bloemen groeien langs jouw kant van de weg en niet langs de kant van de andere emmer? Dat komt omdat ik altijd al wist dat je een beetje lekte. Ik heb bloemzaadjes gezaaid aan jouw kant van de weg en elke keer als we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven. En zo heb ik twee jaar lang prachtige bloemen kunnen plukken om de tafel van de meester mee te versieren.”
(gelezen op beleven.org)

Zegenwens
Mogen wij van hier gaan met de zegen,
de goede woorden die tot ons gesproken worden.
De Ene zegene ons en Hij behoede ons.
De Ene doe zijn aangezicht over ons lichten en zij ons genadig.
De Ene verheffe zijn aangezicht over ons en geve ons vrede.
Amen.

Slotlied: Nu wij uiteengaan vragen wij God

Rust vinden

Elk blad ademt de boom tot leven

San Salvatorgemeenschap 8-9-ju2017
Thema:
Rust vinden
Voorganger: Ard Nieuwenbroek
Muzikale ondersteuning: koor Melodiek

Openingslied za: Heer onze Heer
zo: Zomaar een dak Lees meer →